24

Je kan Facebook vergelijken met de people’s secret service. Uiteindelijk zijn het de internetgebruikers die vrijwillig hun persoonlijke leven prijsgeven aan het bedrijfsleven en de overheid.

      door Buro Jansen & Janssen

Facebook fungeert als een soort inlichtingendienst. Het internetbedrijf verzamelt informatie die gebruikers op een presenteerblaadje aanleveren. Je zou verwachten dat deze verzamelde informatie qua samenstelling anders is dan het persoonsdossier van de inlichtingendiensten dat doorgaans voornamelijk bestaat uit krantenartikelen, mediaoptredens, twitterberichten, Facebook-postings, vergadernotulen, observatieverslagen en telefoon-/internettaps.

Wie echter inzoomt op Facebook constateert dat het commerciële bedrijf dezelfde data beheert die inlichtingendiensten proberen te verzamelen: informatie die betrekking heeft op persoonlijke voorkeuren, relaties, contacten en netwerken. Het verschil met inlichtingendiensten is dat Facebook niets hoeft te doen voor die dataverzameling. Zij stelt slechts een ‘gratis’ dienst ter beschikking, maar uiteraard niet voor niets.

   Likes en subscribe

Wie zijn je vrienden (op Facebook), bij welke actiegroepen en politieke partijen ben je aangesloten en voor welke demonstraties en acties heb je sympathie? Likes (‘vind ik leuks’) spelen daarbij natuurlijk een rol, maar het gaat ook om de interactie en de berichten die gekoppeld zijn aan die politieke voorkeuren.

Met de subscribe-knop kan Facebook waarde koppelen aan de verschillende persoonlijke relaties die je hebt. De relaties en voorkeuren leggen je sociale leven bloot. Naar welke muziek luister je graag, welke boeken lees je en hoe (e-book of papier), favoriete tv-series, de sport die je beoefent, de games die je speelt als je je even verveelt?

Dit is overigens geen persoonlijke informatie die Facebook aan mensen ontfutselt. Het is geen inlichtingendienst die je bibliotheekgegevens opvraagt om te weten welk boek je hebt geleend. Het zijn de gebruikers van Facebook die de data aanleveren, vrijwillig en zonder dwang. Hooguit kun je spreken van deelname vanuit groepsdruk, omdat vrijwel iedereen gebruik lijkt te maken van het medium op internet.

De kennis van Facebook over je sociale leven strekt zich uit van je voor- en achternaam, geboortedatum en leeftijd tot aan je afkomst, je gezicht (scan), zeg maar je GBA (Gemeentelijke Basis Administratie) gegevens. Maar Facebook beschikt ook over gegevens betreffende je basisschool, middelbare school en hoger onderwijs (DUO Dienst Uitvoering Onderwijs gegevens), tot aan je seksuele oriëntatie (GGD gegevens in verband met inentingen en tests op HIV en andere seksueel overdraagbare ziekten).

Tevens krijgt het internetbedrijf de beschikking over gegevens betreffende jouw huidige werkgever en voormalig werkgevers (UWV en DWI gegevens), partner en ex-partners (GBA gegevens), creditcard (banken/ en creditcard bedrijven), fysieke locatie (telefoonmaatschappijen en internetproviders). Kortom, gegevens die overheidsdiensten bij allerlei instanties moeten opvragen.

   Duistere achterzijde

Mensen delen veel en Facebook vraagt ook regelmatig om je profiel volledig in te vullen. Inlichtingendiensten kloppen bij al die instanties aan, of proberen direct en constant toegang tot deze data te verkrijgen. Aan de achterzijde weet je eigenlijk niet wat Facebook met die data doet. Advertenties koppelen aan je profiel is de meest opvallende toepassing, maar wat er nog meer gebeurt aan de achterzijde blijft duister.

Met de onthullingen van Edward Snowden over datastofzuiger de National Security Agency (NSA) is duidelijk geworden dat multinationals zoals Facebook, maar ook Google, Microsoft en Apple, hun achterdeuren voor de inlichtingendienst(en) open hebben staan. Het Amerikaanse blad Mother Jones kopte in december 2013 niet voor niets ‘Where Does Facebook Stop and the NSA Begin?’

Toch is deze weergave niet helemaal correct, het lijkt eerder omgekeerd: Waar stoppen de inlichtingendiensten en gaat het bedrijf Facebook verder? Dit zit ‘m niet in de interacties tussen je vrienden op Facebook of met groepen. Facebook wil veel meer van je weten en of je nu ingelogd bent of niet, het bedrijf zorgt ervoor dat ze op de hoogte is van wat er in je leven gebeurt.

Volgens analist Ken Rudin van Facebook voert het bedrijf testen uit om cursorbewegingen van individuele burgers op Facebook vast te leggen en te analyseren. Het gaat hierbij om het vastleggen van bewegingen met de muis naar locaties op het scherm, om vervolgens daaruit af te kunnen leiden wat de interesse is van de afzonderlijke gebruikers. De analist beweert dat dit te maken heeft met het plaatsen van advertenties, maar uiteindelijk heeft het te maken met profilering van de gebruikers.

Zo kan Facebook namelijk ook zien of de persoon tijdens het gebruik van het sociale medium naar zijn telefoon of computerscherm kijkt, hoe lang, wanneer en wat. Allemaal nog wel gerelateerd aan de website van het bedrijf, maar met aanvullende functies als de sport-applicatie-pedometer kan Facebook vastleggen hoe lang, waar en wanneer je hebt hardgelopen of gewandeld.

Het duurt niet lang meer alvorens het bedrijf je algehele conditie heeft doorgrond zodra aanvullende applicaties over bloeddruk en hartslag beschikbaar worden gesteld. Zo ontwikkelt Google een slimme contactlens voor diabetespatiënten en investeert zij in bedrijven die zich bezig houden met diabetes.

   Rijkdom aan informatie

Facebook wil graag toegang tot de microfoon van je computer, headset of telefoon en dringt daarmee door tot in je huiskamer waar je, misschien zonder Facebook, naar muziek luistert die het bedrijf kan horen en mogelijk toevoegt aan jouw profiel om te registreren hou jij je voelt. Zelfs als je bij registratie een fictieve naam, adres, geboortedatum en aanverwante zaken opgeeft, wordt je door het bedrijf gevolgd. Het legt het apparaat vast waarmee je op Facebook bent ingelogd, met bijbehorend ip-adres, maar ook je locatie, tijdzone, datum en tijdstip.

Ook al vermijdt je te liken, het private bedrijf volgt je stappen langs de events en checkins, de websites die je bezoekt… zodra je geobserveerd wordt door Facebook. Zo kan het bedrijf kennis nemen van jouw favoriete cafés, restaurants, gerechten en recepten. Het inlichtingenbedrijf legt vast welke mensen je regelmatig bezoekt, op welke locaties je fotografeert en filmt, met wie je chat en welke groepen je in de gaten houdt.

Foto’s en films die worden toegevoegd aan Facebook bevatten een rijke verzameling aan extra gegevens: met welk apparaat zijn ze gemaakt, wat is de sluitertijd en het diafragma, de locatie, auteur, tijd etc. En van de chats en berichten bewaart Facebook ook de uitgewiste stukken tekst. Voorbeeld: je wilt een vriend schrijven dat hij een ‘eikel’ is, maar wist dat vervolgens uit omdat je je vriendschap ermee niet op het spel wenst te zetten. Je stuurt deze vriend een berichtje dat je geen tijd hebt dit weekend. Facebook weet zo meer over jouw relatie met die vriend, dan die vriend zelf.

Bij dit alles moet worden opgemerkt dat je wel ingelogd moet zijn op ‘jouw’ Facebook-pagina en dat je bepaalde applicaties hebt geïnstalleerd en aan hebt staan, zoals GPS voor je plaatsbepaling en de pedometer voor je hardloop-tracking. Met de gezichtsherkenning kunnen mensen die onzichtbaar willen zijn door Facebook uit de duisternis worden getrokken. Niet door het bedrijf zelf, maar door de gebruikers van Facebook. Wie echter is zich van dit alles bewust? En vooral: wie beseft dat jouw identiteit altijd gekoppeld is aan die van anderen?

In die zin is Facebook de ultieme inlichtingendienst. Het bedrijf is de people’s secret service, wat zoveel inhoudt dat de individuele gebruikers het werk als medewerkers van de geheime dienst vervullen voor henzelf en voor anderen. De Stasi zou haar vingers erbij hebben afgelikt. Vandaar ook dat inlichtingendiensten als de NSA graag toegang hebben tot de achterzijde van Facebook. Het bedrijf zal de vergaarde informatie ook zonder blikken of blozen vrijgeven.

25

   Steun overheid van belang

Het vrijgeven van vergaarde persoonlijke informatie door Facebook aan inlichtingendiensten heeft met verschillende aspecten te maken. Ten eerste zijn grote internationaal opererende bedrijven afhankelijker van hun ‘nationale regering’ dan ze zelf zullen toegeven. Zo onderhoudt Shell innige relaties met zowel de Nederlandse als de Britse regering om haar operaties in het buitenland veilig te stellen. Als er ergens iets misgaat, wordt zowel het diplomatieke als het militaire apparaat van het ‘thuisland’ gemobiliseerd.

Amerikaanse bedrijven als Facebook en Google doen hetzelfde. Als Gmail (Google) wordt gehackt, zal het bedrijf de Amerikaanse overheid over haar schouder mee laten kijken. Maar diezelfde overheid zal langs diplomatieke, en zo nodig langs militaire (in dit geval waarschijnlijk cyber-militaire) weg, het internetbedrijf ondersteunen. Dat is natuurlijk niet vreemd, Google is een groot bedrijf en van belang voor de Amerikaanse economie en hegemonie.

Hetzelfde geldt voor Facebook, waarvan begin 2013 diverse accounts vanuit China werden gehackt. De Amerikaanse overheid zal zijn verzocht ‘officieel’ te reageren om de Chinezen terecht te wijzen. Die steun van de Amerikaanse overheid is echter niet gratis. Zij zal druk op de bedrijven uitoefenen om de achterdeur voor inlichtingendiensten als de NSA, maar ook de FBI, open te houden. Je kunt bijna spreken van public private partnership waarbij multinationals vaak niet voor de overheidsdiensten hoeven te betalen.

Daarnaast proberen overheden een zo fijnmazig mogelijk netwerk te creëren van diplomatieke posten en ambassades om hun land in het buitenland te promoten. Die posten hebben ook een andere functie. De onthullingen van Snowden hebben onderstreept dat de Amerikanen en bevriende naties als Canada, Australië, Groot-Brittannië en Nieuw Zeeland deze diplomatieke posten gebruiken om in de gehele wereld de mogelijkheid te hebben om af te kunnen luisteren.

Werknemers van internationale bedrijven die wereldwijd opereren, zullen regelmatig gevraagd worden bij te dragen aan de inlichtingenoperatie van de overheid van het land waaruit men opereert. De werknemers in het buitenland bevinden zich vaak op andere locaties dan de diplomaten. Landen proberen zo hun zicht op het buitenland, de concurrentie en vijanden zo scherp mogelijk te krijgen. Facebook doet in wezen hetzelfde met de vergaarde data van haar gebruikers. Hoe meer data, hoe scherper de analyses, hoe meer zicht op de verbanden en de interacties, hoe helderder het beeld.

In de loop der jaren heeft Facebook het aantal pixels (punten) van de profielfoto’s vergroot. Uiteindelijk werkt zij toe naar een haarscherp beeld. Facebook heeft sinds oktober 2013 1,189,000,000 actieve gebruikers in de gehele wereld. Die data gebruikt het bedrijf nu al voor sociaal wetenschappelijk onderzoek door het Data Science Team van het bedrijf. De gebruikers als proefpersonen in de ideale wereld van Facebook.

   Gewoon een bedrijf

Uiteindelijk is Facebook natuurlijk geen gratis dienst. In eerste instantie zal het vooral proberen geld te verdienen door de verkoop van gebruikersprofielen ten bate van gerichte advertenties. De volgende stap heeft het bedrijf al gezet door de voorwaarden die ze stelt voor het aanmaken van een Facebook-pagina. Foto’s en films zijn in principe niet meer je eigendom. Het bedrijf kan die foto’s rechtenvrij gebruiken, ook als ze bijvoorbeeld gemaakt zijn met Instagram. Vergelijkbare internetbedrijven als Twitter (Twitpic’s) doen hetzelfde.

Wat geldt voor foto’s en films geldt natuurlijk ook voor teksten en andere content die je aan je pagina toevoegt. Voor deze zeer positieve voorwaarden is het bedrijf afhankelijk van de Amerikaanse overheid. Mocht wetgeving plotseling veranderen en gebruikers geld van Facebook eisen, zou dat voor het bedrijf een ramp zijn. Afgaande op de totale omvang van de gebruikers zou je bijna vergeten dat het gewoon een bedrijf is met 6.818 werknemers, een raad van bestuur en aandeelhouders kent die uiteindelijk graag hun inleg en winst terug willen zien.

De raad van bestuur geeft inzicht op welke plek Facebook in de markt staat. De verschillende leden zijn uit allerlei windstreken gerekruteerd. Uiteraard Google Inc., Microsoft Corp. en haar dochter Skype, eBay Inc. en andere technologiebedrijven, maar ook entertainmentbedrijven als Netflix en Walt Disney Co. Alsmede enkele banken, zoals Morgan Stanley & Co. LLC en Credit Suisse, maar ook The World Bank Group.

Contacten met de politiek zijn ook van belang. Die vinden plaats via oud-leden van de White House Chief of Staff of de US Department of The Treasury. En tot slot natuurlijk de ouderwetse consumentenmarkt, zoals General Motors Corp. en Starbucks. Met een klein aantal leden van de raad van bestuur dekt Facebook haar contacten in verleden en heden af. Uiteindelijk is en blijft het gewoon een bedrijf, misschien wel een private inlichtingendienst. Maar zonder winst zullen op een gegeven moment de aandeelhouders weglopen en valt het om.

   Alternatieven?

Wat er met de vergaarde persoonlijke data gebeurt zodra het bedrijf failliet gaat, is onduidelijk. De overname van Whatsapp door Facebook liet zien dat gebruikers zich plots beducht waren voor hun persoonlijke informatie en op zoek gingen naar ‘alternatieven’. Aan de bestaande alternatieven kleven eigenlijk dezelfde bezwaren als aan Facebook. Google Hangouts maakt onderdeel uit van een andere multinational, net als Imessenger. Bij Telegram werd geroepen dat het een Russische app betreft, maar waarom dat slechter is dan een Amerikaanse Whatsapp, los van de technische mankementen, blijft onduidelijk.

Uiteindelijk gaat het niet meer om een discussie over privacy, burgerrechten en/of bigdata. Facebook verzamelt namelijk niet zelf de data, zij verkrijgt het van haar gebruikers/agenten en die staan de persoonsgebonden informatie geheel vrijwillig af. Los van groepsdruk is er geen sprake van drang en dwang.

De Facebook inlichtingendienst stelt indirect solidariteit en de minderheid centraal. Hoe solidair zijn wij met mensen die misschien wel op de foto willen maar niet getagd wllen worden, die wel iets schrijven maar niet geliked willen worden, die wel op de foto willen maar zich niet op Facebook geplaatst willen zien. Het debat rond Facebook gaat ook over pluriformiteit versus uniformiteit. Over allemaal hetzelfde, Facebook, of iedereen iets anders.

 

Dit is een bewerking van het artikel dat eerder op de website van Jansen & Janssen verscheen. Het origineel lees je hier. In het verlengde hiervan, lees ook deze bijdrage over dataprofilering

Door ravage

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*