The Lone Ranger

the lone ranger1

De western is heden ten dage geen populair genre binnen de filmwereld. Desondanks hebben regisseur Gore Verbinski en producent Jerry Bruckheimer geprobeerd met The Lone Ranger het genre nieuw leven in te blazen. Het is een merkwaardige en onevenwichtige western geworden, een visueel indrukwekkend epos, gelardeerd met de schalkse en ontregelende humor die Verbinski en Bruckheimer reeds in hun Pirates of the Carribean-films gebruikten.

Het is interessant om te zien hoe in The Lone Ranger de mythe van het Wilde Westen wordt omarmd en tegelijkertijd wordt bekritiseerd. De aanleg van een spoorlijn dwars door de Verenigde Staten staat centraal. Alle middelen worden ingezet om dat doel te bereiken, inclusief het uitroeien van de indianen. Het verhaal bevat een anti-Amerikaanse boodschap, opmerkelijk voor een dergelijke blockbuster. Verklaart deze maatschappijkritiek soms de koele en vaak vijandige ontvangst door de filmcritici in de VS?

Het is hoe dan ook een moedige en gewaagde film geworden, een tegendraads en stekelig epos, gebaseerd op het gelijknamige hoorspel uit de jaren ’30 en de tv-serie uit de jaren ’50 van de vorige eeuw. De Lone Ranger, gespeeld door Arnie Hammer, is nog steeds de rechtschapen held met het oogmasker, al berooft hij aan het begin van de film wel een bank. Het hoe en waarom wordt later verduidelijkt.

Tonto de indiaan (Johnny Depp) is het maatje van de Lone Ranger, al is het tegen wil en dank. Depp zet wederom een uiterst excentriek personage neer, gepleisterd onder een dikke laag make-up en getooid met een dode vogel op het hoofd. Zijn inspiratiebron is zonder twijfel de grote overleden komiek Buster Keaton, die met zijn emotieloze gelaat een maximaal komisch effect wist te bewerkstelligen.

Tonto en de Lone Ranger zitten achter de bloeddorstige boef Butch (William Fichtner) aan. Butch heeft de gewoonte om het hart van zijn tegenstander uit het lichaam te snijden en op te eten. Dit is een van die rare lugubere kronkels waar de film vol mee zit. De film heeft een vreemde mengeling van groots epos en ontregelende zwarte humor opgeleverd.

the lone ranger2

Het is bepaald geen verrassing dat alle narigheid terug te voeren is op de door en door corrupte spoorwegbaas Cole (Tom Wilkinson). Dat het Amerikaanse leger zich aan de hoogste bieder verkoopt, past eveneens in het plaatje. Al dat tuig herinnert aan het geboefte in de westerns van Sergio Leone. Visueel gezien zijn Leone en John Ford de grote voorbeelden van Verbinski, die zelf in The Lone Ranger heeft uitgepakt met majestueuze beelden van indrukwekkende landschappen.

De film is grotendeels op locatie gedraaid, wat het authentieke karakter van de film verklaart. Kosten nog moeite zijn gespaard om het Wilde Westen weer tot leven te brengen. De briljant geschoten finale op rijdende treinen is een ode aan The General van Buster Keaton. Verbinski citeert heel wat beroemde films en filmmakers, maar hij heeft er toch zijn eigen draai aan weten te geven. De regisseur is een visueel artiest die er ook nog in slaagt de actie overzichtelijk te houden, inmiddels een zeldzaam talent in Hollywood.

Wisselingen in stijl en toon tekenen de onevenwichtigheid van The Lone Ranger. Dat houdt de film boeiend, ondanks de lengte van twee en half uur. Het was een krankzinnige onderneming om deze film te maken die tegen alle modes ingaat. De productie kostte maar liefst 250 miljoen dollar. Toch goed dat het nog steeds mogelijk is om een dergelijke curieuze productie te kunnen maken.

Ulrik van Tongeren

The Lone Ranger (Walt Disney Company, 2013), vanaf 8 augustus in de bioscopen.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken