jimmy's hall 1

Acht jaar na The Wind That Shakes the Barley keert de Britse regisseur Ken Loach met Jimmy’s Hall terug naar Ierland. De mededeling eerder dit jaar dat dit zijn allerlaatste film zou worden, kwam aan als een schok. Intussen is hij terug gekomen op dit besluit. Wie anders dan Loach is in staat om meeslepende linkse en maatschappijkritische films te maken? De 77-jarige socialist heeft nog steeds het revolutionaire vuur in zich.

Samen met zijn vaste scenarist Paul Laverty heeft de regisseur een toneelstuk van Donal O’Kelly bewerkt. Jimmy’s Hall is bedoeld als een aanklacht tegen sociaal onrecht gedurende de jaren ’30 van de vorige eeuw in Ierland. De katholieke kerk wilde de plaatselijke bevolking indertijd dom en onmondig houden. In zijn beste films weet Loach zijn sociale bewogenheid te koppelen aan een meeslepend verhaal met diepte en nuances. Zijn nieuwste film valt echter tegen. Het verhaal is te schematisch weergegeven om volledig te kunnen overtuigen, een politiek pamflet is het resultaat.

Het is 1932, Jimmy Gralton keert terug naar het Ierse platteland na een verblijf van tien jaar in New York. Hij wil voor zijn oude moeder zorgen en het in verval geraakte buurtcentrum heropenen. Op het oog zijn het onschuldige activiteiten die daar plaats vinden, zoals dans-, boks-, muziek- en literatuurlessen. Pastoor Sheridan denkt daar anders over en ziet het buurthuis als broedplaats van revolutionair verzet. Er ontstaat langzaam maar zeker een conflict tussen de communistische activist Gralton, die het opneemt voor de bezoekers van het buurtcentrum, en de pastoor, die wordt gesteund door landeigenaren en de politie.

jimmy's hall 2

Jimmy’s Hall is dramatisch gezien nogal flets van opzet, de zwart-wit tegenstelling tussen de nobele bevolking en de onderdrukkende status quo is te voorspelbaar om daadwerkelijk te kunnen boeien. Het dramatische hart van de film wordt gevormd door de confrontatie tussen Gralton en pastoor Sheridan. Helaas is Gralton, gespeeld door de charismatische Barry Ward, een geïdealiseerd personage, eigenlijk te kleurloos en te nobel om te kunnen overtuigen. Jim Norton daarentegen zet een briljante vertolking neer van de angstaanjagend autoritaire katholieke pastoor. Gedragen door gortdroge humor kunnen zijn bijdragen gerekend worden tot de hoogtepunten van de film.

Het scenario is op ware feiten gebaseerd. Wat opvalt is dat de sociale werkelijkheid uit die tijd nogal schetsmatig en met weinig diepte in de film is verwerkt. Loach is natuurlijk wel een vakman die weet hoe een film opgebouwd moet worden – er zijn schitterende beelden van Ierland te zien – maar de urgentie ontbreekt. Jimmy’s Hall is weliswaar een aangename film om te ondergaan, maar zonder scherpte. Dit zou geen waardige afsluiting zijn geweest van een indrukwekkend oeuvre dat de Britse regisseur op zijn naam heeft staan. Hopelijk weet Loach nog een keer te vlammen, hij heeft daar zonder twijfel nog de passie en de energie voor.

Ulrik van Tongeren

Jimmy’s Hall (Cinéart, 2014).

Door ravage

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*