Risicostrategie in de Zuid-Chinese Zee

25

De Zuid-Chinese Zee is volgens Robert Kaplan de spil in een sluimerend conflict tussen China, Japan, Vietnam, de Filipijnen en Indonesië. Met grote belangen, want de voornaamste vaarroutes tussen het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië lopen door dit gebied.

     door Martin Broek

Het Aziatische kruitvat is een zeer leesbaar boek over de spanningen in de Zuid-Chinese Zee. Die zee zou ‘de militaire frontlinie van de komende decennia kunnen zijn’, aldus auteur Robert Kaplan. Kaplan is een bekend neoconservatief die momenteel werkzaam is voor de denktank Stratfor. In 2011 vermeldde het tijdschrift Foreign Policy hem in de top-100 van denkers over wereldwijde ontwikkelingen.

Kaplan beschrijft de wijze waarop China een steeds sterkere claim wil leggen op de Zuid-Chinese Zee (ZCZ) en vergelijkt dit met wat de VS in de 19e eeuw deed met de Caraïbische zee. Daarmee plaatst hij zich in de traditie van de grootste militaire denker van de VS, publicist en admiraal Alfred Tayler Mahan. Het is volgens Kaplan volkomen begrijpelijk dat een groeiende economische macht deze macht ook om zal gaan zetten in territoriale aanspraken. De groeiende invloed van China in de regio leidt wel tot een verschuiving in de machtsbalans en de relatieve verzwakking van de VS, zo stelt hij.

Koeientong

China heeft in 1947 een kaart gepubliceerd met daarop negen streepjes die een gebied in de vorm van een koeientong in de ZCZ omspannen, en waarop Beijing aanspraak maakt. Die kaart leidde de afgelopen decennia tot veel commotie. China is niet het enige land met aanspraken in de regio. Ook Brunei, de Filipijnen, Maleisië, Singapore, Taiwan en Vietnam maken aanspraak op delen van de ZCZ.

De Zuid-Chinese Zee is rijk aan vis (men vermoedt dat 10 procent van de vis in de wereld hier gevangen wordt) en grondstoffen. Bovendien is de zee doorvoergebied voor een groot deel van de wereldhandel (de helft van alle wereldwijde olievervoer bijvoorbeeld). Scheepvaartroutes van alle Aziatische landen ten oosten van Thailand en rond de Stille Oceaan lopen via de ZCZ. Meer dan de helft van de tien grootste havens in de wereld liggen aan haar kusten.

De zee vormt de aanvoerlijn voor de olie die Japan invoert vanuit het Midden-Oosten, of aluminium uit Zuid-Afrika bestemd voor China. Alle landen in de regio zijn er bij gebaat om die scheepvaartroutes buiten de conflicten te houden en vrijheid op zee te waarborgen. Die wordt ook door China gegarandeerd.

Rondreis

Het boek van Kaplan is geschreven als een rondreis langs de kustlanden van de Zuid-Chinese Zee. Het leidt hem naar Vietnam, de Filipijnen (waarvoor hij weinig goede woorden over heeft, alleen de natuur bevalt hem uitstekend), Maleisië, Singapore, het eiland Borneo en Taiwan (het Berlijn van Azië).

Hij gaat op zoek naar reacties en antwoorden op de regionale ontwikkelingen. Hij geeft argumenten voor China’s aanspraken, maar zoekt ook hoe dat ingetoomd kan worden. Hij ziet het internationaal recht als een bod van zwakte, maar haalt evenzo goed het zeerecht van stal om de aanspraken van China op de koeientong onderuit te halen. Dat de VS het Zeerechtverdrag (UNCLOS) niet ondertekend heeft, is volgens Kaplan nauwelijks een punt van betekenis. Washington mag blijkbaar als supermacht boven de wet staan.

23

Godfried Wessels beschreef onlangs in het Nederlandse Marineblad (orgaan van de Vereniging van Marineofficieren, KVMO) een vergelijkbare rondreis door de regio. Wessels tekent in het juli-nummer van het tijdschrift op: ‘Opmerkelijk is dat, in tegenstelling tot velen in de VS zelf, geen van mijn gesprekspartners [in de ZCZ-regio] zich zorgen maakt over de geloofwaardigheid van de Amerikaanse militaire capaciteit in de regio.’

Wessels vermoedt dat de zorgen in de VS eerder een binnenlands doel dienen, namelijk het tegengaan van de bezuinigingen op defensie. Dat is een stevige nuancering van het probleem dat Kaplan juist als leidraad voor zijn boek neemt. Kaplan’s grote voorkeur voor het binden van China gaat uit naar Vietnam: ‘In de officiële geschiedenis van Vietnam ligt de nadruk op verzet – bijna altijd tegen China.’ Maar ook omdat het onderdak wil bieden aan de Amerikaanse marine – net als Singapore – door moderne havenfaciliteiten voor de Amerikaanse marine te bieden, omdat het zo de VS in de regio probeert te houden.

Dreigende oorlog

De dreiging van oorlog is in het boek nooit ver weg. In 1898 leidde de Amerikaanse opmars in de Caraïbische Zee inderdaad tot oorlog met Mexico, maar het gaat te ver om de internationale situatie van destijds met de huidige te vergelijken. Bewapening is natuurlijk, stelt Kaplan: ‘Het is een harde maar onontkoombare waarheid: kapitalistische voorspoed leidt tot de aanschaf van militair materieel. Landen die een snelle ontwikkeling doormaken, drijven meer handel met de buitenwereld en krijgen daardoor wereldwijde belangen die met hand en tand moeten worden verdedigd.’

Even later schrijft hij: ‘Aziaten vechten niet voor bepaalde ideeën, maar voor een groter stuk van de landkaart.’ Toch plaatst hij ook opmerkingen in het boek die gematigder van toon zijn: ‘Ieder land in de regio wilde wel nieuwe oorlogsschepen, maar niemand wilde dat het conflict zou escaleerde tot heuse gevechten en verder ging dan her en der een schermutseling.’ Zo is er voor ieder wat wils, maar de algemene teneur is toch die van gevaar en dreiging.

Uitgebreid wordt aandacht besteed aan Taiwan, ‘de kurk op de toegang tot de Zuid-Chinese Zee.’ Opvallend daarbij is dat het niet alleen over de actuele situatie gaat, maar dat ook de zonden van de Taiwanese leider van het eerste uur, Chiang Kai-shek, worden weggepoetst en die van Mao juist opgepoetst. Hij heeft er een aardje van om min of meer gelijkgestemden uit het verdomhoekje van de geschiedenis te halen en doet dit met verve.

Wat overigens niet betekent dat ik bijvoorbeeld de buitengewoon uitgebreide waardering deel voor de autoritaire geestelijk vader van Singapore, Lee Kuan Yew. Lee baseerde zijn aanpak op het voorbeeld van de Japanners in de Tweede Wereldoorlog. De dictator van Zuid-Korea, Park Chung-hee, is in het boek een natiebouwer. Dat hij ook een bruut onderdrukker van de oppositie was, lijkt niet van belang.

Voor humanistische waarden en mensenrechten ben je bij Kaplan niet aan het juiste adres. Behalve als er sprake is van grove en voortdurende schendingen, dan mogen landen hard worden aangepakt. Zo heb je een stok om je vijanden te slaan en kan je bij vrienden de kritiek dood discussiëren over de vraag of er wel sprake is van grof en langdurig.

Ook democratie is voor Kaplan niet heilig. Hij stelt dat met name Lee de mogelijkheid open laat ‘dat democratie wel eens niet alleenzaligmakend zou kunnen zijn als het om een menswaardige politieke ontwikkeling gaat – wat een progressieve westerling ketters de oren zal klinken.’ Alleenzaligmakend is nogal sterk uitgedrukt, maar democratie is van wezenlijk belang voor de menselijke ontwikkeling, vrijheid en invloed op de leefomgeving. Kaplan etaleert in de delen over Chiang, Park en Lee zijn voorkeur voor sterke leiders en zijn reactionaire visie.

Diplomatie

Terug naar de huidige conflicten en het vermijden van oorlog. Kaplan zelf benoemt ook een heel aantal voorbeelden van geslaagd overleg, zoals het zeegrenzen-overleg tussen China en Vietnam in 2004 waarbij deze landen de Golf van Tonkin onderling verdeelden, alsmede de 200 geschilpunten met China die in de jaren ’90 werden opgelost.

Diplomatie kan werken. ‘Dat China uit is op dominantie betekent nog niet dat het onredelijk is’, tekent hij op. In verband met de koeientong-aanspraken vertelt een Chinese ambtenaar hem dat het Chinese politieke establishment ervan doordrongen is dat compromissen rond de ZCZ-conflicten onvermijdelijk zijn, maar dat die aan de Chinese bevolking wel verkocht moeten worden. Het belangrijkste conflict in de regio, dat tussen China en Taiwan, zou wel eens kunnen verwateren als China ‘doorgaat in deze meer liberale [sic!] richting en daarbij nauwere economische en culturele banden aanknoopt met Taiwan.’

Het is ook niet zo dat er een eenduidig antagonisme tegen China bestaat. Indonesië probeert een actieve en bemiddelende rol te spelen in de regio. Maleisië heeft bijvoorbeeld een welwillende opstelling tegenover China. Dat heeft volgens Kaplan vooral te maken met binnenlandse problemen, ‘ze hebben zich onttrokken aan het probleem China.’ De Maleisische wapenaankopen hebben meer te maken met de zwaarbewapende buren in het kleine Singapore dan met die verre grote buur in Beijing.

Daarnaast is het conflict in Korea een handenbindertje voor de regionale grootmachten (vooral China), waardoor ze zich niet snel in een ander avontuur zullen storten. Een van de grote problemen van Oost-Azië is juist dit conflict. Het oplossen ervan is alleen in het belang van China en de Noord-Koreaanse bevolking, dus blijft het doormodderen. Het komt alleen in de marge aan de orde.

24

Oplossingen

Kaplan geeft een enorme hoeveelheid – elkaar regelmatig tegensprekende – gedachten en feiten weer. Toch laat hij ook veel liggen. Zo komt het intomen van de militaire ambities van Japan niet aan de orde. Japan is momenteel bezig met een militair nationalistische opmars. In april werd het militaire verdrag met de VS verlengd. Sindsdien gaat er geen week voorbij of er worden nieuwe stappen op het militaire pad gezet. De grondwet wordt aangepast om Japen een meer assertieve rol op het internationale toneel te geven, met mogelijke interventies en wapenleveranties aan bondgenoten.

Rondom Japan hangt nog steeds het zweem van pacifisme, maar het land heeft na de VS reeds de sterkste marine ter wereld, aldus Jaap Anten in het Marineblad. Japan wil een regionale militaire samenwerking opzetten om China te beugelen. Dat leidt tot protesten in de regio, met name van Zuid-Korea en China. Half juli kondigde Tokio aan dat de marinesamenwerking met de VS verdiept wordt en de samenwerking met India versterkt. Het komt het vertrouwen in de regio niet ten goede.

Japan onderschreef onlangs het Wapenhandelsverdrag (ATT), maar versoepelde tegelijkertijd de eigen restricties op wapenexporten waardoor de situatie in wezen verslechterde. Wat, niet onverwacht, achterwege blijft in het boek is een reactie op de wapenverkopen aan de regio. De aankopen worden wel behandeld. De VS en de EU-landen steunen de bondgenoten van het Westen, sinds kort dus versterkt door Japan. Grotere terughoudendheid lijkt echter geboden als het gaat om wapenverkopen.

Oorlog is nooit onvermijdelijk. Regelmatig is er sprake van sabelgekletter rondom overlappende aanspraken op eilanden. Maar er is ook sprake van gezamenlijke conflictbemiddelingsverklaringen en regionale organisaties. En hoewel geen garantie voor het uitblijven van gewapende conflicten, is er tevens sprake van grote regionale economische interdependentie waardoor landen niet langer genegen zijn de conflicten op de spits te drijven. Dat regionale economische verwevenheid ook kan botsen met wereldwijde belangen en daardoor geen garantie zijn voor het uitblijven van conflicten, deel ik met Kaplan.

Risicostrategie

Auteur Jaap Anten haalt in het Marineblad de Amerikaanse officier Mahan van stal als hij beschrijft hoe de VS in de negentiende eeuw baat had bij de strijd tussen Frankrijk en Engeland. Zolang beide landen met elkaar in conflict waren, was de Amerikaanse marine sterk genoeg indien ze in staat was een van de partijen zodanig te havenen dat ze niet meer tegen de ander op kon, de zogenaamde risicostrategie. ‘In een periode dat de Amerikaanse en Chinese vloot gericht blijven tegen elkaar, hoeft Europa niet even sterk te zijn neutraliteit ter zee te waarborgen, zolang zijn slagkracht voldoende is om een sterkere beslissend te verzwakken.’

Om het plaatje nog mooier te maken. De Chinese vloot heeft niet alleen te kampen met de VS, maar ook met India en Japan en het niet te onderschatten Zuid-Korea. Voorlopig loopt het dus nog wel los met de dreiging (als die neutraliteit ter zee al in het geding is) en kan Europa de lachende derde zijn en mogelijk ook een diplomatieke rol spelen. Voorlopig lijken Europese landen de spanningen in de regio vooral aan te grijpen om het verlies van binnenlandse wapenverkopen te compenseren.

22

 

titel   Het Aziatische kruitvat
auteur   Robert Kaplan
uitgeverij   Spectrum, 2014
uitgave   Paperback, 219 pagina’s
isbn   9789000334919
prijs   € 24,99
Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

Nieuwsbrief
Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief:
Rubrieken
Volg ons op twitter