Rutte en de dictatuur van markteconomen

04

Ondanks de loftuitingen op twitter – ‘Tjeetje. Uit zijn hoofd joh!’ – vond ik minister-president Mark Rutte in zijn H. J. Schoo-lezing van afgelopen maandag klinken als een verwarde bondscoach. Stel je Louis van Gaal voor die tegen zijn team zegt: ‘Jongens zoek het maar lekker uit tegen die verrekte Duitsers!’. Vervolgens stiefelt de bondscoach met de bal onder zijn arm het laantje uit om de wedstrijd thuis te gaan zien.

Onze toekomst? Onduidelijk, in de ogen van Rutte. We bevinden ons in een overgangstijd, daar valt weinig aan te doen. Als rasechte liberaal gelooft Rutte niet in visies. Blauwdrukken leiden tot concentratiekampen, zo heeft de geschiedenis ons geleerd. De premier verdoezelde zijn visie over verdelingsvraagstukken, een kwestie voor de Algemene Beschouwingen eind september. Dat was niet moeilijk met zijn publiek, die hadden het druk met twitteren in de zaal van de Rode Hoed en gingen netjes rechtop zitten zodra de camera op hen inzoomde.

De onvermijdelijke gang van de geschiedenis naar een nieuwe tijd (die enigszins lijkt op de historische wetmatigheden à la Marx) kan alleen zijn vorm vinden wanneer we streng bezuinigen. Het utopia van de 3 procent en de vergrijsde heilstaat kan bereikt worden wanneer de arbeidsmarkt, sociale zekerheid en gezondheidszorg strak hervormd worden.

Voor dat laatste betekent dat: niet blijven doorbehandelen van dure kwalen, tenzij het een kwestie is voor de markt natuurlijk. Toevallig ongunstig voor lage inkomens, maar we moeten dit volgens Rutte niet opvatten als ideologie. Wel als onvermijdelijke fase in de geschiedenis, die tot ver in de toekomst is uitgerekend door een gestaalde voorhoede van markteconomen.

Gaat het in de Nederlandse crisis niet juist om gebrek aan vertrouwen in de toekomst? Want dit visieloze gezever deed coalitiegenoot Samsom tijdens de laatste verkiezingen af als ‘ik vertel het eerlijke verhaal’. Over de werkgelegenheid voor de laagstbetaalden bijvoorbeeld, hoge inkomens merken financieel weinig van de overgangstijd.

Gaat minister Asscher de onzekerheden op de arbeidsmarkt, die deze vertrouwenscrisis voor een groot deel veroorzaakt, oplossen? Dat vertrouwde hij ons zondagmiddag toe in het tv-programma Buitenhof. Flex waar mogelijk, maar met zekerheid. De laagstbetaalden moeten ook vooruitzicht hebben. Wat zei Asscher nog meer? ‘Tijdelijke vaste contracten’ of ‘vaste tijdelijke contracten’? Hij klonk zoals Han van der Horst opmerkt: ‘Asscher praatte maar om met zijn woordenvloed de indruk weg te nemen dat hij meer onzekerheid ging creëren op de arbeidsmarkt.’

Bestaat vertrouwen in de toekomst zonder visie? Het Groot Woordenboek der Nederlandse taal Van Dale beschrijft het lemma vertrouwen als volgt: ‘rekenen op’ en ‘bouwen op’. Wanneer een basis van vertrouwen ontbreekt, is een relatie gedoemd te mislukken. Dat geldt evenzeer voor een samenleving: vertrouwen is het cement van de economie.

Maar zodra je een willekeurige econoom vraagt over zekerheid of markt, dan antwoordt deze als politicus van een middenpartij: ‘Onvermijdelijk minder zekerheid en meer markt, daar moeten wij ons op instellen. Wij moeten van Europa’. Een gedachte die is ontleend aan het marxisme: ‘wij zijn het product van de omstandigheden’. Met een dikke religieuze rand: We hebben geen keuze, alles is voorbeschikt.

Ron Kretzschmar

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken