Opbouw en afbraak van de sociale zekerheid

23

Wetenschappelijke bureaus van alle politieke partijen, met uitzondering van de PVV, presenteren in Mij een zorg! hun visie aangaande de noodzaak van behoud c.q. afbraak van sociale zekerheid in Nederland.

Als je rijk bent, of daar graag bij wilt horen, stem je op een liberale partij. Ben je arm, of ben je solidair met de armen, dan stem je op een socialistische partij. En voor hen die niet willen kiezen is er altijd nog het CDA. Deze ietwat eenvoudige driedeling zou kunnen dienen als handleiding voor het kleuren van het juiste hokje in het stemlokaal. Volgens de wetenschappelijke bureaus van de politieke partijen ligt het echter een stuk ingewikkelder.

Opmerkelijk maar wellicht niet verbazingwekkend is dat alle partijen in de essaybundel Mij een zorg! het beste met iedereen voor hebben. Partijen die pleiten voor behoud van sociale zekerheden betogen dat dit behoud, sociaal–economisch gezien, niet alleen goed is voor de armen maar ook voor de rijken. Partijen die daarentegen pleiten voor afbraak van sociale zekerheden betogen dat deze afbraak, sociaal-economisch gezien, niet alleen goed is voor de rijken maar ook voor de armen.

Verwende burger

De VVD betoogt dat liberalen niet de laatste maar de eersten waren die zich hebben ingezet voor sociale wetten. Ten onrechte, zo schrijft het bureau, wordt beweerd dat liberalen slechts in reactie op protesten van socialisten hier aandacht aan gingen schenken. Niets is minder waar, zo stelt het VVD-bureau. Nog voordat de eerste sociaaldemocratische partij was opgericht (1885) schonk de Liberale Unie aandacht aan dit probleem.

Na vijf bladzijden opsomming van alle liberale staatslieden die zich bezig hielden met sociale wetgeving, volgen vijf bladzijden waarin versobering bepleit wordt omdat dit thans het beste is voor iedereen. De VVD was vervolgens de eerste die in 1976 waarschuwde dat uitbreiding van het sociale stelsel ‘de Nederlandse concurrentiepositie zou ondergraven’. Vanaf die tijd ontdekt de VVD een reeks misbruiken en zet zij steeds meer vraagtekens bij de bestaande sociale wetgeving.

In haar ogen is er een situatie ontstaan waarin de ‘verwende burger’ eist en verwacht dat de overheid individuele problemen oplost. Een politiek gericht op het versterken van de eigen verantwoordelijkheid van de burger is volgens de VVD noodzakelijk om uit het moeras van een reeks inefficiënte sociale wetten te geraken en de internationale concurrentie aan te kunnen.

De SP, ideologisch de grote tegenspeler van het liberale gedachtegoed, ziet de opkomst van sociale wetgeving in het begin van de 20e eeuw als een doorbraak die ontstond omdat ook bedrijven en de staat tot het inzicht kwamen dat verpaupering van de arbeidersklasse de economische groei van het land zou kunnen belemmeren. Een verdere uitbreiding van de verzorgingsstaat na de Tweede Wereldoorlog werd, volgens de SP, mede ingegeven door angst voor het communisme.

In het vervolg van deze redenering ziet de SP dat de afbraak van de verzorgingsstaat niet toevallig plaats vond na de val van de Muur. Na 1989 ontstaat de neoliberale ideologie waar de verzorgingsstaat niet meer gezien wordt als een oplossing voor sociale problemen maar als een hinderpaal voor verdere economische groei.

Volgens de SP is nog steeds de grote meerderheid van de Nederlandse bevolking gehecht aan ons sociaal stelsel, maar zijn het vooral regerende politici die sociale wetten afschaffen of naar beneden bijstellen en deze maatregelen rechtvaardigen door te wijzen op de hoge kosten en de noodzaak te kunnen concurreren met opkomende landen als China, Brazilië en India.

Het fundament van onze verzorgingsstaat, aldus de SP, is het ‘organiseren van solidariteit tussen burgers in een samenleving’. Precies dat weigeren de huidige regerende politici te doen. Met een verwijzing naar Denemarken en Zweden laat de SP zien dat economische groei en het handhaven van de verzorgingsstaat goed te doen is.

Gemeenschapsdenken

Als je het betoog van de SP en met dat van de PvdA vergelijkt, valt op dat de SP in feite het oorspronkelijke sociaaldemocratische model aanprijst en dat de PvdA zoekende is naar een nieuw model waarin de liberale zorg voor de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven verzoend kan raken met sociale garanties voor de laag en laagst betaalden in de samenleving. De PvdA hamert sterk op een hoge arbeidsdeelname als voorwaarde voor het behoud van de verzorgingsstaat, komt met een reeks voorstellen hoe deze deelname te bevorderen maar het gehele betoog is nogal defensief.

Het CDA is vanouds gericht op behoud en herstel van het gemeenschapsdenken en pleit tegen de stroom in voor herwaardering van het maatschappelijk middenveld. Niet de staat (PvdA en SP) en niet de vrije markt (VVD en D66) mogen bepalen hoe we ons leven inrichten, maar de uitkomst van onderling overleg tussen mensen binnen verbanden als vakbonden, beroepsorganisaties, coöperaties en andere maatschappelijke platforms. Een op zich sympathiek streven, maar gezien haar terugkerende keus te regeren met de VVD is daar in de praktijk nooit veel van terecht gekomen.

GL neemt in haar stuk afscheid van het liberale denken uit de periode Halsema. De partij is ook de enige die een vraagteken zet bij het door progressieve en neoliberale partijen zo omhelsde credo dat betaalde arbeid per se moet. GL pleit voor een ‘solidaire samenleving waar werk een middel is tot zelfontplooiing en identiteitsvorming’ maar ‘waar zowel renderende als niet-renderende vormen van arbeid worden gewaardeerd.’

Als oplossing komt GL met het idee ‘basisinkomen voor iedereen’, een wens die al heel lang in delen van de partij leeft. Iedere volwassene ontvangt van de staat een basisinkomen en daarboven kan hij en zij naar eigen wens veel of weinig betaald en onbetaald werken, studeren, van de zon genieten, met de kinderen spelen. Kortom, een herstel van het oude adagio: ‘Je leeft niet om te werken maar je werkt om te leven.’

Al met al lees je veel bestaande en weinig nieuwe standpunten in dit geschrift. Als naslagwerk is het niettemin een welkome aanwinst in de boekenkast.

Hans Beerends

24

 

titel  Mij een zorg!
auteur  Sjifra Herschbers
aantal  pagina’s 172
uitvoering  paperback
uitgeverij  Balans
isbn  978 94 600 3631 6
prijs  € 14,95

 

 

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken