Tussen droom en daad staat de PVDA paraat

01

Groene energie is de enige optie voor mensen van goede wil, maar de realiteit van het aandeelhouderskapitalisme staat een duurzame toekomst van de energie in de weg. Zo zou ik de rode lijn willen formuleren in het jongste politieke boek van de Belgische uitgeverij EPO: Opgelicht/De energiezwendel van Electrabel & co van Tom De Meester.

Terwijl de grote zus in Nederland – de SP – sinds de vervroegde verkiezingen van het afgelopen jaar in de touwen hangt en haar aanhang inmiddels ook onder het bed is gedoken om het sein ‘brand meester’ van commandant Samsom af te wachten, gaat de Partij van de Arbeid van België (PVDA) onverstoorbaar verder met haar pogingen het socialisme opnieuw geloofwaardig te maken. Had partijvoorzitter Peter Mertens eind 2011 al een bestseller met zijn boek Hoe durven ze?, nu is de energiespecialist van de partij aan de beurt.

Tom De Meester verplaatst zich in zijn inleiding uitdrukkelijk in ‘de consument die verloren loopt in de jungle van de vrije energiemarkt’ en ‘de stroomrebel die durft dromen van een energierevolutie op maat van mens en milieu’ (p.16). Door de indeling van het boek komt dat meteen al tot uiting: De energiejungle (I), De Zeven Zusters (II), De energierevolutie (III) en Power to the people (IV).

Liberalisering en privatisering

Deel I begint met de geboorte van de ERT, de Europese Ronde Tafel (van bazen van multinationale ondernemingen en banken) die sinds het begin van de jaren ’80 systematisch heeft aangestuurd op een grote Europese markt als uitvalsbasis voor de verwachte concurrentiestrijd op mondiaal niveau. Liberalisering en privatisering werden in de politieke markt gezet als hoofddoelen waar met name de burger goed garen bij zou spinnen.

In België – net als in Nederland trouwens – vielen de politieke partijen en masse voor dit argument. Vandaar dat De Meester al in het tweede en derde hoofdstuk (van de 14 in totaal) uitlegt dat liberalisering van de energiemarkt helemaal niet tot lagere prijzen heeft geleid en dat de betrokken bedrijven onder het mom van ‘echte keuzevrijheid’ een markt hebben geschapen waar geen consument meer een touw aan vast kan knopen.

In deel II wordt allereerst de geschiedenis van Electrabel geschetst; van een kleine elektriciteitsproducent in Antwerpen in 1892 tot de megafusie in de Belgische energiesector van 1990 onder leiding van Tractebel – dochter van de fameuze Société Générale – waardoor Electrabel ontstond, met een marktaandeel van 94 procent op de thuismarkt. Via de overname van Tractebel door de Franse multinational Suez in 1999 kom De Meester dan bij de ‘Zeven Zusters’, het kartel dat tegenwoordig volgens de auteur ‘de helft van de Europese energiemarkt in handen heeft’ (p. 118). Behalve GDF Suez bestaat de groep uit nog een tweede Franse onderneming (EDF), twee Duitse ondernemingen E.ON en RWE, Enel in Italië, Vattenfall in Zweden en Iberdrola in Spanje.

Cruciaal in dit deel – en misschien wel in het hele boek – is naar mijn idee de verstrengeling van de energiesector met de financiële markten. Het genoemde zevental behaalde midden in de lopende crisis (2011) niet voor niets een bruto winst van 81 miljard euro (15 netto). De Amerikaanse ontdekking dat je meer kunt verdienen door met stroom te speculeren dan door elektriciteit te produceren, is in een vruchtbare Europese bodem gevallen. Reken maar dat de handelaren op de energiemarkten veel geleerd hebben van de beruchte complexe ‘producten’ in de bankenwereld. (GDF Suez heeft inmiddels een bankstatuut bemachtigd.)

Geen wonder dat de auteur hier op zijn best is, want de dagelijkse behoefte aan energie is in zijn analyse een kwestie van elementaire mensenrechten waarmee niet op een beurs of waar dan ook gesjoemeld dient te worden. Wie de volgende twee actualiteiten aan elkaar knoopt moet ook wel een socialistische Belg zijn: ‘Prijsmanipulatie op de energiemarkt, het is als doping in de Ronde van Frankrijk.’ (p. 147)

Groenestroomcertificaten

Deel III biedt vooral een kijkje in de wondere wereld van naïeve onwetende politici, uitvinders, bevlogen burgers (prosumenten!), gewiekste zakenlieden en doodgewone criminelen die overal geld in zien. De chaos waartoe de ‘groenestroomcertificaten’ van de Vlaamse overheid, voor met name zonne- en windenergie, sinds 2006 hebben geleid, is het meest sprekende voorbeeld. Ook de recente klimaattop in Doha komt aan bod en zelfs de niche van hen die mikken op het manipuleren van de natuur in plaats van op veranderingen in het menselijk gedrag (geo-engineering).

In deel IV, met de vooral niet ironisch op te vatten titel ‘Power to the people’, worden de contouren zichtbaar van een alternatief energiebeleid. Hoofdkenmerken zijn democratisering c.q. vermaatschappelijking van de structuren en instellingen, planning en internationale coördinatie. Met kleinschalige plaatselijke initiatieven zoals de transition towns van Hopkins neemt De Meester geen genoegen.

De jongste groene bevlieging van de planners in China spreekt al meer tot zijn verbeelding (p. 213). Het meeste vertrouwen heeft hij in de recente golf van gemeentelijke initiatieven bij onze oosterburen in de richting van een Rekommunalisierung van de stroomvoorziening. We moeten in ieder geval ‘groot denken’, vindt hij. Wie die ‘we’ precies zijn, blijft in de lucht hangen. De rebel-consument dan maar?

Als ik de noot aan de lezer op p. 11 goed begrepen heb, was het de auteur niet toegestaan zijn tekst kracht bij te zetten met andere, niet strikt-verbale, soorten formatie zoals grafieken, opsommingen, formules en illustraties. Want die zouden het de lezer lastiger kunnen maken het boek in één adem uit te lezen.

Ik weet niet op wat voor onderzoek deze oekaze gebaseerd is. Als buitenlandse lezer had ik in ieder geval een handig overzicht van de belangrijkste acteurs (leveranciers, beheerders e.d.), veel voorkomende begrippen en de meest relevante regel- en wetgeving goed kunnen gebruiken, al was het slechts om me te bemoedigen. Nu heb ik bijvoorbeeld tot blz. 75 moeten doorlezen om er – toevallig – achter te komen dat er zoiets bestaat als een ‘sociaal tarief’, waar 7 procent van de Vlaamse huishoudens recht op heeft.

Spierballentaal

Zeker, het boek is in diverse opzichten informatief en onderhoudend. Ideologisch beladen spierballentaal welke ook nog hout snijdt en gelardeerd is met humor: waar vind je die tegenwoordig nog? Maar het boek is wel volgepropt met talloze grote en kleine, vaak niet zo maar te behappen feiten en inzichten en dat leest natuurlijk minder gemakkelijk weg dan een Aspe of De Coster.

Bovendien springt de auteur vaak heen en weer in de tijd, zodat ik als achtbaanliefhebber niet echt aan mijn trekken kwam. Des te teleurstellender vind ik het dat de doorzetter op het eind wordt afgescheept met een lijst van 200 noten en geen register. Het gevolg is dat je je een ongeluk moet zoeken om bepaalde dingen terug te vinden.

In Nederland is energie trouwens ook een basisbehoefte die de samenleving intensief bezighoudt en in de politiek tot allerlei verwikkelingen leidt. Daarom verwondert het me dat de uitgever niet wat meer moeite heeft gedaan – al was het maar met een enkele ingreep of toevoeging – om dit boek ook ten noorden van Wuustwezel een grote lezersschare te bezorgen. Over internationale samenwerking gesproken…

Theo Ruyter

 

opgelicht

 

titel   Opgelicht/De energiezwendel van Electrabel & co
auteur   Tom De Meester
uitgever  EPO-Berchem (B.), 2013
uitgave  paperback (12,5 x 20 cm), 246p
isbn  9789491297151
prijs  € 19.90

 

 

 

Share Button

1 Reactie op Tussen droom en daad staat de PVDA paraat

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Laatste reacties
Rubrieken