Het ultieme weerwoord van een gevallen ING-directeur

07

Hoe een zondagskind uit de reclamewereld de schellen van de ogen vielen

Midden in de zomer van 2005 kreeg Jurgen Spelbos de schrik van zijn leven. Hij was al ruim vijf jaar hoofd marketing en communicatie bij ING Bank Nederland en zag zich op 4 augustus – met naam en toenaam – in De Telegraaf neergezet als een asociale sjoemelaar. In de grootste krant van het land nog wel en bovendien mét de kanttekening dat zijn bazen willens en wetens de ogen hadden gesloten voor zijn wangedrag.

Het had met een sisser kunnen aflopen, maar omdat de interne eensgezindheid bij de ING Groep ver te zoeken was en de buitenwereld de ene affaire na de andere op het spoor kwam, bleef de zaak dooretteren en ging de boodschap van De Telegraaf over de foute directeur een eigen leven leiden. Spelbos kwam al gauw alleen te staan, te meer omdat hij meende er goed aan te doen het spreekverbod in acht te nemen dat de bank hem had opgelegd.

Met behulp van een eigen advocaat stuurde hij aan op een kort geding, waarin de rechter zou vaststellen dat de verdachtmakingen in het Telegraaf-bericht vals waren en dat zijn werkgever ook in de fout was gegaan. Dat lukte, maar toen was de relatie met de bank al voorgoed verstoord. Wat hem nog overbleef was touwtrekken over de voorwaarden voor ontslag. Uiteindelijk kwam hij in maart 2006 officieel op straat te staan.

Na zijn ontslag besloot Spelbos zijn kant van de zaak ooit nog eens haarfijn uit de doeken te doen, maar hij moest – naar eigen zeggen vier jaar lang (pg.21) – door een diep dal alvorens aan schrijven toe te komen. Eind september kwam zijn boek In het hol van de leeuw uit. (Niet te verwarren met de gelijknamige debuutroman van Juan Pablo Villalobos.) Begin oktober meldde de auteur op zijn site dat het boek ‘uit het niets’ de top-10 van AKO was binnengekomen.

In zijn verantwoording omschrijft de auteur als doel: ‘laten zien hoe het eraan toe kan gaan in een groot bedrijf’ (pg.6). Hij baseert zich op ‘waar gebeurde feiten’ en gebruikt ook de werkelijke namen van betrokkenen, zoals ze in de media te vinden waren, behalve in het geval van ‘mensen die mogelijk klokkenluider zijn geweest of anderszins onherkenbaar willen blijven’.

Het grootste deel van het boek (pg.83-307) wordt in beslag genomen door de affaire die hem de kop kostte. Het begon allemaal met een anonieme brief, in het najaar van 2004, waarin medewerkers van de bank zich beklaagden over directeur Spelbos. De brief was gericht aan de reporting officer, overeenkomstig een recent ingevoerde ‘klokkenluidersprocedure’ van de bank zelf.

Spelbos kon gemakkelijk de aantijgingen weerleggen en bracht de brief met name in verband met (in het bedrijf voorgeschreven) beoordelingen die bepaalde medewerkers in het verkeerde keelgat waren geschoten. Een daarop volgend onderzoek van de bedrijfspolitie gaf hem gelijk, maar de briefschrijvers hadden niet voor niets hun werkstuk direct intern laten uitlekken. Wat zij hadden gezaaid, zo bleek in de loop van 2005, liet zich niet meer uitroeien.

Zo kwam de klachtenbrief ook terecht bij Bart Mos van De Telegraaf, die naar aanleiding van een affaire bij Nationale Nederlanden de smaak van de ING Groep te pakken had gekregen, geïnspireerd door een daar lopend onderzoek naar ‘misstanden’ van de AFM (Autoriteit financiële markten). Formeel stonden Spelbos’ bazen achter de bevindingen van hun eigen politie, maar toen het erop aan kwam hun geachte collega ook naar buiten toe te steunen, lieten ze hem – mét een spreekverbod – aan zijn lot over. Tot het, eerder omschreven, bittere einde.

Wie benieuwd is naar details, moet het boek maar lezen. Er zullen niet veel mensen zijn die in deze zaak sympathiseren met genoemde ‘klokkenluiders’ of de heren die blindelings bedrijfs- boven persoonlijk belang stellen en, als het zo uitkomt, even gemakkelijk interne informatie laten uitlekken als wie dan ook. Iedereen begrijpt dat een eenmansgevecht tegen een onderneming met te veel geld en te veel macht onbegonnen werk is en dat je, als je eenmaal het loodje hebt gelegd, jaren nodig hebt om te herstellen. (Voor zover dat nog kan.)

De hamvraag is natuurlijk: is dit een goed boek geworden? Of een ‘spannend verhaal’, zoals Spelbos zelf blijkens zijn inleiding hoopte (pg.21). Geen van beide, denk ik. De auteur heeft een eigen weg gezocht in het schemergebied tussen sleutelroman en onderzoeksjournalistiek. Dat lijkt veilig, omdat je dan nauwelijks aan gangbare regels of verwachtingen hoeft te voldoen. Maar je begeeft je wel op glad ijs, omdat je maar moet afwachten of de lezer jouw unieke experiment wil volgen en ook nog weet te waarderen.

Ik begon me al dik voor de helft van het boek af te vragen: hoe lang nog? De collega’s die achter de anonieme brief zaten, kregen geen duidelijk gezicht, al werden sommige zachtjes afgevoerd of kozen ze eieren voor hun geld. En de identiteit van de managers op hoger niveau die de hoofdfiguur liefst geruisloos lieten verdwijnen, kwam evenmin uit de verf. Geen van al die (bij)figuren in het verhaal kan in de schaduw staan van de hoofdrolspeler, tevens auteur. Daar wringt de schoen.

Een geloofwaardige romanfiguur neerzetten is geen sinecure, maar een schokkende periode in je eigen leven – in het rampjaar 2005 vaak van dag tot dag – voor buitenstaanders inzichtelijk én boeiend maken, is misschien wel nog moeilijker. In het begin noemt Spelbos als zijn belangrijkste bron het dagboek dat hij dagelijks bijhield. Maar als ik dan later, na de eerste berichten over hem in De Telegraaf en na zijn eerste gesprek met de advocaat, lees dat hij ‘een begin maakte met een logboek waarin ik letterlijk alles bij zou gaan houden’ (pg.153), ga ik toch anders denken over de talloze citaten van gesprekken en andere uitspraken door het boek heen. En die vraag – wat is ‘waar’ en wat verzonnen, aangedikt, verfraaid, vertekend enz. en waarom – heeft me achtervolgd tot ik het boek uit had.

De auteur had – gezien zijn doel – ook meer moeite kunnen doen om de bank als organisatie en dagelijks werkmilieu voor duizenden mensen dichterbij te brengen. Maar misschien moet ik dat de uitgever aanwrijven: waarom geen enkel organogram, geen lijstje afkortingen, geen grafische weergave van de loop der gebeurtenissen (de chronologie is vaak zoek), geen register of iets dergelijks? Als je voortdurend moet terugbladeren of er andere bronnen bij moet halen om te begrijpen wat je leest, wordt een boek als dit eerder een opgave dan een genoegen.

Het zou best kunnen dat bijvoorbeeld een fervente GTST-liefhebber ervan smult, omdat er zo veel te herkennen valt in de manier waarop mensen fouten maken, elkaar belazeren, de mist ingaan en scheren over de toppen van hun emoties. Maar ik vermoed dat zo iemand toch liever wacht op de film.

Theo Ruyter

08

titel  In het hol van de leeuw – Mijn verhaal over de machtsstrijd binnen ING
auteur  Jurgen Spelbos
uitgave  Paperback, 351 blz.
uitgever  Unieboek/Het Spectrum, 2013
isbn  978 90 00 33304 2
prijs  € 19,99

 

 

 

 

 

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken