Managen van het Imperium: Gecontroleerde chaos?

04

De opkomst van ISIS heeft de elite van het Angelsaksische Imperium behoorlijk doen schrikken. Is de war on terror nu echt verloren of past deze nieuwe vijand in het beeld van een nieuw beheersmodel, dat van de ‘gecontroleerde chaos’?

       door Hector Reban

In 1953 stond de Iraanse president Mohammad Mossadeq, een gematigd sociaal-democraat, met zijn nationaliseringspolitiek in de weg van de grote Amerikaanse en Britse multinationals. De CIA arrangeerde een coup. Het democratische regime werd vervangen door de dictatuur van Sjah Reza Pahlavi en zijn brute geheime politie, de SAVAK. Dat regime bood uiteraard wél alle ruimte aan de Anglo-Iranian Oil Company.

Dit type old school regulering van het Angelsaksische imperium oogt redelijk rechtlijnig en eenvoudig toepasbaar. Als een mal, als een standaardscript dat afgedraaid wordt. Wanneer een regering het waagt te kiezen voor de noden van de eigen bevolking in plaats van die van het westerse bedrijfsleven, is een geforceerde regeringswisseling nabij. Vervolgens volgt een rechts autoritair bewind, dat ‘stabiliteit’ biedt aan het internationale investeringskapitaal om in eendrachtige samenwerking de vruchten van het land te plukken (zie bijvoorbeeld William Blum: Killing Hope; US military and CIA interventions since WWII voor een reeks voorbeelden).

Handelsmerk is de sterke staat, gegrond op loyale steun van het militaire apparaat. Vaak versterkt door een goed georganiseerde geheime politie en privaat opgerichte paramilitaire doodseskaders, wordt een stevig autoritair bewind gevoerd dat alle onderdelen van de maatschappij onder stringente controle brengt. Van Iran tot Guatamala, Indonesië en velen meer, het is een vruchtbaar model gebleken. Voor de lokale elite, het bedrijfsleven en het Amerikaanse imperium uiteraard. Niet voor de lokale bevolkingen.

Midden-Oosten en het neocon-lijstje

Ruim zestig jaar na de coup in Iran is de aandacht van de VS voor het Midden-Oosten niet verslapt. Generaal Wesley Clark onthulde in een voordracht dat de neoconservatieve agenda al rond 2000 een lijstje had opgemaakt van zeven landen waar binnen afzienbare tijd een regime change zou moeten worden geïnstigeerd. Op dat lijstje: Soedan, Somalië, Afghanistan Irak, Libië, Libanon, Syrië en Iran. Wie het nieuws volgt, zal met weinig verbazing kennis nemen van de constatering dat men inmiddels al aardig op weg lijkt te zijn dat doel te verwezenlijken.

Hoewel op het eerste gezicht een brutaal plan, lijken toch bekende strategische Amerikaanse doelen de contouren voor dergelijke acties te trekken:

1. de omcirkeling van het Euraziatische continent en verzwakking van Rusland en China;
2. het isoleren van de invloed van het sterk anti-Amerikaanse Iran en bondgenoten;
3. de controle over de olieaanvoerlijnen naar Europa en China;
4. de bescherming van Israël.

Daarvoor is het onder meer nuttig belangrijke opposanten met olievoorraden uit te schakelen (Saddam Hoessein, Moamar Khadaffi), Afghanistan onder controle te brengen en de as Libanon (Hezbollah) – Syrië (Assad’s Ba’ath partij) – Iran (ayatollahs) te verzwakken. Om een uitspraak te citeren die vermoedelijk afkomstig is van neoconservatief Karl Rove: ‘We are an Empire now. We create our own reality.

Nieuw beheersmodel

De recente ontwikkelingen in Arabische landen, waar de VS de laatste jaren een regime change tot stand heeft gebracht (Afghanistan, Irak, Libië) of heeft willen brengen (Syrië), lijken wel sterk af te wijken van de old school mal voor strategische actie. Weliswaar zijn goed georganiseerde privatiseringscampagnes opgezet om de nationale activa beschikbaar te maken voor het westerse bedrijfsleven, maar van ‘stabiliteit’, zoals in de autoritaire cliëntstaten, is geen enkele sprake. Integendeel, chaos lijkt de regel.

Syrië wordt verscheurd door een bloedige burgeroorlog waarin diverse partijen, onderling sterk verdeeld, elkaar proberen te overtreffen in wreedheid. De situatie is op het oog zo onoverzichtelijk dat de VS nog geen boots on the ground heeft kunnen of willen zetten, ondanks dat Assad Obama’s rode lijn al meerdere keren overschreden zou hebben. De opkomst van ISIS (Islamitische Staat voor Iraq en al-Sham) betekent een ontwikkeling die het niveau van conflict alleen maar verder opvoert.

06

Zowel in Afghanistan, Irak als Libië regeren pro-Amerikaanse regeringen van zwakke staten zonder natiebrede legitimiteit over een sterk intern verdeelde maatschappij. Sektarische strijd woedt overal waar eerder weliswaar anti-Amerikaanse, maar ‘stabiele’ autocratische regimes de zaken redelijk in de hand bleken te houden. Deze staten zijn nu voor hun nationale veiligheid zonder meer afhankelijk van de VS, of aan de VS gelieerde private contractors.

Old school regulering – de sterke staat, de strakke controle over de maatschappij en economische stabiliteit – lijkt vervangen door een nieuw beheersmodel. Dat model zou dan gericht moeten zijn op creatie van een zwakke, afhankelijke staat, die gekenmerkt wordt door chaos en interne strijd.

Blowback of Finlandization?

Of zou beter gesproken kunnen worden van blowback? In de VS maken bepaalde professionals binnen de elite zich inmiddels serieus zorgen. Sommige internationale veiligheidsspecialisten verklaren dat de VS in Irak de oorlog tegen het moslimfascisme van ISIS verloren hebben (Joshua Landis). Rand Paul, op de libertarische flank van de Republikeinen, noemde Libië onlangs een ‘jihadist wonderland’.

De strekking van het isolationistische verhaal is dat de war on terror (uiteraard spreekt niemand in termen van imperialistische strategieën) juist een terreurdreiging heeft gecreëerd in plaats van bestreden. De VS zou zich juist terughoudend moeten opstellen en daarom zeker geen extra troepen naar Irak moeten sturen om ISIS te bestrijden.

Andere kritische commentatoren waarderen de toestand vanuit een ander perspectief. Caleb Maupin, Occupy-organisator, vermoedt dat destructie van belangrijke competitie in de regio, bijvoorbeeld door instigatie van chaos en sektarische strijd, juist een gerichte tactiek is. Voortbordurend op de resultaten van de Vietnamoorlog claimt hij, in navolging van Noam Chomsky, dat de VS die oorlog eigenlijk niet verloor, maar juist won. Een belangrijk communistisch land was zodanig verwoest, dat het voor tientallen jaren naar het stenen tijdperk werd verwezen. Vanuit het perspectief van de Amerikaanse planners een niet geringe ‘overwinning’ dus, vindt Maupin.

Om de link door te trekken: Libië onder Khadaffi en Irak onder Saddam waren ooit belangrijke tegenspelers, nu een dreiging die letterlijk een kopje kleiner is gemaakt. Finlandization van Arabische staten – de creatie van niet-gebonden, maar ongevaarlijke staten – zou vanuit het standpunt van het Imperium als pure winst moeten worden gezien.

Permanente oorlogssamenleving

Een vergelijkbare visie, met een iets andere invulling, is te vinden bij onder meer Steve Jonas. Niet zozeer destructie door strijd als wel de strijd zélf zou het belangrijkste objectief van het buitenland beleid van de VS zijn. Met Eisenhouwer’s ‘militair-industrieel complex‘ in het achterhoofd, zou het aannemelijk zijn dat de plannende elite de wens koestert een zogenaamde Permanent War Society te creëren.

Wanneer in de gebieden waar regimes omver zijn geworpen permanente strijd uitbreekt omdat moedwillig een machtsvacuüm is veroorzaakt, dan zou dat in het belang zijn van bepaalde sectoren binnen de staat (State Department, Pentagon, Homeland, geheime diensten) en het bedrijfsleven (de Haliburtons, Lockheed Martins, militaire beveiligingsbedrijven, enz.). De bevolking wordt tegelijkertijd in een geestestoestand gebracht, waarin dreiging en oorlog een permanente plaats inneemt. In één moeite door kan dan het thuisland worden gemilitariseerd.

De Israëlische president Netanyahu lijkt als ervaringsdeskundige ook op die cynische lijn te zitten. Toen de VS even dreigde met Iran om de tafel te gaan zitten om het gevaar van ISIS te bespreken, adviseerde hij de VS met klem zijn ideaal toe te passen: “When your enemies are fighting each other [ISIS versus Assad/Iran], don’t strengthen either one of them. Weaken both.”.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Kerry, heeft blijkbaar geluisterd. Onmiddellijk werd een grote tas geld naar zogenaamde ‘gematigde’ gewapende milities gestuurd, die daarmee hun positie tegenover Assad kunnen versterken, maar ook tegenover de ‘verkeerde’ oppositie (bijvoorbeeld de aan Al-Qaida gelieerde strijders van Al-Nusrah). Vervolgens liet hij Iran links liggen.

Modern management

Het pragmatisch realisme van de Obama administration, zoals alle regeringen van Democraten gegrondvest op keiharde machtspolitiek die met idealistische taal wordt omhuld, laat ruimte voor meerdere invloeden op het buitenland beleid. Neocons, dromend van Een Nieuwe Amerikaanse Eeuw, mogen nog steeds hun zegje doen en hebben soms zelfs nog belangrijke posten in de regering.

Het militair-industrieel complex heeft ongetwijfeld nog altijd rechtstreekse openingen naar besluitvorming in het Witte Huis. Zelfs liberaal idealisme rond mensenrechten en democratie promotie heeft, al dan niet welgemeend, officieel toegang tot de strategische planning van het Imperium (zie bijvoorbeeld de National Security Strategy).

De huidige tijd biedt misschien ook meer mogelijkheden voor effectief management van Empire dan in het tijdperk van Mossadeq mogelijk was. High-tech intelligence, geavanceerde luchtoorlog (bijvoorbeeld met behulp van drones of het instellen van no-fly-zones), bescherming van economische bronnen door private security contractors (private militaire beveiligingsbedrijven) en Rapid Reaction Forces (snel inzetbare legereenheden voor special operations) bieden regulering meer militaire handvatten. Al naar gelang de lokale situatie vereist, kunnen passende middelen worden ingezet. Wellicht is de totalitaire staat niet echt nodig om de belangen van de VS te kunnen dienen.

Zwakke staten doen het ook

Afghanistan, Irak en Libië zijn na regime change weliswaar zwakke staten met sterk intern verzet, maar allen dienen inderdaad vooralsnog de belangrijke strategische en economische doelen die Empire aan hen stelt.

Hoewel de Taliban in belangrijke delen van het land nog de belangrijkste kracht is, regeert de Karzai clan de politieke economie met groot begrip voor de westerse belangen. Afghanistan herbergt inmiddels belangrijke strategische Amerikaanse militaire bases, heeft zijn economie open gesteld voor westerse bedrijven en is voor zijn nationale veiligheid afhankelijk van steun van de VS.

Er zijn bronnen die beweren dat de Karzai familie in nauw contact staat met de Taliban in regio’s waar de opiumteelt weer volop floreert (80 procent van alle opium, grondstof voor heroïne, komt uit Afghanistan). In dat licht is de permanente strijd een farce die opgehouden wordt over de rug van de bevolking, maar die geen van de strijdende partijen windeieren lijkt te leggen.

07

In Libië is de situatie zeer instabiel. Het centrale gezag kent weinig legitimiteit, onderstreept door de verkiezingen van 25 juni, waarvoor nog geen 25 procent van de kiesgerechtigden kwam opdraven. Regeringen en couppogingen volgen elkaar in rap tempo op. Talloze islamistische milities zijn zwaar bewapend en hebben delen van het land onder controle. Dan is er nog een rogue general uit de voormalige kring rond Khadaffi, die probeert op eigen gezag de orde te herstellen in gevecht tegen jihadistische groepen.

Waar Khadaffi met zijn dissidente houding een grote rol probeerde te claimen voor hemzelf en de Afrikaanse Unie, en door zijn controle over de belangrijke Libische olievelden een lastige horzel was voor Empire, is het land momenteel wat dat betreft geheel geneutraliseerd. Mogelijk heeft de VS liefst een streng, pro-Amerikaans regime dat controle over het hele land geniet. Desalniettemin is de Finlandisering van Libië al een groot succes te noemen. Een belangrijke lokale concurrent is definitief uitgeschakeld.

De ontmanteling van het gevaar Syrië, nog niet – of niet helemaal – omver geworpen, lijkt vooralsnog te worden nagestreefd met verdeel-en-heers tactieken. Conform de Netanyahu-doctrine wordt de strijd tussen Assad, zijn getrouwen uit de Ba’ath partij en de Alewitische bevolking enerzijds en de verschillende jihadistische troepen anderzijds aangewakkerd om het Syrische regime te verzwakken. Dat betekent ook dat de positie van Iran in de regio minder stevig wordt, een belangrijk objectief van zowel de Amerikanen als de Israëliërs.

Tegenvallers managen

De plaats die ISIS in dit verhaal inneemt, is saillant. Het leger van ongeveer 11.000 fundamentalistische soennitische jihadstrijders, gevormd door uitdrijving van soennieten uit Irak en gesterkt in de oorlog tegen Assad, heeft inmiddels een kalifaat uitgeroepen in een gebied dat zowel een onderdeel van Irak als van Syrië omvat.

Op zichzelf zouden zij een nuttig instrument kunnen zijn om de regimes van Assad en de Iraanse ayatollahs te ondermijnen. Aan de andere kant leveren ze ook een direct gevaar op. Dat het ISIS kalifaat – financieel ondersteund door oligarchen uit VS bondgenoten Koeweit en Saudi Arabië – wordt bestreden, heeft één belangrijke reden: het kalifaat is de VS niet welgezind. De zaak dreigt voor de Amerikanen uit de hand te lopen nu duidelijk is geworden dat ISIS controle heeft verworven over Baiji, waar de belangrijkste Irakese olieraffinaderij ligt.

In die zin kan de opkomst van ISIS een blowback worden genoemd, een onverhoopte spill-over van de verdeel-en-heers tactiek die in Syrië wordt toegepast, maar nu ook het zwakke pro-Amerikaans Irak destabiliseert. Het kan ook gezien worden als niet meer dan een tijdelijke tegenvaller die ad-hoc gemanaged moet worden. Dat Kerry op datzelfde moment in Irak aanwezig is geweest, kan haast geen toeval genoemd worden.

Kerry dringt er bij de Irakese president al-Maliki op aan om zijn machtscoalitie, voornamelijk rustend op steun van de shi’itische gemeenschap, te verbreden of anders vervanging tegemoet te zien. Verder stuurt hij ‘adviseurs’ om te helpen meer manschappen te rekruteren voor het Irakese leger en hen beter te trainen om de strijd tegen ISIS aan te kunnen. Luchtaanvallen van ISIS stellingen door Amerikaanse drones behoren tot de mogelijkheden. Zelfs de Russen wordt toegestaan de Irakese regering, net als in de tijd van Saddam, te voorzien van een stevige, moderne luchtmacht.

Dezelfde planners en mediapersoonlijkheden die de westerse bevolking in 2003 een invasie in logen, staan Kerry en Obama zonder gevoel van schaamte met raad en daad terzijde. Zij opteren vooral voor een nieuwe surge in Irak, een forse troepenopbouw om de ISIS dreiging in de kiem te smoren. Dat zou een politieke nederlaag voor Obama betekenen, die juist in 2011 de Amerikaanse troepen terug trok.

Het is de vraag of deze keer meer geweld en sterkere aanwezigheid de chaos, terreurdreiging en het sektarisme wel zal indammen. Er zijn weinig mensen die daar nog in geloven. Toch zenden Obama en Kerry extra troepen. Naast de 300 adviseurs, zijn 1700 private contractors in de arm genomen. Op 30 juni is bekend gemaakt dat nog een extra zending van 300 militaire adviseurs toegevoegd zal worden.

Kennelijk is Irak geen Libië, waar momenteel beduidend minder militaire energie in lijkt te worden gestoken. Passiviteit is ook geen optie. Een coalitie van al-Maliki met Iran en Syrië, dat ISIS inmiddels al met stilzwijgende toestemming vanuit Irakees luchtruim heeft gebombardeerd, is voor de VS een nachtmerrie scenario.

Liefst verticaal, anders horizontaal

Juist voordat Kerry zich naar Irak haastte, stak hij het militaire bewind in Egypte – ontvanger van 1,5 miljard dollar steun per jaar – nog even een hart onder de riem. De contrarevolutie tegen het Moslim Broederschap heeft uiterst succesvol uitgepakt. De situatie is genormaliseerd naar wat eigenlijk een mubarakism without Mubarak kan worden genoemd. Een betrouwbare sterke man, generaal al-Sisi, ondersteund door het leger en belangrijke segmenten van de economische elite, runt weer een belangrijke strategische steunpilaar van Empire in het Midden-Oosten. Met de oppositie in een ijzeren greep en business-as-usual.

Dat doet vermoeden dat het old school model eigenlijk nog niets van zijn glans heeft verloren. Sommige commentatoren openbaren wat men liever onbesproken ziet: Waar is in Irak een (aan Empire getrouwe) sterke man als Saddam als je hem nodig hebt?

Waarschijnlijk heeft dat ook de voorkeur. Liefst zouden de pragmatisch realisten in Irak, met Egypte als voorbeeld (maar ook Koeweit, Saudi Arabië, Jordanië, Bahrein, VAE), een ‘saddamisme zonder Saddam’ zien. Gezien de zak geld die dergelijke regimes ontvangen om naar wil te besteden bij het Amerikaanse militair-industrieel complex, is permanente strijd misschien helemaal niet nodig. Ook handhaven van een autoritair bewind is lucratieve business.

Soms maakt de interne politieke of religieuze situatie na een regime change een top-down controle onder een sterke staat onmogelijk. In die gevallen kan altijd nog horizontaler gemanaged worden door middel van het model van gecontroleerde chaos. Men kan, naast high-tech militaire controle, terugvallen op verdeel-en-heers tactieken, anti-opstand technieken en soft power strategieën (bijvoorbeeld politieke, economische en militaire steun bij coalitievorming, opbouw van instituties, training en organisatieadvies). Het arsenaal aan middelen dat ingezet kan worden, is door de lange ervaring met het managen van Empire haast eindeloos.

Natuurlijk zou dat kunnen leiden tot een langdurig conflict of blowback, maar dat zijn normaal gesproken ingecalculeerde tegenvallers, waarvoor scenario’s kunnen worden uitgewerkt. De VS heeft zichzelf daarom in staat gebracht tegelijkertijd in een meervoud aan oorlogstheaters aanwezig te zijn.

Er is nog een derde model. Wanneer de zaak echt reddeloos verloren lijkt, blijft altijd nog een uiterst, maar evengoed vruchtbaar redmiddel over. Vietnamisering, ofwel de tactiek van de verschroeide aarde. Het managen van Empire lijkt gewoon op schema te liggen.

Share Button

2 Reacties op Managen van het Imperium: Gecontroleerde chaos?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken