Gainsbourg’s sturm und drang

02

Dubbelgelaagd en gekleurd biografisch verslag van het leven van een moeilijk grijpbare artiest.

Is het mogelijk een goede (boek)recensie te schrijven als je helemaal idolaat bent van het onderwerp? Of is het beter dat je er een hekel aan hebt? Het meest objectieve uitgangspunt lijkt iets daartussenin, dus wanneer het onderwerp je koud laat, maar ook dat klinkt niet als een goede garantie voor een gemotiveerd artikel.

Dat zijn de vragen die bij de recensent door het hoofd spelen wanneer er een bespreking van het biografische boek over de Franse artiest Serge Gainsbourg (1928 – 1991) moet moet worden gemaakt. Zeker als je je realiseert dat de auteur, Rudolf Hecke, op zijn beurt ook weer onderhevig is aan datzelfde trilemma.

Een soort van Droste-effect dat het moeilijk maakt een nuchtere beoordeling van het werk te genereren. Laat staan wanneer het uiteindelijke onderwerp daarvan ook nog eens sterk tegenstrijdige gevoelens oproept. Maar je moet toch érgens beginnen, dus eerst maar eens even de hoofdpersonen introduceren en dan zien we wel hoever we komen.

Serge Gainsbourg

Dat is toch die man die samen met zo’n zuchtmeisje eind jaren ’60 een internationale hit scoorde met dat softpornonummer dat ouders, opvoeders, nette mensen en andere moraalridders de stuipen op het lijf joeg? Dat was inderdaad zijn grote doorbraak, maar die bepaalde, zoals zo vaak gebeurt, tevens voor een groot deel hoe er verder tegen de man aangekeken werd en op welke merites zijn overige creatieve output diende te worden beoordeeld.

Single uit 1969

Single uit 1969

Geheel onterecht overigens. Zo schreef hij bijvoorbeeld ook het winnende songfestivallied uit 1965, het door France Gall gezongen ‘Poupée de cire, poupée de son’. Maar wie (Belgen mogen even niet meedoen) kan er nou nog één ander lied van Serge Gainsbourg opnoemen behalve het gewraakte ‘Je t’aime… moi non plus’?

Een korte levensloop. Serge Gainsbourg werd geboren in 1928 te Parijs als Lucien Ginsburg. Zijn ouders waren voor de revolutie gevluchte Russisch-Joodse immigranten. Z’n vader was pianist, moeder mezzosopraan. Van hun erft hij zijn creatieve talent en belangstelling voor de kunsten. Maar al in een vroeg stadium van zijn leven kregen nicotine en alcohol stevig vat op hem, hetgeen uiteindelijk, 63 jaar later zijn ondergang zou betekenen.

Behalve als zanger en tekstschrijver was Gainsbourg actief als regisseur, acteur, dichter en schilder. Frankrijk had een haat-liefde-verhouding met de man die overigens wederzijds was. Hij werd gekoesterd vanwege zijn gevoelige, doorleefde en vernieuwende repertoire, maar evenzeer was hij het enfant terrible dat geen blad voor de mond nam en menigeen schoffeerde met boude uitspraken in tv-talkshows, overigens zelden in nuchtere toestand.

Nu, postuum, staat zijn belang voor de Franse muziek buiten kijf en wordt zijn werk veelvuldig gecoverd en gesampled. Dat haat-liefde-gevoel koesterde hij ook jegens zichzelf: er was de haast schizoïde controverse tussen de creatieve, gevoelige, humoristische en zelfrelativerende Gainsbourg en het gedrag van het door hemzelf bedachte duistere alter ego Gainsbarre, het monster dat onder invloed van drank en drugs, niets en niemand ontziend, zijn eigen highway to hell plaveide.

Ondanks zijn uiterlijk, door velen omschreven als van een stuitende lelijkheid, wist hij zich levenslang omringd door de fraaiste dames, waaronder Brigitte Bardot, Juliette Gréco en Marianne Faithfull. Zijn grote hit maakte hij samen met de Engelse actrice Jane Birkin, die ook lange tijd zijn echtgenote was en de moeder van hun dochter Charlotte, thans een gevierd actrice.

Daarna kreeg hij een langdurige verhouding met het 21 jaar jongere heroïneverslaafde fotomodel Bambou (Caroline Paulus) die een aantal jaren standhield. Maar ook hier waren van meet af aan de duivels ontbonden en ook deze relatie ontaardde in een voorspelbare mislukking. Ondanks al die decepties wist hij zich met het voortschrijden der jaren tot aan het einde van zijn leven omringd door (steeds jongere) vriendinnen. In 1991 overleed hij aan een hartaanval.

Toegegeven, bovenstaande samenvatting is erg kort door de bocht, maar gelukkig zijn er voor wie meer wil weten inmiddels diverse biografieën beschikbaar. Waaraan de Vlaming Rudolf Hecke er onlangs weer eentje, de eerste Nederlandstalige, toevoegde.

Hecke en Selleslags

Rudolf Hecke was al een groot bewonderaar van Gainsbourg, maar toen hij bij een concert in 1985 kortstondig oog in oog kwam te staan met zijn idool kenterde naar eigen zeggen zijn leven onomkeerbaar. Of, zoals hij het in een parafrase op een titel van Gainsbourg zelf omschrijft: ‘Dieu est un fumeur de Gitanes.’

Selleslags en Hecke

Selleslags en Hecke

De auteur Hecke is nagenoeg onbekend in Nederland, maar in de flaptekst van het boek wordt hij gelukkig nader aan ons voorgesteld: ‘Rudolf Hecke overleeft al dertig jaar in de Belgische muziekwereld. Hij was/is de drijvende kracht achter Company of State, The God=doG, Pop in Wonderland, The Incredible Time Machine en Labyrinth Woman, en runt Studio Factasy. Hij voerde een briefwisseling met Claus, trad op met Vinkenoog en Reve en schreef gedichten, cultplaten, flops en hits.’

Kortom, we hoeven ons als noorderburen dus niet te schamen dat we niet eerder van Hecke gehoord hadden. Zijn levenslange fascinatie voor Gainsbourg heeft hij geprobeerd in dit boek te bundelen en vorm te geven. Dit in hechte samenwerking met de eveneens Belgische fotograaf Herman Selleslags, die we hier iets beter kennen, met name vanwege zijn werk voor Vrij Nederland, Humo en de Volkskrant. Selleslags heeft Gainsbourg bij vele gelegenheden gefotografeerd, waarvan een selectie (vooral de zwart-witte zijn fraai) in het boek is opgenomen.

Hecke geeft in ruim 300 pagina’s een chronologisch resumé van Gainsbourg’s leven en werk. Hij doet dat zeer consciëntieus, benoemt veel feitelijkheden en slaat evenzoveel anekdotische zijpaden in. Overigens met zoveel betrokkenheid dat je de indruk krijgt dat hij permanent in de buurt is geweest. Het veelal bloemrijke Vlaams taalgebruik doet daarbij plezierig aan, hoewel de auteur, met name in de introducerende hoofdstukken, af en toe flink over the top gaat in wel erg barokke en geromantiseerde volzinnen die de aandacht afleiden van waar het over gaat.

Groot bewonderaar

Dat Hecke een blinde bewonderaar is van zijn onderwerp, staat buiten kijf. Dat is enerzijds de charme van het boek, maar op andere momenten sluipt de twijfel erin waar het de geloofwaardigheid en objectiviteit aangaat. Het is een liefdevol verslag van het leven van een bijzonder artiest, waarin de negatieve aspecten van ‘s mans handel en wandel niet worden vermeden, maar toch krijg je de indruk dat alles met een suikerlaagje is overgoten en dat de meest nare eigenschappen met de mantel der liefde worden bedekt.

Als je strikt kijkt naar het oeuvre van Gainsbourg is het voorgaande irrelevant: zowel zijn muzikale als cinematografische nalatenschap spreekt in al zijn wisselvalligheid en grilligheid geheel voor zich. De variabele kwaliteit ervan maakt zijn woelige levenswandel bijna tastbaar. Gainsbourg’s absolute non-conformisme, dat in combinatie met zijn eigenwijsheid en drankgebruik tot heel wat levenslange brouillages heeft geleid, spreekt tot de verbeelding. Een creatieve dwarsligger die nimmer genoegen nam met wat hij had, of had gemaakt, maar altijd rusteloos op zoek was naar verandering. Harmonie en evenwicht waren aan hem niet besteed.

De adorerende zinnen van Rudolf Hecke, soms op het dweperige af, zeggen vaak meer over diens eigen bewondering en levenshouding dan over die van zijn object. Dat kan de blik vertroebelen, maar al lezend rekening daarmee houdend kun je voor jezelf toch een geloofwaardig beeld ontwikkelen van wat voor mens Gainsbourg geweest moet zijn.

Tijdens en na lezing vestigt zich dan steeds nadrukkelijker het idee – met weglating van dat suikerlaagje dus – dat de persoon Gainsbourg doorgaans een allesbehalve aangenaam figuur was, in wiens onmiddellijke omgeving het meestentijds niet prettig toeven moet zijn geweest. Juist degenen die hem het meest toegenegen waren, kregen het zwaar te verduren vanwege de explosieve en vernietigende mix van zijn weerbarstige karakter en drankverslaving. Naar het einde van zijn leven toe werd hij duidelijk wat milder en begripvoller, maar toen had hij al een breed pad aan verschroeide aarde achter zich gelaten.

Serge Gainsbourg

Serge Gainsbourg

Waarschijnlijk is bij veel grote artiesten zo’n sturm und drang-karakter noodzakelijk om hun creatieve proces op gang te houden. Er zijn talloze voorbeelden te noemen van kunstenaars die zielstrelende dingen hebben geschapen, maar die als persoon zacht uitgedrukt ongenietbaar waren en hun eigen weg baanden ten koste van relaties, vriendschappen en omgeving, en meestal ook uiteindelijk ten koste van zichzelf. Als bewonderaar van het werk van zo’n kunstenaar hoef je daar niet wakker van te liggen, maar het lezen van zo’n levensverhaal levert toch dikwijls grimmige bijgedachten op.

Maar we dwalen af. Misschien is mijn uitgangspunt wel helemaal abuis en mag dit boek helemaal geen biografie genoemd worden. Vooral in het eerste gedeelte vertoont het eerder autobiografische trekjes. Daar gaat het voor een belangrijk over (de jonge en opgroeiende) Rudolf Hecke zelf, die ons mee deelgenoot maakt van de manier waarop hij zijn eigen wereld beleeft. Met Serge Gainsbourg als centraal én katalyserend fenomeen.

Toch werkt die aanpak, in tegenstelling tot een ‘normale’ biografie, een stuk aanstekelijker dan een kale historische opsomming van feiten en jaartallen. Want het moet gezegd: voor wie het werk van Gainsbourg maar oppervlakkig kent, weet Hecke dat oppervlak onstuimig te beroeren en de lezer gaandeweg dieper en intenser te interesseren voor zijn veelzijdige idool. Wat mij betreft is hem dat ten volle gelukt, en dat is zonder meer een dikke voldoende waard, voor Gainsbourg én voor Hecke.

Onvertaald

Toch nog even wat mopperen. De vele Franse citaten en tekstfragmenten zijn onvertaald in het boek opgenomen. Vlamingen hebben daar wellicht wat minder moeite mee, maar voor de overige Nederlandstalige markt is dit een storende omissie. Want zelfs voor iemand die het Frans redelijk machtig is, blijft het moeilijk om woordspelingen en de veel voorkomende double entendre in Gainsbourg’s teksten goed te doorgronden.

Het is allerminst gemakzucht, maar het was tijdens het (geboeid) lezen erg hinderlijk om het boek steeds terzijde te moeten leggen om woorden te gaan opzoeken of teksten te analyseren. Voor een eventuele volgende editie dus graag Nederlandse ondertitels en/of verklarende voetnoten erbij.

Resumerend: een dubbelgelaagd en gekleurd biografisch verslag van het leven van een moeilijk grijpbare artiest. Een tot de verbeelding sprekende mix van (soms geromantiseerde) hoogte- en dieptepunten die levensecht zijn opgeschreven, lezen als een spannende fictieroman en die soms daadwerkelijk dorstig maken. Waarbij het de niet weinig vooringenomen auteur zonder meer is gelukt zijn held weer tot leven te wekken, of op zijn minst de belangstelling voor diens werk.

Theo de Grood

cover gainsbourg

 

 

titel   Gainsbourg
auteur   Rudolf Hecke (voorwoord van Tom Barman en Rick de Leeuw)
foto’s   Herman Selleslags
uitgeverij  EPO, Antwerpen, 2012
uitgave   paperback, 320p, met fotokatern
isbn   978-94-91297-32-8
prijs   € 24.50

 

 

 

 

Share Button

1 Reactie op Gainsbourg’s sturm und drang

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*