the armstrong lie 1

Vlijmscherpe documentaire over de beroemde wielrenner Lance Armstrong die doping gebruikte, plus een opvallend portret van twee Wallonische drinkematen.

The Armstrong Lie is een vlijmscherpe documentaire over de grote leugen waarmee de beroemde Amerikaanse wielrenner Lance Armstrong de wereld om de tuin wist te leiden. Hij won de wielerklassieker Tour de France zeven keer met doping en ontkende dit vele jaren. Nieuwe feiten komen niet aan het licht in deze documentaire, een fraai portret van een ziekelijk eerzuchtig sportman.

Alex Gibney begon zijn documentaire in 2008, in de opmaat naar de glorieus bedoelde comeback van Armstrong het jaar daarop. In eerste instantie was de documentaire, momenteel te zien op het Internationaal Documentaire Filmfestival Amsterdam (IDFA), bedoeld als een ode aan een grootheid: Armstrong die de kanker overwint en de grootste sportman van de wereld wordt. Het was te mooi om waar te zijn.

Echter, de bewijzen en geruchten over het dopinggebruik van de wielrenner in de Tour de France waren te overstelpend voor de regisseur om te negeren. Gibney had geduld en wachtte af. Hij beweert in de documentaire dat de triomfantelijke terugkeer van Armstrong in het wielerpeloton zijn ondergang inluidde. Als hij buiten de schijnwerpers was gebleven, was dit hem waarschijnlijk gespaard gebleven.

Met zijn comeback maakte Armstrong zijn ex-ploeggenoten woedend. Zij wisten alles over zijn dopinggebruik, een rijk arsenaal aan prestatie-verhogende middelen: epo, groeihormonen, cortisonen en bloedtransfusies. Het is interessant dat in de documentaire Michele Ferrari uitvoerig aan het woord komt. Deze beruchte dopingarts gebruikte Armstrong als proefkonijn voor zijn medische manipulaties. ‘Weinig doping en veel training’ is een gevleugelde uitspraak van Ferrari.

Armstrong zegt dat hij de Tour van 2009 ‘schoon’ reed, zonder doping, hetgeen behoorlijk twijfelachtig is. Niets wat de man zegt kan nog als waarheidsgetrouw bestempeld worden. Wat The Armstrong Lie voor heeft op andere filmportretten van de sportman is het feit dat Gibney uitvoerig toegang tot hem had. Er zit voor vijf jaar interviewmateriaal in verwerkt.

the armstrong lie 2

Na de geruchtmakende bekentenis van Armstrong in het tv-programma van Ophra Winfrey doet hij dat in de docu nog eens over. Hij heeft achteraf spijt van zijn leugens, maar is opvallend ontwijkend over zijn beweegredenen in deze zaak. Hij wenst geen boete te doen voor zijn gedrag, maar geeft wel toe dat hij een bullebak is waarvan fraaie staaltjes te zien zijn. Armstrong komt op geen enkel moment over als een sympathiek mens, zijn tomeloze eerzucht om altijd te willen winnen overheerst. Volgens hem is verliezen zoiets als sterven.

Armstrong had veel vrienden op hoge posten binnen de wielerwereld. De rol van de Internationale Wielerunie (UCI) en de toenmalige directeur Hein Verbruggen is opmerkelijk. Armstrong bekent dat hij honderden gesprekken heeft gehad met UCI-officials over zijn doping testresultaten. Ze hebben hem vaak genoeg gewaarschuwd dat hij moest uitkijken. Dat deze organisatie zorgvuldig met Armstrong omsprong, had te maken met het vele geld dat de man genereerde voor de wielersport.

Het portret van Armstrong is een tikkeltje huiveringwekkend, zijn zucht naar macht is verbijsterend om te zien. Hij wil zijn tegenstanders niet alleen verslaan, ze moeten tevens verpulverd worden. Dat deed hij op het wielerparcours en daarbuiten. Armstrong had naderhand geen scrupules wat betreft het verwoesten van de levens van ex-ploeggenoten en vrienden die uit de school klapten over zijn dopinggebruik.

Het meest fascinerende wat in de documentaire tot uiting komt is de machtshonger van Armstrong. En hoe hij zijn epische leugen zo lang wist vol te houden, ook nadat de bewijzen zich opstapelden. Dit is vast niet de alles omvattende definitieve documentaire over Lance Armstrong, maar regisseur Gibney komt wel dicht in de buurt.

ne me quitte pas
Ne Me Quitte Pas

Een andere opvallende documentaire is Ne me quitte pas van Sabine Lubbe Bakker en Niels van Koevorden. Het is een portret van twee charismatische drinkematen in Wallonië. Marcel is Vlaming, Bob een Waal. Beiden kunnen niet buiten alcohol, hun tragikomische lotgevallen zijn scherp in beeld gebracht. Het is een ontnuchterende verbeelding van alcoholisme.

Toch is het een vrolijke film geworden, al heeft het een tragische ondertoon. De vriendschap tussen de mannen is hartverwarmend en grappig om te zien. Marcel is depressief omdat zijn vrouw er vandoor is gegaan met zijn drie kleine kinderen. De kleurrijke Bob, getooid met een cowboyhoed, kent eveneens familieproblemen. Beiden proberen hun dagelijks verdriet te dempen met veel alcohol. In hun somberheid hebben ze het vaak over de dood. ‘Eerst sterven, dan het restje gehaktballen opeten’ is een hilarische uitspraak van Marcel.

Minder hilarisch is de wijze waarop Marcel door overmatig drankgebruik in een delirium terecht komt en over een tafel heen valt. Dat incident is voor hem aanleiding een kliniek te bezoeken om van zijn verslaving af te komen. Het tien dagen durende verblijf aldaar heeft de man, voorspelbaar genoeg, geen oplossing geboden.

Regisseurs Bakker en Van Koevorden wisten een wonderbaarlijke intieme band met hun personages op te bouwen. Bovendien maakten ze hun documentaire met veel gevoel voor compositie. De fraaie beelden geven het verhaal meerwaarde. Ne me quitte pas is een briljant geslaagde documentaire die reeds tot veel waardering op het IDFA heeft geleid. Gelukkig is de film aangekocht voor roulatie in de Nederlandse filmhuizen.

Ulrik van Tongeren

Voor het volledige programma van het IDFA (t/m 1 dec), bezoek de website.  

 

Door ravage

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*