17

Als dekmantel zijn politie-infiltranten in Groot-Brittannië in de jaren ’80 en ’90 intense liefdesrelaties aangegaan met linkse activisten. Om vervolgens na jaren in het niets te verdwijnen, onthutste vrouwen en een enkel kind achterlatend.

Op 19 september 2011 bereidt Robert Lambert, een lange goedgeklede academicus van achter in de vijftig, zich voor op zijn toespraak voor een Londense denktank. Hij zal spreken over zijn net verschenen boek waarin hij verslag doet van periodes uit zijn 26-jarige carrière bij de politie-inlichtingendienst. In het boek worden de meest onfrisse periodes uit zijn verleden overgeslagen. Een paar maanden later lag Lambert’s reputatie te grabbel.

SDS

Lambert kwam in 1977 op zijn 25ste bij de politie. Binnen drie jaar zat hij bij de Special Branch, een speciale opsporingseenheid van de Londense politie. Niet veel later werd hij gerecruteerd voor de Special Demonstration Squad, de SDS, een uiterst geheime eenheid binnen de Londense politie. Zijn undercover personage was Mark ‘Bob’ Robinson, een charmante, intelligente radicale activist die wel hield van een beetje gevaar. In 1983 – het eerste jaar van zijn missie – ontmoette Lambert (‘Bob’) ‘Charlotte’, destijds 22 jaar, tijdens een dierenrechtendemonstratie voor het gemeentehuis van Hackney, Oost-Londen.

“Hij vertelde dat hij als tuinier werkte in Noord-Londen”, vertelt Charlotte. “Overal waar ik was dook hij op, probeerde hij zich nuttig te maken en m’n aandacht te trekken.” Lambert werd Charlotte’s eerste serieuze vriendje en wekte de indruk een bevlogen politiek activist te zijn. “Hij plaagde me, in zijn ogen was ik niet toegewijd genoeg. Ik was vegetariër maar hij moedigde me aan om veganist te worden. Dankzij hem raakte ik steeds meer betrokken bij directe acties.”

18
‘Bob’ Lambert

Binnen een paar maanden bleek het paar een gevestigd koppel onder radicale actievoerders in Londen. “Bob had een eigen woning, maar meestal verbleef hij bij mij thuis. Van tijd tot tijd moest hij een poosje weg om, zoals hij zei, voor zijn demente vader in Cumbria te zorgen, of voor klussen als tuinier.” In werkelijkheid leidde hij een dubbelleven. Lambert’s vader was niet dement en woonde niet in Cumbria. Als Lambert niet bij Charlotte was, verbleef hij bij zijn vrouw en kinderen in Herefordshire. Minstens vijf dagen per week verbleef hij bij Charlotte.

 Een van de lastigste opgaven voor een geheim agent is om zomaar uit het niets te verschijnen binnen radicale actiekringen, zonder vrienden of familie die kunnen bevestigen wie hij is. Een vriendinnetje zoeken is dan een relatief eenvoudige manier om dat probleem te omzeilen en een politie-infiltrant op een echt persoon te laten lijken. “Eerst was Bob er niet”, herinnert zich een vriend van het stel, “en opeens zag je hem overal.”

Animal Liberation Front

Lambert dook in het actieleven en raakte betrokken bij de kraakbeweging, free-festivals en actiekampen tegen kernwapens. Een kleine, radicale lokale milieugroepering, London Greenpeace – niet verbonden aan de internationale Greenpeace organisatie – wekte zijn belangstelling. Het was de volgende stap naar het uiteindelijke hoofddoel van zijn missie – zien door te dringen tot de uiterst geheime radicale vleugel van het Animal Liberation Front (ALF).

Lambert knoopte vriendschappen aan met activisten waarvan hij vermoedde dat ze tot het ALF behoorden. Eén daarvan was Geoff Sheppard. Net als bij Charlotte gaf Lambert hem het gevoel dat er een bijzondere band was tussen de twee: verbonden door de strijd. “Ik geloofde in hem, mocht hem graag. Ik beschouwde hem als vriend”, aldus Sheppard. Volgens hem bracht Lambert een destijds bekende ALF-brochure uit waarin de filosofie van de groep uiteen werd gezet.

19
Aanslag op een filiaal van Debenhams in Luton, Bedfordshire

Sheppard denkt terug aan het moment in 1987 waarop drie ALF-activisten plannen maakten om bij drie vestigingen van winkelketen Debenhams brand te stichten. Hiermee wilden ze het bedrijf dwingen de verkoop van bont te staken. Zijn getuigenverklaring over de aanslag op Debenhams en Lambert’s aandeel daarin – werd in juni 2012 aangehaald in een parlementaire toespraak van Kamerlid Caroline Lucas (Green Party). Sheppard had verklaard “geen enkele twijfel te hebben over het feit dat Bob Lambert de brandbom plaatste in de Debenhams vestiging te Harrow.”

Lambert heeft altijd ontkend de brandbom, die voor een half miljoen euro schade aanrichtte, te hebben geplaatst. Wel gaat hij er prat op dat dankzij hem Sheppard en Andrew Clarke, een andere ALF-activist, veroordeeld werden voor de aanslagen. Ondanks zijn vele jaren in gevangenschap, zou het in de kwart eeuw die volgde niet één keer bij Sheppard opgekomen zijn dat zijn vriend Bob Robinson hem had verraden.

Twee jaar voor de Debenhams aanslagen, in het najaar van 1985, hield Bob Lambert zijn pasgeboren zoon voor het eerst vast, aan het kraambed van Charlotte. “Bob was de veertien uur die de bevalling duurde continu bij me”, vertelt Charlotte. “Hij leek stapeldol op de baby te zijn. Hij was een geweldige vader en ik had geen enkele reden te geloven dat onze zoon niet zijn eerste kind was. Ik wist toen niet dat hij getrouwd was en twee kinderen had.”

Promotie

Lambert was niet de eerste agent die in dienst van de SDS een kind verwekte. In de vroege jaren ’80 werd ten minste nog een kind verwekt door een SDS’er. In plaats van een waarschuwing kreeg de betreffende agent promotie naar een hoge functie binnen de dienst. Toch was het doorgaans niet de bedoeling dat politie-infiltranten kinderen kregen – het maakte het leven nodeloos ingewikkeld.

Omdat Lambert en Charlotte niet getrouwd waren, moesten beide partners hun handtekening zetten in het geboorteregister. Maar bij elke afspraak om te gaan tekenen liet Lambert het afweten, en werd het kind uiteindelijk enkel onder Charlotte’s naam ingeschreven. Misschien lijkt Lambert’s onwil om te tekenen vreemd, maar destijds was het niet ongebruikelijk om als radicaal activist ieder contact met de overheid uit de weg te gaan.

Maar de zwangerschap bleek niet ongewenst, Charlotte wilde het kind en dacht dat Lambert er net zo over dacht. In de begintijd nam hij zijn kind mee op vader-en-zoon uitstapjes en bracht hij bijna al zijn vrije tijd door met zijn nieuwe gezin. Maar in 1987, toen Lambert diep in de ALF geïnfiltreerd was, werd hij afstandelijker.

20
‘Bob’ en Charlotte

Geldgebrek was de aanleiding waardoor de relatie onder druk kwam te staan. Vrienden van Charlotte weten nog te herinneren dat zij het aanvankelijk niet erg vond om de verantwoordelijkheid voor het gezinsinkomen te dragen zodat Lambert al zijn tijd in politiek activisme kon steken. Maar na verloop van tijd leidde dit tot spanningen. Lambert klaagde er in die tijd ook over dat Charlotte, 18 maanden na de geboorte van hun zoon, hun seksleven verwaarloosde. Charlotte denkt achteraf dat Lambert haar opzettelijk provoceerde om haar uit te putten. “Er op terugkijkend begrijp ik hoe hij doelbewust naar het einde van onze relatie toe heeft gewerkt.”

 Charlotte is één van de vier vrouwen geweest met wie Lambert in de jaren ’80 seksuele relaties aanging in zijn rol als infiltrant. Met de een had hij een one-night stand, met een ander bleef hij een paar maanden samen. De vierde relatie met Karen was apart, want het ging hier niet om een uitgesproken politiek activiste, maar om een vrouw die Lambert’s geheime identiteit geloofwaardiger kon maken.

Vrije geest

Karen ontmoette Lambert in mei 1987 op een feestje in Noord-Londen, rond de tijd dat zijn relatie met Charlotte uiteen viel. Karen, 24 jaar oud en net in Londen komen wonen op zoek naar werk, was direct onder de indruk van hem. “Ik dacht dat ik de ware had gevonden. Hij was enorm charmant en ik overwoog hem aan mijn ouders voor te stellen”, vertelt ze. Karen wist van zijn zoontje uit een vorige relatie, Lambert bracht hem soms mee naar hun ontmoetingen. Hij kwam over als een vrije geest met politiek rebelse trekjes.

Er was een periode in de zomer van 1987 dat Lambert minstens één dag per week met zijn vrouw en kinderen in een buitenwijk doorbracht, en de rest van de week met Karen of Charlotte, waar hij nog steeds mee sliep. Dat hij met beide vrouwen een relatie onderhield had een reden: iedere SDS-agent moet een plausibele reden hebben om alles achter te kunnen laten en te verdwijnen – en het is van belang dat voldoende mensen uit de directe omgeving de verdwijning aannemelijk kunnen maken.

Na de arrestatie van ALF’ers Sheppard en Clarke vertelde Lambert aan Karen, Charlotte en andere vrienden dat hij waarschijnlijk de volgende persoon zou zijn om opgepakt te worden. In de laatste maanden van 1988 bespraken Karen en hij wat hen te doen stond. Het leek overduidelijk dat hij beter een paar jaar kon verdwijnen. “Mijn hart brak”, zegt Karen. “Zelfs toen hij vertrok kon ik me niet voorstellen dat het voorbij was, zo dol waren we op elkaar. Ik wilde samen met hem vluchten.”

Begin 1989 ontving Karen een lange brief van Lambert met een poststempel uit Valencia, Spanje, waarin hij schreef niet terug te zullen komen, maar wel zinspeelde op de mogelijkheid dat zij hem kon komen opzoeken. Het was wreed om nog valse hoop te wekken, maar Lambert wist dat daarmee zijn verdwijning nog echter zou lijken. Deze mogelijkheid had hij al eerder besproken met Charlotte. “Hij beloofde me zijn zoon nooit in de steek te zullen laten en zei dat ik, zodra het veilig genoeg was, met de baby naar Spanje kon komen om hem te zien.”

Ook Charlotte ontving een brief van Lambert uit Spanje. Het was het laatste wat zij, haar zoon en Karen zouden vernemen van ‘Bob Robinson’. Charlotte kreeg na verloop van tijd een relatie met een andere man, waar ze mee is getrouwd. Maar vijf jaar later overleed hij en had haar zoon van acht al twee vaders verloren. Charlotte ging wanhopig op zoek naar Lambert, omdat ze dacht dat hij hun zoon kon helpen. Ze schakelde hiervoor de hulp in van de sociale dienst en jeugdzorg, maar hij bleek onvindbaar in officiële bestanden. Het was alsof Bob Robinson niet bestond.

Ontmaskering

Lambert bevond zich ondertussen een paar kilometer verderop, achter zijn bureau op Scotland Yard. Hij stopte uiteindelijk bij de politie in 2007, na tientallen politie-infiltranten te hebben begeleid. Zijn ex-collega’s waren nogal verbaasd dat hij voortaan als academicus door het leven ging. Hij werkte voor de universiteit van St Andrews en Exeter en werd veelvuldig uitgenodigd als spreker in het lezingencircuit. Hij verscheen zelfs op televisie.

Uiteindelijk waren het oud-activisten van het inmiddels opgeheven London Greenpeace die er achter kwamen dat Bob Robinson niet zat ondergedoken in Spanje, maar als academicus lezingen gaf door heel Engeland. Wat volgde was een serie onthullingen over Lambert’s geheime verleden, waaronder in juni 2012 een artikel in de Daily Mail over de brandaanslagen op Debenhams.

Donderdag 14 juni 2013 begon als een gewone dag voor Charlotte. “Ik kwam rond vier uur thuis van m’n werk, zette koffie en omdat het mooi weer was ging ik in de tuin zitten. Door de krant bladerend zag ik de foto van Bob Robinson uit de jaren ’80 – het was ‘mijn’ Bob, de vader van mijn zoon. Ik had al 24 jaar niets van hem vernomen en vanaf het krantenpapier staarde hij me nu aan. Ik raakte in een shock, hapte naar adem en begon te trillen.”

De dag erop probeerde Charlotte Lambert te vinden. Ze wist nu dat hij voor St. Andrews werkte. “Ik belde de universiteit en kreeg een dame van zijn kantoor aan de lijn. Tien minuten later ging de telefoon, het was Bob”, vertelt ze. “Het was voor het eerst in 24 jaar dat ik zijn stem hoorde, en herkende hem meteen. Het was heel emotioneel. Ik weet nog dat ik vroeg: ‘Waarom ik?’ Volgens Charlotte klonk Lambert aangedaan maar had hij weinig te melden. “Hij kon mijn vragen niet beantwoorden”, zegt ze. “Ik geloofde geen woord meer van wat hij zei.”

De traumatische ontdekking dat Lambert een politie-infiltrant was geweest, leidde tot maandenlange psychiatrische behandelingen. Volgens vrienden is Charlotte sindsdien niet meer de oude. Ze is continu gespannen en heeft suïcidale gedachten. “Ik ben zo in de war en gekwetst door wat er gebeurd is”, zegt ze. “Ik begrijp niet waarvan ik verdacht werd, dat de staat mij op deze manier heeft behandeld. Ik vormde immers geen gevaar voor de nationale veiligheid. En wat was mijn kind – collateral damage?”

McLibel

21
Illustratie op het gewraakte McDonald’s pamflet

Het bedrog van Charlotte, Karen en zijn zoon waren niet de enige lijken in Lamberts kast. Zijn periode als infiltrant viel deels samen met de lange juridische strijd die bekend werd als de McLibel-zaak. Een kleine milieugroepering had een haastig getypt pamflet uitgedeeld waarin ‘s werelds grootste hamburgerketen McDonald’s werd verketterd.

In plaats van de speldenprik te negeren, besloot McDonald’s gebruik te maken van de strenge Britse smaadwetgeving en klaagde de activisten aan. De multinational ging er vanuit dat de beklaagden zich snel zouden terugtrekken, het pamflet zouden intrekken en hun excuses zouden aanbieden. Maar het liepen even anders: de activisten gingen de juridische strijd aan met McDonald’s. Het zou uitgroeien tot de langstdurende rechtszaak uit de Engelse geschiedenis.

De groepering die achter het McLibel-pamflet zat, was London Greenpeace. Een van de schrijvers van het gewraakte pamflet bleek politie-infiltrant Bob Lambert. Hij heeft het pamflet niet alleen geschreven, maar volgens meerdere leden van de groep was hij wel één van de schrijvers. “Hij was er heel trots op”, weet een van Lambert’s vrienden nog. “Het was zijn geesteskind en hij nam het overal mee naartoe.”

Paul Gravett, een van de voormalige activisten van London Greenpeace, zegt dat verschillende mensen bij hebben gedragen aan het pamflet, maar dat Lambert “destijds een van de prominentste personen in de groep was”. Lambert vertrouwde zijn toenmalige vriendin Karen toe dat hij achter het pamflet zat, maar bij anderen gaf hij dat niet graag toe. “Hij wilde niet dat mensen wisten dat hij er ook aan had bijgedragen”, aldus Karen. “Hij wilde niet opvallen.”

John Dines

Lambert bleek niet de enige SDS-spion die infiltreerde in London Greenpeace. Toen zijn undercover operatie ten einde liep, werd besloten om nog een geheim agent in de groep te laten infiltreren. De keuze viel op John Dines, die undercover ging onder de naam ‘John Barker’, en een relatie aanging met Helen Steel, een van de twee actievoerders die de zaak tegen McDonald’s uitvocht.

Dines begon Steel het hof te maken in 1990. “Hij zei de rest van zijn leven bij me te willen blijven”, vertelt ze. “Het duurde niet lang of ik was smoorverliefd, zo verliefd was ik nooit eerder geweest, en ben ik daarna ook nooit meer geworden. Hij wilde kinderen. Hij vertelde graag dat hij ooit een ouder Grieks echtpaar op de veranda had zien zitten, kijkend naar de zonsondergang, en dat hij zich ons zo voorstelde als we oud waren.”

23
John Dines

Tegen de zomer van 1991 begon Dines, als onderdeel van z’n exit-strategie, symptomen van een naderende instorting te vertonen. “Hij zei alsmaar dat hij niemand meer had, behalve mij. Zijn ouders waren dood en hij had geen broers of zussen. De enige vrouw waar hij ooit van had gehouden voor hij mij ontmoette, was ene Debbie, die hem had verlaten. Hij zei zeker te weten dat ik dat ook ging doen.”

 In maart 1992 vertrok Dines naar Zuid-Afrika, omdat hij het allemaal niet meer aankon. Steel ontving daarna nog twee brieven met Zuid-Afrikaanse postzegels. Daarna verdween hij volkomen. “Ik was ziek van angst dat hij een eind aan zijn leven zou maken.” Steel zocht contact met het Britse consulaat in Zuid-Afrika en schakelde uiteindelijk een privé-detective in, die ook al geen enkel spoor van haar partner kon vinden.

 In werkelijkheid werkte Dines weer op kantoor bij Scotland Yard. Maar in 1994 ging hij met vervroegd pensioen als compensatie voor zijn slechte gezondheid. Later keerde hij terug naar Nieuw-Zeeland, waar hij een deel van zijn tienerjaren zou hebben doorgebracht.

Barker reeds jaren dood

Een van de eerste aanwijzingen die Steel vond tijdens haar zoektocht naar Dines’ verblijf, was een kopie van zijn vermeende geboortebewijs: geboren in Derby, januari 1960. Het document bevestigde wat hij haar al eerder had verteld. Pas anderhalf jaar later besloot Steel om ook het overlijdensregister eens na te kijken. Tot haar stomme verbazing bleek dat de echte John Barker als kind was overleden aan leukemie. “De koude rillingen liepen over m’n rug”, zegt ze. “Toen ik de overlijdensakte in handen kreeg, was er geen twijfel meer mogelijk. Dezelfde persoon. Dezelfde ouders. Hetzelfde adres. Maar hij was overleden als jongetje van acht.”

Die ontdekking zette Steel’s wereld op zijn kop. “Het voelde aan als het verlies van een naaste, maar het was niet iets waar ik met mensen over kon praten. Ineens bestond hij niet meer. Dit was iemand die ik vijf jaar heb gekend, en waar ik twee jaar mee heb samengeleefd. Hoe kon ik ooit nog iemand vertrouwen? Alle foto’s en alle herinneringen die ik heb gaan over een naamloze vreemde. Wat moet je daar mee?”

Aanwijzingen leidden Steel in 2002 naar een gemeentearchief in Nieuw-Zeeland. Daar trof ze een document aan dat Dines verbond met Debbie, de vrouw waar hij, tien jaar voordat hij Steel ontmoette, mee was getrouwd. Terug in Londen vroeg Steel het trouwbewijs van het paar op. Ze herkende onmiddellijk het handschrift van haar vriend. “Wat me trof als een vuistslag was dat hij als beroep ‘politieman’ had ingevuld. Toen ik dat las, werd ik vreselijk beroerd, voelde me ernstig misbruikt. Ik ging kapot toen ik dat las.”

Steel wist nu dat Dines een politieman was geweest toen hij trouwde in 1977. Maar het zou nog steeds kunnen dat hij zijn baan had opgegeven vóór hij activist werd. Ze liet vrienden en familie de bewijsstukken zien. Een aantal van hen waarschuwde dat Helen niet te snel moest denken dat Dines een politiespion was. “Ik weet nog dat mijn vader zei: ‘Doe niet zo paranoia – dat zou in dit land nooit gebeuren’.”

Nadat in 2001 de SDS vreesde dat Steel te dichtbij Dines zou komen, namen ze een opmerkelijk besluit. Op kosten van de Britse belastingbetaler besloten ze tot een dure ingreep: de voormalig spion vestigde zich in een ander land.

Reclaim The Streets

Helen Steel was niet de enige vrouw die zocht naar een onzichtbare man. Milieu-activiste Laura ontmoette Jim Boyling alias ‘Jim Sutton’ tegen het einde van zijn infiltratieperiode. Boyling, een voormalig jachtsaboteur, was in de jaren ’90 actief binnen de actiegroep Reclaim the Streets (RTS). De kennismaking vond plaats in de zomer van 1999, tijdens een RTS-vergadering in Londen.

24
Jim Boyling

Laura en Jim woonden al snel samen, maar de romance was enigszins overweldigend. “In het begin heb ik het bijna uitgemaakt omdat we te hard van stapel liepen”, vertelt Laura. Er was maar één moment waarop ze de achtergrond van de man, die ze als haar soulmate beschouwde, in twijfel trok. “Het was in een flits, het was de manier waarop hij zijn laarzen zat te poetsen. Ik dacht ineens: ‘wie is die vent in mijn keuken?’ Een moment later was het voorbij en was hij weer gewoon Jim.”

Maar in mei 2000 zei hij haar opeens dat hij er vandoor moest. Na zijn vertrek onderzocht Laura zijn achtergrond. Ze maakte zich zorgen over het feit dat hij in gevaar zou zijn. Uit officiële registers kwam ze erachter dat hij niet geadopteerd was, zoals hij had beweerd, en evenmin jarig was op de datum die hij haar had verteld.

Door een mailtje van hem verkeerde zij in de veronderstelling dat hij in de druiventeelt was gaan werken in Zuid-Afrika. In 2001 bracht ze er drie maanden door om hem te zoeken. Eenmaal terug in Londen had ze geen huis meer. “Ik had al mijn spaargeld gebruikt om hem te vinden en was erg afgevallen, ik woog nog maar 40 kilo. Ik heb een tijdje in een jeugdherberg doorgebracht, en op de bank bij een wildvreemde.”

Ze vond Boyling uiteindelijk in Kingston, Surrey, waar hij alles min of meer opbiechtte. Hij gaf toe dat hij had gespioneerd voor de politie en vertelde haar zijn echte naam, maar zei ook dat hij door zijn undercover ervaringen veranderd was. Hij zei dat hij heel verliefd op haar was en de relatie wilde voortzetten. Boyling heeft haar diverse malen beloofd ontslag te zullen nemen bij de politie om met haar een nieuw leven te beginnen.

Getrouwd

Binnen twee weken was ze in verwachting van zijn eerste kind. Ze zijn uiteindelijk getrouwd en later verhuisd uit Londen met twee kinderen. Laura legt uit dat ze had gehoopt dat het huwelijk hem houvast zou geven en de moed om bij de politie te vertrekken, maar Boyling werd “hoe langer hoe baziger, onvoorspelbaar en grof.” Februari 2007 vluchtte ze naar een blijf-van-mijn-lijf huis, acht maanden nadat ze daar voor het eerst hulp had gezocht.

Laura kreeg enorm behoefte aan contact met haar oude vrienden uit milieu-actiekringen, maar wist niet meer wie ze nog kon vertrouwen. Als haar eigen vriendje al een agent bleek te zijn geweest, hoe kun je dan nog weten wie een echte activist is en wie informant? “Je verwacht niet dat degene die je het meest vertrouwt in de hele wereld niet bestaat”, zegt ze. “Ik denk niet dat de Metropolitan Police enige consideratie voor ons heeft. Je bent niet meer dan een treetje op de ladder naar geloofwaardigheid.”

Boyling op zijn beurt benadrukt dat hij zich nooit heeft misdragen tegenover Laura. Volgens hem waren ze “niet meer bij elkaar” toen ze naar het opvanghuis vertrok. Hij voegt er aan toe: “Ik heb altijd geprobeerd haar te steunen, ondanks onze scheiding. Ik heb de opvoeding van de kinderen altijd financieel gesteund en dat doe ik nog steeds. Ondanks alles wil ik Laura niet bekritiseren, ze is altijd een liefhebbende moeder geweest voor onze kinderen. Het leven was al moeilijk genoeg.”

Twee jaar na de scheiding, terwijl ze nog steeds onder behandeling was voor het trauma van de relatie, raapte Laura de moed bijeen om contact te zoeken met een oude vriendin, Helen Steel. Tijdens hun ontmoeting heeft Laura haar verteld dat Boyling een politiespion is geweest. Ze vertelde ook dat hij haar een keer had gezegd dat hij medelijden had met Steel, omdat ze was bespioneerd door drie geheim agenten: Lambert, John Dines en hemzelf.

Liefde bleek nep

Steel heeft achttien jaar moeten wachten op bevestiging van haar vermoedens. “Hoewel het ongelooflijk pijnlijk was, was het een opluchting om eindelijk de waarheid te weten. Ik hoefde me niet meer af te vragen hoe het zit.” Bijna twintig jaar heeft Steel gehoopt dat Dines, ondanks zijn bedrog, wel degelijk van haar heeft gehouden.

Het is nog niet zo lang geleden dat ze concludeerde dat zijn liefde ook nep moet zijn geweest. “Ik heb alle brieven die hij me destijds gestuurd heeft herlezen, inmiddels met de wetenschap dat hij geheim agent was en dat zijn ouders gewoon nog leefden”, vertelt ze. “Destijds maakten zijn verhalen diepe indruk, maar de dingen die hij me toevertrouwde, waardoor ik zo ongerust was over zijn lot, waren compleet verzonnen. Dat is manipulatie. Het is misbruik.”

 

Dit artikel is een bewerkt hoofdstuk uit het boek Undercover: The True Story of Britiain’s secret police, geschreven door Paul Lewis en Rob Evans, uitgeverij Guardian Faber Books. Meer weten, bekijk dan de onderstaande documentaire van Channel4, een aanrader.

 

 

Door ravage

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*