Televisie leent zich beter voor de manipulatie van beelden om de publieke opinie te beïnvloeden dan de overschatte sociale media.

Vrijwel alle televisieprogramma’s worden gemanipuleerd, zowel reality tv als journalistieke programma’s, en alle genres daar tussenin. Onschuldig wanneer de wallen onder de ogen van een nieuwslezer(es) worden weggewerkt voor een mooi plaatje in de huiskamer, maar een probleem wanneer een programma pretendeert een onderwerp objectief weer te geven.

Natuurdocumentaires hebben zich bijvoorbeeld ontwikkeld tot een ware ‘filmindustrie’. Het genre heeft tegenwoordig meer met filmkunst te maken dan met natuur. De docu’s zijn dan ook bijzonder mooi in beeld gebracht. De EO, grootafnemer van dit genre – ‘de natuur toont immers de grootheid van onze Schepper’ – rommelt daarbij niet zelden met een voice over. Een kudde woest dravende beesten op een panoramisch in Africa-Kenya-wildlife-buffels-2005-KTBbeeld gebrachte savanne, begeleidt met de woorden a million years ago, wil de omroep nog wel eens onder handen nemen met de ‘schaar van censuur’. Deze woorden verwijzen namelijk naar de evolutietheorie.

Nog afgezien van vele natuurliefhebbers die stellen dat sommige van deze docu’s verhullen dat mensen juist schade veroorzaken aan diezelfde betoverend in beeld gebrachte wereld. Een reactie op de Nederlandse film De Nieuwe Wildernis is bijvoorbeeld zo te verwoorden: ‘De film is misleidend omdat men denkt dat het er écht zo aan toe gaat in de natuur’. Dramatische montage van de werkelijkheid, een spanningsboogje hier en een verhaallaagje daar, verkoopt nu eenmaal beter dan de echte werkelijkheid. En het stukje ‘kunstmatige natuur’ van de film met haar ‘opgesloten dierlijke bewoners’ hebben het nakijken.

Een graadje ernstiger zijn de journalistieke documentaires, waarvan er onlangs eentje op National Geographic te zien was. Kijkers dachten beelden te zien van Roemeense zakkenrollers in Amsterdam, bleken ze naar ‘betaalde acteurs’ te kijken. De verborgen camera zorgde voor ‘authentieke’ beelden om de bende te betrappen met de bedoeling kijkers op het puntje van hun stoel te laten zitten. De beelden werden ook uitgezonden door de lokale televisiezender AT5 en de website GeenStijl. Tot een wakkere Amsterdamse cameraman begreep dat er iets niet klopte en aan de bel trok.

Sociale media overschat

‘Hebben beelden invloed op de publieke opinie?’ was dan ook geen vreemde vraagstelling in de ‘Week van de Democratie’ op het Erasmus socialemediafestival in Rotterdam, november vorig jaar. Wat is de rol van het beeld in de strijd om de macht? “Het beeld in de politiek is belangrijk, want”, zo beweerde een hoogleraar, “beeld in combinatie met een goede boodschap staat gelijk aan macht.”

Het accent kwam tijdens de debatten vooral op het gebruik van sociale media te liggen: “Iedereen is tegenwoordig zijn eigen omroep.” Het festival was een “Lof der sociale media.” “Facebook, Twitter en Youtube zijn cadeautjes die door de journalistiek dankbaar uitgepakt moet worden.”

Wordt de invloed van sociale media niet overschat? Twitter kan je beschouwen als een randstedelijke hobby van met name Bekende Nederlanders en voorlichters die het vooral met zichzelf getroffen hebben; Facebook ontwikkelt zich steeds meer tot een suf reclamebureau voor de massa en heeft een hoog gaapgehalte gekregen; LinkedIn is onbetwistbaar het netwerk voor de professional met de gepimpte cv.

Sociale media kan je zien als het doorgeefluik van een goedkoop afhaalrestaurant. Televisie is het medium waar nieuws gemaakt wordt, sociale media het kleine grut dat mee mag doen. Die krijgen pas invloed wanneer hun beelden op televisie vertoond worden. Weliswaar niet altijd.

Dramatisering

Technisch en organisatorisch leent televisie zich veel beter voor professionele manipulatie van beelden dan de sociale media. En dramatisering ten gunste van de kijkcijfers (lees: uitbreiding reclame-inkomsten) lijkt over het algemeen belangrijker dan de ‘strijd om politieke macht’. Behalve in verkiezingstijd dan. Zie de campagnefilm in de tv-rubriek ‘Zendtijd voor politieke partijen’ waarin partijleider Wouter Bos in 2008 de ‘laatste arbeider van de PvdA’ doodknuffelt. Het filmpje werd later gerecycled op afvalbak YouTube.

In gedramatiseerde televisiejournalistiek is het spel met feit en fictie, waarbij het accent op spanning en emotie komt te liggen, sinds enkele decennia de dagelijkse praktijk. Timing van montage, inzichten uit de klassieke retorica om de kijker te overtuigen met symbolische beelden en bijbehorend geluid, terwijl de voice over het onderwerp ‘neutraal’ brengt. Of een narratieve opbouw van een onderwerp waarbij gespeeld wordt met de factor tijd (flahsbacks en flashforwards) en meerdere verhaallijnen, zijn elementen die de journalistieke boodschap naar de achtergrond dringt. Wat blijft hangen is drama.

Journalistieke televisie heeft zich weliswaar ontwikkeld tot een ‘drama-industrie’, maar ondanks verbeterde techniek blijft voor de oplettende kijker duidelijk wat de bedoeling is: politiek voordeel, voor kijkcijfers of allebei. Maar drama zoekende undercover-journalisten met internationale onderwerpen kunnen tegenwoordig, dankzij Europa, ook in onze hoofdstad terecht.  

Ron Kretzschmar

Door ravage

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*