Het proactief gebruik van het recht opent voor activisten deuren die veelal middels directe actie gesloten blijven. Het voeren van juridische procedures blijkt bovendien een goed instrument om de tegenstander te dwingen op kritiek in te gaan.

Het Nederlands recht weerspiegelt de kapitalistische ordening van de samenleving. Dit blijkt vooral uit de centrale positie die het private eigendomsrecht inneemt ten opzichte van andere fundamentele rechten. Het eigendomsrecht is het meest omvattende recht waarin enkel onder de meest stringente voorwaarden en in het algemeen belang afbreuk kan worden gedaan.

Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Een kraker die zich tegenover een eigenaar beroept op de grondwettelijke plicht van de overheid om voor voldoende woongelegenheid te zorgen of een eigenaar vraagt om zijn al even grondwettelijke huisrecht te respecteren, zal uiteindelijk het onderspit delven, ondanks dat het recht op eigendom, huisvesting en privacy gebroederlijk in de Grondwet (1) naast elkaar staan. Sommige fundamentele rechten zijn duidelijk fundamenteler dan anderen. Dat een recht in de Grondwet of verdragen is opgenomen, biedt dus geen enkele garantie dat een rechtzoekende dit recht ooit zal verzilveren.

Dat iedereen in theorie voor de wet gelijk is, betekent evenmin dat alle rechtzoekenden in praktijk over een gelijke uitgangspositie beschikken. Integendeel. Ongelijkheid en onderdrukking zijn onlosmakelijk verbonden met het kapitalisme. Dit uit zich in ongelijkwaardige rechtsposities. Eigendom is niet gelijk verdeeld, hetgeen directe gevolgen heeft voor de rechten die een rechtzoekende kan inroepen.

Enigszins kort door de bocht kan worden gesteld dat diegene die meer eigendom bezit meer rechten heeft om in te roepen. Bovendien zijn dit rechten die hoog in de wetshiërarchie staan. Het adagium ‘iedereen is voor de wet gelijk’ gaat daar geheel aan voorbij.  Daarnaast is het zo dat minder vermogende mensen zich minder rechtsbescherming kunnen veroorloven.

m1fzofpapc33

Een fundamenteel andere kijk op het recht is uiteraard ook mogelijk. We hebben het dan niet langer over het recht dat van boven is opgelegd maar over een rechtsbegrip waarin mensen vanuit een gelijke positie vrijwillig een overeenkomst aangaan met afspraken waaraan men zich in beginsel ook weer kan onttrekken. Dit artikel is niet bedoeld voor bespiegelingen over wat het recht ook kan zijn. Het recht dat hier centraal staat is het recht zoals dat thans geldt: van bovenaf opgelegd en in dienst van een kapitalistische ordening van de samenleving.

Activisme

Ook het begrip activisme vraagt om verduidelijking en precisering. Activisme is een overkoepelend begrip voor allerlei burgerlijke activiteiten op het gebied van de samenleving met het doel iets te veranderen of te verbeteren, zoals bijvoorbeeld de inzet voor mensenrechten of de bestrijding van milieuvervuiling. Het ligt in dit concrete geval voor de hand ten behoeve van dit artikel aan te sluiten bij de door de bezoekers van festival 2.Dh5 (zie naschrift, red.) gebruikte terminologie.

Het festival is blijkens de oproep voor iedereen toegankelijk behalve voor racisten, seksisten en wat de oproep ‘staatsagenten’ noemt. Het evenement is volgens het doe-het-zelf principe georganiseerd, niet alleen vóór maar ook dóór de activisten die aan 2.Dh5 deelnemen. Dit in tegenstelling tot andere politieke evenementen waar van de bezoekers geen organisatorische betrokkenheid wordt geëist.

De focus op zelforganisatie vertaalt zich in een kritische tot een ronduit afwijzende houding ten aanzien van politieke organisaties, zoals partijen en vakbonden die hiërarchisch georganiseerd zijn. Deze houding gaat dikwijls gepaard met vrees voor inkapseling, verraad of frustratie van de door de deelnemers zelf geprefereerde en georganiseerde directe actie.

Directe actie is het handelskenmerk van niet-hiërarchische sociale bewegingen. Binnen dergelijke bewegingen proberen activisten door direct ingrijpen (directe actie) een bepaalde onwenselijke situatie zelf te veranderen of te stoppen. Directe actie kan echter ook juist gericht zijn op het door direct ingrijpen verwezenlijken van een door de activist wenselijk geachte situatie. De voorstanders van directe actie die 2.Dh5 bezoeken, hebben dikwijls een anarchistische oriëntatie, maar dat hoeft niet.

Directe actie is de tegenhanger van indirecte actie of petitionisme. Bij indirecte actie richt de activist zich namelijk met een verzoek (de petitie) tot een volksvertegenwoordiger, overheid of bedrijf ten aanzien van een bepaalde situatie in de samenleving. De activist verwacht in dat geval dat deze anderen in actie komen, bijvoorbeeld gemeenteraad, parlement of directie. Diegenen die directe actie afwijzen en voorstander zijn van indirecte actie staan dikwijls positief tegenover de partijdemocratie.

Deze bijdrage gaat er vanuit dat de deelnemers aan 2.Dh5 een voorkeur hebben voor directe actie, maar dat een wezenlijk deel van de bezoekers ook het gebruik van indirecte actiemethoden niet schuwt.

Reactief of proactief recht

Voor het bespreken van de verhouding tussen recht en activisme is het goed om een onderscheid te maken tussen reactief en proactief gebruik van het recht. Ook hier geldt weer dat het onderscheid enkel het doel heeft de bespreking van het onderwerp recht en activisme te vergemakkelijken. In praktijk kunnen reactief en proactief elkaar overlappen of in elkaar overvloeien.handboeien

Bij reactief recht ligt het initiatief nadrukkelijk bij de tegenstander van de activist. Een voorbeeld van reactief gebruik van het recht is een beroep op huisrecht door een kraker wanneer een eigenaar sommeert zijn pand te verlaten. Een ander voorbeeld van reactief recht is het beroep van een demonstrant op de demonstratievrijheid wanneer de politie de activisten opdraagt de demonstratie te ontbinden. Het huisrecht en het demonstratierecht worden in deze voorbeelden nadrukkelijk ingeroepen ter afwering van een acuut dreigend gevaar.

Bij proactief recht ligt het initiatief juist bij de activist. Bij actief recht is geen sprake van een acute dreiging en de activist roept het recht in op een moment die hijzelf kiest, omdat hij meent dat dit om enig reden strategisch is. Een voorbeeld om dit te verduidelijken. Een gemeente wil een nieuw winkelcentrum bouwen en daarvoor moeten tien bomen wijken. Voor het project zijn vijf vergunningen nodig waaronder een voor het kappen van de bomen. De lokale Bomenbelangenvereniging dient bezwaarschriften in tegen alle vijf vergunningen, terwijl er maar één betrekking heeft op de te kappen bomen. Waarom de vereniging ook opkomt tegen de andere vier vergunningen komt later aan de orde.

In deze bijdrage staat de vraag centraal hoe activisme aan kracht kan winnen door gebruik te maken van het recht. Onder directe activisten is veel aandacht voor de reactieve kant van het recht. Illustratief hiervoor is het onlangs in het Autonoom Centrum van Den Haag gehouden informatieavond over het thema ‘Je rechten bij arrestatie’. Dit soort bijeenkomsten worden in het land regelmatig georganiseerd. Een ander voorbeeld is de advocaat die activisten regelen voorafgaande aan een actie, voor het geval dat plotseling rechtsbijstand nodig is. In deze gevallen wordt (wijselijk) geanticipeerd op optreden van de politie.

Voor de proactieve mogelijkheden van het recht, waarbij activisten zelf de inzet van een rechtsinstrument kiezen, is traditioneel minder aandacht. Dat is op zichzelf niet gek. Defensieve toepassingen van het recht worden activisten immers door hun tegenstander opgedrongen terwijl activisten voor proactieve mogelijkheden zelf het initiatief zullen moeten nemen. Dat laatste ligt zeker bij een ingewikkeld onderwerp als recht en regelgeving niet direct voor de hand. Toch valt er veel voor te zeggen om het gebruik van het recht van meet af aan een volwaardig onderdeel te maken van een haast per definitie proactieve campagnestrategie. Ik zal dit verderop met een voorbeeld verduidelijken.

Functies van het recht

Dit is uiteraard niet de plaats om de inrichting van de Staat der Nederlanden te bespreken of de functie van het recht te onderwerpen aan een diepgravende analyse. Desalniettemin is het nuttig om enkele belangrijke functies van het recht binnen de rechtsstaat kort te bespreken.

Iedere activist dient bijvoorbeeld te beseffen dat elk overheidsoptreden dat iemand beperkt in het uitoefenen van zijn rechten uiteindelijk op een grondwettelijke grondslag dient te berusten. Anders gezegd mag een overheid iemands rechten alleen maar beperken wanneer de regering en het parlement daar expliciet toestemming(2) voor hebben gegeven. Dit gebeurt in wet- en regelgeving. De voor activisten belangrijke consequentie hiervan is dat er altijd wel een bijzondere wet is aan te wijzen die het in campagnes van activisten centraal staande onderwerp hoofdzakelijk regelt (3).

Een dergelijke bijzondere wet regelt bijvoorbeeld welk bestuursorgaan welke bevoegdheden heeft en hoe zij van haar bevoegdheden gebruik kan maken. Een bevoegdheid kan worden begrepen als de capaciteit of het recht om op te treden. Bevoegdheden worden altijd aan een specifiek deel van de overheid gegeven, bijvoorbeeld de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de regering. Deze bestuurlijke organisaties noemt men in juridische termen bestuursorganen. Een bestuursorgaan waaraan een bevoegdheid niet is gegeven mag deze ook niet gebruiken.

De bijzondere wet maakt tevens duidelijk wat de rechtspositie is van zogeheten belanghebbende burgers en samenwerkingsverbanden ten aanzien van het in deze wet geregelde onderwerp. De natuurbeschermingswet regelt bijvoorbeeld onder welke voorwaarden een belanghebbende veehouder zijn bedrijf kan uitbreiden wanneer deze zich in de buurt van een natuurgebied bevindt.

Ook regelen wetten de procedures waaraan een bestuursorgaan zich dient te houden wanneer het gebruik maakt van zijn bevoegdheden en de procedures waarbinnen belanghebbenden om rechtsbescherming kunnen verzoeken. In de Algemene wet bestuursrecht is bijvoorbeeld minutieus geregeld hoe een aanvraag van een vergunning moet worden behandeld en wat de voorwaarden zijn waaronder burgers bezwaar kunnen maken.image-1975178

Tenslotte beschrijven wetten hoe de overheid door iemand kan worden gedwongen om van haar bevoegdheden gebruik te maken. Een goed voorbeeld hiervan betreft een door Stichting De Faunabescherming bij burgemeester en wethouders van Deurne ingediend handhavingsverzoek dat zich richt tegen het door jagers in strijd met de Flora- en faunawet plaatsen van illegale hoogzitten en voederplaatsen. Met het verzoek wil De Faunabescherming burgemeester en wethouders dwingen een einde te maken aan de illegale situatie.

Op elk denkbaar gebied waarop activisten actief zijn bestaat recht. Dit recht regelt onder andere de bevoegdheden van de overheid en de rechtsbescherming daartegen. Wie effectief campagne wil voeren doet er wijs aan zich van hetgeen in de wet is geregeld tenminste in grote lijnen op de hoogte te stellen.

Meerwaarde van een juridische strategie

Het recht in Nederland weerspiegelt de kapitalistische verhoudingen in de samenleving. Dat wil niet zeggen dat het recht niet tegelijk ook de belangen en rechten van activisten kan dienen. Ook een activist heeft bijvoorbeeld recht op bescherming van zijn eigendom en huisvrede. De kapitalistische rechtsstaat is geen dictatuur waarin de staat geen tegenspraak duldt.

Waar de kapitalistische rechtsstaat juist in uitblinkt, is het kanaliseren en neutraliseren van tegenspraak wanneer deze in strijd is met de belangen van haar elite. Maar ook dat betekent niet dat het recht door activisten niet effectief en proactief kan worden ingezet. Voor het hebben van een juridische strategie binnen een campagne valt juist veel te zeggen. Wat volgt is een bespreking van de belangrijkste voordelen van het hebben van een juridische strategie.

De belangrijkste reden om proactief te procederen is dat een verwachte positieve uitkomst zal bijdragen aan het bereiken van het campagnedoel. Na de invoering van het kraakverbod leek het er bijvoorbeeld op dat het kraken van leeg staande gebouwen onmogelijk was gemaakt. Dat was althans het streven van de initiatiefnemers van het kraakverbod.clara-1 (1)

Krakers wachtten de gevolgen niet af en vorderden in een civiele procedure dat het de staat verboden werd een door hen bezet pand strafrechtelijk te ontruimen. De rechter ging daar in mee omdat een ontruiming een ernstige inbreuk maakt op het huisrecht van de krakers en de gevolgen van ontruiming onomkeerbaar zijn. Dankzij dit proefproces werd in een vroegtijdig stadium duidelijk welke rechten krakers na het kraakverbod nog over hadden.

Een ander voorbeeld is de door de Stichting Proefprocessenfonds Clara Wichmann, samen met vier andere maatschappelijke organisaties, gestarte procedures ter zake van het vrouwenbeleid van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). De organisaties eisten dat de SGP zijn statuten wijzigde zodat vrouwen volwaardig lid kunnen worden en passief kiesrecht krijgen. Daarnaast stelden de organisaties dat de staat een partij die vrouwen discrimineert niet mag gedogen en subsidiëren.

Het laatste woord is in deze procedures nog niet gezegd, maar de SGP heeft inmiddels onder druk haar statuten gewijzigd en onlangs werd de eerste vrouwelijke lijsttrekker bekend gemaakt. Leuk om te weten is dat Clara Meijer-Wichmann een begin vorige eeuw levende Nederlandse anarcho-socialiste, feministe en juriste was.

Shell Nigeria

Vervolgens is een belangrijk voordeel van procederen dat de activist de overheid of het bedrijf dwingt om op kritiek te reageren, terwijl de tegenstander deze kritiek anders gemakkelijk kan negeren. Zo heeft Milieudefensie samen met groepen uit gebieden waar Shell actief was jarenlang actie gevoerd om aandacht te vragen voor de milieu- en sociale problemen die het bedrijf veroorzaakte. Milieudefensie voerde het woord op aandeelhoudersvergaderingen van Shell, organiseerde acties bij het hoofdkantoor van Shell, plaatste paginagrote advertenties in de Volkskrant waarin duizenden mensen Shell opriepen tot het opruimen van hun rotzooi, sprak met de CEO van Shell, publiceerde rapporten en informeerde het publiek en politici in Nederland.

Vaak werd juist Milieudefensie afgeschilderd als een lastige en onredelijke organisatie die het respectabele Shell zwart maakte, terwijl dit bedrijf nu juist zo goed haar best deed en het voortouw nam bij duurzaam ondernemen. Het imago van het bedrijf leek onverwoestbaar. Pas nadat Milieudefensie samen met vier Nigeriaanse boeren een rechtszaak startte tegen Shell over olievervuiling in Nigeria kantelde dit beeld.

Al snel werden er discussies georganiseerd in het parlement over het opzetten van een fonds voor slachtoffers van activiteiten van Nederlandse bedrijven en werden er hoorzittingen georganiseerd over de vraag hoe het kwam dat na 60 jaar operaties van Shell in Nigeria de vervuiling nog steeds niet wordt opgeruimd. Door de media werd nu volop over de kwestie bericht. Januari 2013 werd Shell Nigeria veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan slachtoffers van olievervuiling in één Nigeriaans dorp. Voor de andere slachtoffers, van wie de vordering was afgewezen, hebben Milieudefensie en de Nigeriaanse eisers hoger beroep ingesteld.

Proactief gebruik van het recht kan ook op een andere manier in het voordeel van de activist werken. Soms kan een tegenstander met een procedure worden gedwongen tot het doen van principiële uitspraken. Vredesorganisaties en individuele vredesactivisten dagen vanaf 1980 regelmatig de Nederlandse rechters uit om het recht te handhaven ten aanzien van de kernwapens die zich op Nederlandse bodem bevinden. De kernwapens zijn volgens de activisten misdadig omdat het gaat om wapens die, zelfs als ze tegen een militair doel zijn gericht, grote gebieden totaal vernietigen met onnoemelijk veel burgerslachtoffers als gevolg.

De vredesactivisten vingen niet geheel onverwacht bot bij de rechter, maar de rechtszaken leverden wel telkens veel aandacht op. Recentelijk zet de duurzaamheidsorganisatie Urgenda de traditie van principiële rechtszaken voort door de Staat der Nederlanden te dagvaarden met de eis dat de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in zeven jaar met 40 procent wordt verlaagd.

Juridische procedure

Een ander voordeel van procederen is dat het gebruik van juridische procedures een algemeen geaccepteerd instrument is om bezwaren ten aanzien van een bepaalde maatschappelijke situatie kenbaar te maken. Met een juridische procedure worden in dit kader alle rechtsinstrumenten bedoeld zoals een klacht tot een civiele vordering. Omdat het voeren van een dergelijke procedure een algemeen geaccepteerd middel is, zal het grote publiek sneller naar argumenten luisteren dan wanneer deze middels een verboden actiemethode worden gecommuniceerd. Bij het gebruik van verboden methoden richt de discussie zich immers al snel op de gekozen methode in plaats van de boodschap zelf. Een activist die een juridische procedure voert, heeft dat probleem niet.

De acceptatie van het rechtsinstrument verlaagt de drempel voor het publiek om zich bij de actie aan te sluiten. Ook dat is iets waar de activist zijn voordeel mee kan doen. Aan een directe actie zoals een bezetting van een stadhuis zullen, in Nederland althans, mensen niet snel meedoen. Een petitie is echter snel ondertekend, ook als deze in de vorm van een (voor de overheid meer belastend) bezwaarschrift is geschreven. De kracht die daar vanuit gaat moet niet worden onderschat.

Enkele jaren geleden werd Vrijplaats Koppenhinksteeg in Leiden met ontruiming bedreigd. Vele honderden sympathisanten startten meerdere procedures tegen door burgemeester en wethouders, in het kader van de herontwikkeling, genomen besluiten. Tegelijk bezochten meermaals tientallen sympathisanten vergaderingen van de gemeenteraad en namen daar het woord. De beslissers werden zo gedwongen urenlange hoorzittingen en raadsvergaderingen bij te wonen over de vrijplaats. Door de aanwezige pers werd dit telkens breed uitgemeten. De ontruiming werd zo jarenlang tegengehouden.

Dat brengt mij tot een ander voordeel van juridische procedures: ze leiden tot vertraging van de uitvoering van projecten. Dit kan verschillende gevolgen hebben. In de tussentijd kunnen politieke verhoudingen verschuiven. Eveneens in Leiden werd jaren lang geprocedeerd tegen de bebouwing van de laatste groene polder aan de rand van de stad. Nadat de laatste procedure door de Vrienden van de Oostvlietpolder verloren was, verloren op hun beurt de voorstanders van het bebouwen de verkiezingen. De polder blijft groen, zo heeft een nieuwe gemeenteraad besloten.

Van uitstel kwam afstel en zo gaat het wel vaker. Door de vertraging van de uitvoering van projecten lopen bovendien de plankosten op. Dat is voor een gemeente of particuliere ontwikkelaar een flinke tegenvaller. Met zogenaamde vertragingsschade wordt namelijk doorgaans in de begroting niet of onvoldoende rekening gehouden. Dit kan betekenen dat aan het einde van het procederen er niet genoeg geld meer in kas zit om het project uit te voeren.

Dat overkwam een gemeente die aasde op grond van een volkstuinvereniging. Ten behoeve van het project moesten zeshonderd bomen wijken. De vereniging was mordicus tegen en diende bezwaarschriften in tegen alle vergunningen, net als de al eerder genoemde bomenbelangenvereniging. De uitvoer van het project kwam volledig tot stilstand. Twee jaar later waren de subsidies vervallen en was er voor veel van de plannen geen geld meer. Vergunningen werden ingetrokken en de meeste bomen waren gered.

Zodra een gemeente de projectontwikkelaar is waarop de activist zijn pijlen richt, leidt vertraging niet alleen tot stijgende plankosten maar ook tot extra belasting van het ambtenarenapparaat. Deze belasting gaat ten koste van de aandacht die het apparaat aan andere projecten en plannen kan besteden. Daar gaat op zichzelf al de nodige druk van uit, maar tegelijk is het niet zelden reden om dure externen in te huren om de plannen alsnog er doorheen te drukken. Daardoor lopen de plankosten nog verder op.

Onderhandelaars weten het: onder druk wordt alles vloeibaar. In de regel zal een dergelijke vertraging van de uitvoer van projecten en plannen de onderhandelingspositie van de procederende activist versterken. Laatstgenoemde heeft het immers in zijn macht om een vertraagd project alsnog doorgang te verlenen, door simpelweg de procedure te beëindigen. In het ruimtelijk ordeningsrecht blijken projectontwikkelaars regelmatig pas inschikkelijk nadat hun vergunning als gevolg van de bezwaren van omwonenden door de rechter is geschorst. Een projectontwikkelaar gaat dan al snel zijn knopen tellen.

Een indicatie voor de effectiviteit van het procederen is de toename van de beperkingen die de wetgever oplegt aan rechtzoekenden. In 2005 schafte de Nederlandse wetgever de actio popularis af zodat enkel nog partijen met een persoonlijk belang bezwaar konden maken tegen een besluit van een bestuursorgaan. Opkomen voor het algemeen belang is er voor individuele rechtzoekenden sindsdien niet meer bij.

Vijf jaar later werden met de Crisis- en herstelwet de procedurele teugels nog verder aangetrokken. De wet bevatte zogenaamd ‘tijdelijke’ nieuwe drempels voor rechtzoekenden en de duur van procedures worden verkort zogenaamd om de economie uit het slop te halen. Drie jaar later zijn de meeste ‘tijdelijke’ maatregelen permanent geworden. Waar een crisis al niet goed voor is!

Het proactief gebruik maken van het recht kent voordelen. Zo dwingt de aard van de juridische procedure het doelwit van een campagne te reageren op de kritiek van de activist. Wie dat niet doet loopt immers kans de procedure te verliezen. Daarnaast kan de activist die de proactieve mogelijkheden van het recht benut, zijn grieven aan een groot publiek presenteren op een wijze die niet afleidt van de inhoud, althans minder dan bij de meeste verboden directe actiemethoden.

Het recht biedt bovendien laagdrempelige procedures waaraan een relatief grote groep mensen bereid is om deel te nemen. Voor dergelijke toegestane juridische acties heeft de media al snel positieve aandacht. Ook dat is anders bij verboden actiemethoden, waar de aandacht al snel wordt gefocust op de actiemethode in plaats van de inhoud.

Procedures leiden bovendien tot vertraging van de uitvoer van een project, terwijl de plankosten verder oplopen en de projectorganisatie overbelast raakt. Deze omstandigheden zijn dikwijls gunstig voor de onderhandelingspositie van de activist. Ook kunnen na verloop van tijd de politieke verhoudingen veranderen waardoor vertraagde plannen worden gewijzigd of geschrapt.

Kanttekeningen

Bij het gebruik van rechtsinstrumenten binnen een politieke campagne kunnen ook kanttekeningen worden geplaatst. Zo hebben juridische procedures de neiging de oorspronkelijke inhoud van een conflict, op grond waarvan een campagne is georganiseerd, te transformeren in een juridisch geschil dat is ontdaan van politieke inhoud en emotionele lading. Het oplossen van de juridische vertaling van een conflict zal daarom in de meeste gevallen niet hetzelfde zijn als het bereiken van het doel van de campagne.

Dit probleem speelt met name bij de rechter. De rechter kijkt namelijk in principe alleen of door partijen al dan niet rechtmatig is opgetreden. Dat ligt anders bij bestuursorganen zoals een college van burgemeester en wethouders of de minister. Zij horen ook andere dan juridische argumenten zoals politieke standpunten en voorstellen voor alternatieven te betrekken bij hun oordeel over een tot hun gerichte klacht, petitie, zienswijze of bezwaarschrift. De kans dat dit ook daadwerkelijk en serieus gebeurt, neemt toe zodra activisten bruggen slaan naar sympathiserende volksvertegenwoordigers. Een nadere bespreking van dit aspect van de campagnestrategie gaat het bestek van dit artikel echter te buiten.

Lastig is ook dat effectief procederen een zaak is voor deskundigen. Daardoor zal de activist ten minste een deel van de regie moeten afstaan aan een professional die weet hoe de wet luidt en welke procedureregels gelden. Dat is zeker voor een activist, die voorstander is van directe actie en die begrijpelijkerwijs graag zelf de regie houdt over zijn campagne, wel even slikken. Omgekeerd is het voor professionele rechtsbijstandsverleners ook wennen om dergelijke mondige klanten te hebben, klanten die hun campagnedoelen ook met andere middelen dan rechtsinstrumenten nastreven. Dat geldt des te meer wanneer deze methoden met zich meebrengen dat de wet wordt overtreden.

bigstock-Financial-award-by-a-jury-or-j-28915616-e1365751913773

Een laatste te noemen kanttekening betreft de kosten voor het voeren van juridische procedures. Het gaat dan bijvoorbeeld om het griffierecht dat moet worden betaald om te mogen procederen, de kosten voor professionele rechtsbijstand en een eventuele proceskostenveroordeling. De kosten kunnen hoog zijn maar dat hoeft niet. Het voeren van bestuursrechtelijke procedures, waarin de bevoegdheden van bestuursorganen centraal staan, is tot op zekere hoogte gratis en het mag zonder advocaat (bij civiele procedures ligt dat anders). Wel is het zo dat de kans op succes zonder rechtskundige bijstand dikwijls klein is.

Wanneer een activist zich wil laten bijstaan door een advocaat kunnen de kosten snel oplopen. Rechtsbijstand voor een beroepsprocedure kost al snel duizend euro. Soms komt de activist of organisatie in aanmerking voor gesubsidieerde rechtsbijstand, maar vaak ook niet. Het komt ook voor dat een procedure valt onder de dekking van een rechtsbijstandsverzekering, omdat bijvoorbeeld campagnedoel en het belang van een verzekerde individuele activist samenvallen.

Een andere keer is een advocaat bereid het risico te nemen en voert hij de procedure ‘gratis’. De advocaat gokt er dan op dat de procedure gewonnen wordt waarna de verliezende partij alsnog zijn rekening betaalt. Veel advocaten maken wel eens dergelijke afspraken maar nog veel meer advocaten zijn daar niet toe bereid. Soms is een bijzonder geldpotje beschikbaar. Het Proefprocessenfonds Clara Wichmann ondersteunt bijvoorbeeld principiële rechtszaken waarin de rechtspositie van vrouwen centraal staat.

Activisten moeten oppassen een procedure niet te vereenzelvigen met een campagne. Een juridische procedure richt zich immers in de eerste instantie slechts op de juridische aspecten van een situatie die onderwerp is van een campagne, terwijl aan een campagne bijvoorbeeld ook emotionele en politieke overwegingen ten grondslag liggen. Deze komen in een juridische procedure dikwijls niet goed uit de verf.

Voorts lopen activisten de kans een deel van de campagneregie te moeten afstaan aan deskundigen van het recht, omdat succesvol procederen zonder hen nagenoeg niet mogelijk is. De activist die wil procederen zal bovendien bereid moeten zijn in de buidel te tasten wanneer externe financieringsmogelijkheden ontbreken en geen ter zake kundige advocaat beschikbaar is om een zaak op Pro Deo basis aan te nemen.

Marco van Duijn

Naschrift

Dit artikel is geschreven voor het programmaonderdeel ‘recht en activisme’ van het 2.Dh5 festival dat van 31 januari t/m 2 februari in Den Haag plaatsvindt. De presentatie wordt verzorgd door Marcel Schuckink Kool en Marco van Duijn. Beiden hebben na een periode van buitenparlementair activisme gekozen voor een loopbaan als advocaat. In het najaar van 2013 zijn zij een samenwerkingsverband aangegaan onder de naam Advocatenkantoor Voor-Recht & Recht voor Allen, kortweg VRVA Advocaten.

 

voetnoten

(1) Respectievelijk artikel 40, artikel 22 en artikel 12 van de Grondwet.

(2) Burgers kunnen ook gebonden zijn aan Europees recht dat een rechtstreekse werking heeft. Verdragen zijn daartegen meestal tot           overheden

(3) Veel onderwerpen van campagnes worden door meerdere wettelijke regelingen geregeld.

 

 

Door ravage

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*