Is tegenstelling linkse en rechtse politiek werkelijk schijn?

_MG_9967 (2)_Zw-W_LR_DxO

Crispin Sartwell heeft gelijk wanneer hij beweert dat links en rechts blind lijken voor het feit dat staat en kapitaal onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Maar de filosoof slaat ook wel door.

    door Ron Kretzschmar

Voormalig wethouder van Amsterdam, Andrée van Es (GL), vertelde dit voorjaar aan De Groene Amsterdammer dat ze “nog steeds links is, ondanks de tendens de laatste decennia om te zeggen dat de tegenstelling tussen links en rechts niet meer bestaat.” De ex-wethouder bedoelt met ‘tendens’ het fenomeen dat haar partij (destijds onder fractievoorzitterschap van Halsema) en de PvdA ideologisch zijn opgeschoven naar het midden.

Dat wil zeggen: een terugtredende overheid met meer ruimte voor de vrije markt, minder bescherming en meer flex voor werknemers, met als sluitstuk de sociale zekerheid die over een aantal jaren niet meer zo genoemd kan worden. Je kan het de missie van de politiek van het midden noemen, de verzorgingsstaat ombouwen naar een participatiesamenleving. Een missie die door de economische crisis versneld wordt uitgevoerd.

Utopische tweeling

Terwijl Van Es ontkent dat de tegenstelling links en rechts een zachte dood gestorven is – zij “ziet het nog altijd als een zinvolle tegenstelling” – is filosoof Crispin Sartwell er van overtuigd dat het onderscheid altijd al fictie is geweest. Voor ‘links’ en ‘rechts’ moeten we een andere ordening bedenken, zo beweerde hij eerder in een essay op deze website. De links-rechts terminologie veroorzaakt een polarisatie die contraproductief is, links en rechts hebben elkaar meer nodig dan men wil weten. Daarom noemt hij het onderscheid ‘schijn’.

Maar hoe overtuig je beide kanten dat hun ideeën onsamenhangend zijn? Want, om Sartwell te citeren, ‘er wordt van alles bij gesleept (ras, geslacht, geboortestreek), maar links en rechts kan nooit een strijd zijn tussen politieke ideeën.’ Staat en kapitaal, respectievelijk links en rechts, zijn historisch onlosmakelijk met elkaar verbonden.

no-mercat-que-propietat-Perque_ARAIMA20140427_0095_16Je zou Karl Marx en Adam Smith de utopische tweeling van de politieke theorie kunnen noemen: ze kunnen niet met elkaar maar zonder elkaar is onmogelijk. Zonder staat zou de vrije markt niet kunnen bestaan. ‘Wat men zich in elk geval voor de geest moet halen’, schrijft Sartwell, ‘is het belang van de staat bij de geboorte en de eerste stapjes van het kapitalisme. Nationale eenheid, standaardisatie van valuta, gerechtelijke eenheid, militaire sterkte en een nationale economie: onmogelijk zonder staat.’

De aanduidingen ‘links’ en ‘rechts’ duiken voor het eerst op in het Frankrijk van de 18e eeuw, zo weet Sartwell, waar die de plaats aanduiden van de afgevaardigden in de Assemblée Nationale: rechts de conservatieven, links de vertegenwoordigers van de burgerij, oftewel adel contra burgerij. In de 19e eeuw ging het marxisme met de termen aan de haal, vanaf toen heten politieke partijen met een collectivistische staatsopvatting links. Maar in Amerika krijgen de termen bij de hervormingsbewegingen (zoals het abolitionisme, feminisme of pacifisme) geen voet aan de grond. Die waren volgens Sartwell ‘evangelisch christelijk, radicaal individualistisch en anti-etatistisch.’

Grote stappen, gauw thuis

Een interessant essay waar ook wat op aan te merken valt. Halverwege staat dit zinnetje dat Sartwell niet nader uitwerkt, maar die van belang is: ‘Beide zijden van het Amerikaanse politieke spectrum beroepen zich voortdurend op Amerikaanse tradities en principes.’ Dat geeft het verschil aan over de opvatting van links en rechts zoals die in Amerika en Europa beleefd worden. Maar die kun je niet simpelweg in grove schetsen met elkaar vergelijken.

Overigens moet worden benadrukt dat zowel de Republikeinen en Democraten geen ideologische eenheden zijn, de partijen bestaan uit diverse facties. Een Republikein kan een progressievere (linksere) opvatting er op na houden over bijvoorbeeld abortus of het homohuwelijk, dan een Democraat uit een Zuidelijke staat.

Wat de onverzoenlijke Democraten en Republikeinen historisch verbindt, is hun afkeer van de overheid, dit in tegenstelling tot links en rechts in Europa. De tegenstelling loopt dwars door de Amerikaanse geschiedenis, waarbij de partijen elkaar wederzijds afwisselen wat hun afkeer betreft. Er wordt daarbij ingespeeld op de mythe van de pioniers die het land hebben opgebouwd voordat er sprake was van een overheid – wat tegelijkertijd hypocriet overkomt. Want in de negentiende eeuw waren de Republikeinen voorstanders van een sterke overheid, zij waren het die pleitten voor enorme infrastructurele investeringen die nodig waren voor de vorming van de machtige staat die Amerika geworden is.

In de twintigste eeuw zien de Democraten op hun beurt met sociaal beleid een grote rol voor de overheid weggelegd. De Republikeinen verzetten zich daarentegen sinds de tweede helft van de vorige eeuw hevig – als het economische recept van overheidsinvesteringen van John Maynard Keynes is uitgewerkt – wanneer de woorden ‘belasting’ en ‘overheid’ worden genoemd. Maar zij zijn het geweest die ten tijde van de conservatieve presidenten Reagan (‘Get the government off our backs’) en Bush (‘No new taxes‘), beiden hartstochtelijk Republikein, de overheidsuitgaven historisch lieten oplopen.

Ook wordt uit het essay niet duidelijk wanneer en waardoor de omslag veroorzaakt werd zodat de politiek in Amerika uiteen viel in links en rechts, immers het vertrekpunt van Sartwell’s studie. Waarbij opgemerkt moet worden dat uitsluitend voorbeelden uit de Amerikaanse politiek worden gegeven. obama-komt-opnieuw-als-winnaar-uit-debat-met-romney_100_1000x0Het betoog gaat van egalitaire hervormingsbewegingen plotseling over in links en rechts die als uit graniet gehouwen karikaturen vijandig tegenover elkaar komen te staan. Wat vervolgens uitmondt in ‘staat en economie zijn samengesmolten in verschillende ordeningen in Iran en Egypte, in China en Rusland, in de Amerika en de EU.’

Bedoelt Sartwell dat je politieke systemen – onmisbaar voor een economische ordening en vice versa, want onlosmakelijk verbonden – met elkaar kunt vergelijken? Dat zal toch niet zo zijn, want het zijn ‘verschillende ordeningen’. Maar wat zijn die ordeningen dan? De overeenkomst tussen deze landen, en daar gaat het om, heeft te maken met de ‘samenvallende hiërarchieën’ (oftewel versmelting staat en kapitaal) die funest zijn en waar een horizontale ordening van de macht de oplossing voor kan betekenen. Maar hoe een verticale of horizontale ordening, begrippen uit de anarchistische theorie, uitgewerkt zouden kunnen worden voor links en rechts als samenvallende hiërarchieën, die dan geen links en rechts meer kunnen heten, wordt (mij) niet duidelijk.

Politieke hooligans

Sartwell heeft gelijk wanneer hij beweert dat de aanhangers van beide kanten blind lijken voor het feit dat staat en kapitaal onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Maar de filosoof slaat door wanneer hij hen beschrijft alsof het om doorgedraaide voetbalsupporters gaat, die met een waas voor de ogen alleen bezig zijn met bijzaken als streek, stad, buurt of logo van de club die voor de harde kern belangrijker zijn dan het voetbal. Want al te makkelijk verdoezelt hij het principiële verschil tussen links en rechts – hij stelt aan het begin dat zijn benadering ‘veeleer filosofisch’ van aard is – waarmee hij het verschil, dat er wel degelijk is, kan negeren. Want de gevolgen van het politieke spel van links en rechts kunnen groot zijn.

En de politieke gebeurtenissen van de 20e eeuw, cruciaal voor de vorming van een links en rechts blok, die zowel Amerika als Europa aangaan, benoemt hij niet. Zoals de situatie die pal na de Tweede Wereldoorlog was ontstaan: de vorming van het Oostblok door de Sovjet-Unie, de Koude Oorlog en in het verlengde daarvan de economische strijd tussen de grootmachten.

En niet te vergeten het daarop volgende neoliberalisme, geïntroduceerd door Thatcher en Reagan, dat na de val van de Muur ideologisch vrij spel kreeg. Deze gebeurtenissen kan Sartwell ook niet noemen, want zijn opvatting is: ‘De Sovjet-Unie was een amalgaam van monopolistisch kapitalisme, en de moderne Amerikaanse staat een amalgaam van staatssocialisme.’ Daar heeft hij gelijk in, maar of linkse en rechtse politiek daarom schijn zijn?

Een principieel verschil is er wel degelijk. Links legt de nadruk op sociaal beleid, zoals welzijn, omstandigheden op het werk, beloning etc. Een gemis bij Sartwell’s betoog is daarom een uitleg over het neoliberalisme, dat de nadruk legt op ‘eigen verantwoordelijkheid’ met inherent de ‘winner-loser mentaliteit’, dat ideologisch werd goedgepraat als ‘het gelijk van rechts’ (of van links, ’t is maar hoe je het bekijkt) en onbelemmerd als een olifant door de porseleinkast kon denderen. Het begrip ‘liberalisme’ noemt hij overigens een enkele keer, maar het verschil tussen het klassieke liberalisme van Adam Smith en het neoliberalisme van Friedrich Hayek laat hij ongemoeid. Mijn inziens van belang voor een goed begrip van het onderwerp.

Waar de aartsvader van het klassieke liberalisme Adam Smith een rol voor de overheid zag weggelegd (op het gebied van onderwijs, rechtspraak, publieke dienstverlening, streng toezicht op banken!) wilde de aartsvader van het neoliberalisme Friedrich Hayek obstakels voor een vrije economie wegvagen. En econoom Milton Friedman met hem: de verhouding ‘markt en staat’ stond voor hem ‘gelijk aan vrijheid en slavernij’.

YE Lehman BankruptcyDe voorzitter van de Amerikaanse Federale Bank, Alan Greenspan, sprak van ‘bevrijding van de markt’ en liet de financiële teugels niet vieren maar helemaal los. Een staaltje van utopisch denken, want in de woorden van Greenspan verwachtte men dat ‘de zelfregulerende krachten van de vrije markt een nieuwe en betere maatschappij zouden creëren’. Een geloof dat uiteindelijk de crisis heeft veroorzaakt.

Abstract betoog

Sartwell zal ongetwijfeld antwoorden dat het neoliberale schema van Hayek past in het klassieke liberalisme van Smith en in het socialistische schema van Marx. Je zou ook kunnen zeggen: hoe abstracter een betoog, hoe beter uitzonderingen en historische afwijkingen er in passen of kunnen worden verdoezeld.

Om duidelijk te maken wat een verwaterd principe is, in dit geval van links, eindig ik met voormalig wethouder Van Es die eerder aan het woord was over haar voorkeur voor linkse politiek. Op de vraag ‘vroeger was je links’, antwoordt de voormalig linkse coryfee: ‘Ik ben nog steeds links, ik denk dat het in de basis gaat om de inkomensverschillen.’

Van Es, na een actief leven in de politiek (oftewel, ze zat er met haar neus bovenop), is kennelijk iets ontgaan. Ze had zich kunnen afvragen hoe het komt dat de middenpartijen (die overigens perfect passen in het schema van Sartwell, ideologisch kan je er immers alle kanten mee op), en waar Van Es zich toe aangetrokken voelt, het laatste decennium zo dramatisch zijn verlaten ten voordele van de twee dominante partijen op de flanken. Beide partijen zijn onverenigbaar, maar ze hebben een sociaaleconomisch programma dat door het midden smalend ‘oud links’ wordt genoemd. Het recente onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid over ‘de toenemende kloof tussen de inkomens in Nederland’ (en Amerika) kan misschien een tipje van de sluier oplichten.

Share Button

5 Reacties op Is tegenstelling linkse en rechtse politiek werkelijk schijn?

  • Gosens schrijft:

    Links en Rechts zijn in de politiek onduidelijke begrippen. Zo beschouwt Van Es zich links, terwijl Kretzschmar haar een “voormalig linkse coryfee” noemt. Wie heeft hier gelijk? Wat is de definitie van Links en Rechts? Zo zijn er PVV’ers die zelfs de VVD links noemen, zodat ze alles de schuld aan “links” kunnen geven. En Sartwell’s artikel was abstract omdat de termen links en rechts gewoon abstract en niet gedefinieerd zijn. Beter kunnen we spreken over politieke partijen als het gaat om direct beleid en ideologieën (liberalisme, communisme, sociaaldemocratie, anarchisme etc.) als het gaat om denkbeelden. Ook ideologieën kunnen in sommige gevallen slecht gedefinieerd zijn, maar ze zijn duidelijker en liggen dichter bij de werkelijke politieke verschillen.

  • ron schrijft:

    @Gosens,

    Dan heb je er overheen gelezen, ik heb het wel degelijk gedefinieerd. Maar ik laat het niet voorafgaan met DEFINITIE etc. Lees het nog maar een keer…

  • ron schrijft:

    @Beste Gosens,

    Ik vergat net nog wat… Je moet je niet laten misleiden door de retoriek van de partijen onderling, dat is bedoeld om zieltjes te winnen. Herinner je de verkiezingen van september 2012 nog? Mark Rutte leek op communistenhater Joseph McCarthy toen hij tegenover Samsom stond.

    En het betoog van Sartwell is abstract, omdat hij het ook niet weet. (Al lijkt het er soms op) Wat zou die andere ordening moeten zijn? Ajax-Feijenoord? Dat is immers een horizontale ordening waar hij veel mee op heeft, en wat de oplossing zou kunnen zijn. Maar hoe zou die effectief kunnen worden? Soms moet je in een abstract betoog ook een beetje concreet zijn..

  • ron schrijft:

    Dat het nu net de partij van Andrée van Es is die de Franse econoom Thomas Piketty heeft uitgenodigd om in de Tweede Kamer uitleg te geven over de steeds grotere wordende ongelijkheid die op den duur problemen gaat geven.

    Ook in Nederland. De Quote 500 maakte onlangs bekend dat de allerrijksten in ons land sinds de crisis hun kapitaal verdubbeld hebben. Ze konden dat verdubbelen, gewoon omdat ze veel geld (over) hebben. Terwijl de werkende midden en lagere inkomens door de hoge belasting op arbeid steeds meer uitgehold worden.

    Waar gaat al dat kapitaal naar toe? Precies.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken