Pride

Pride-01

Na de dood van Margaret Thatcher in 2013 werd nog eens duidelijk dat er veel verbittering is over de regeerperiode van de IJzeren Dame. Vooral de mijnwerkersstaking in 1984-1985, vanwege de voorgenomen sluiting van 22 kolenmijnen, heeft kwaad bloed gezet. Door die staking kwamen de mijnwerkers en hun gezinnen in grote financiële nood. Dat is de reden waarom er inzamelingsacties werden gehouden. Pride handelt over een groep homoactivisten die de mijnwerkers een hart onder de riem wil steken.

Aan de hand van jonge Joe (George McKay), die nog uit de kast moet komen, worden we de homowereld binnen geleid. Joe sluit zich aan bij de actiegroep Lesbians and Gays support the Miners (LGSM). De jonge Mark Ashton (Ben Schnetzer) is de initiatiefnemer van het bonte gezelschap. Plan is om een mijndorp te vinden die zal gaan dienen als donordoel. Het wordt een dorpje ver weg in Wales. Grote vraag is of deze activisten met open armen ontvangen zullen worden door de conservatieve dorpelingen.

Pride toont hoe het kleurrijke homogezelschap langzaamaan verbroedert met de in eerste instantie afwijzend staande mijnwerkers. De film van theaterregisseur Matthew Warchus, met een scenario van debuterend schrijver Stephen Beresford, is gebaseerd op ware feiten. Het geheel oogt aanvankelijk tamelijk authentiek. Grote probleem is dat de film gebukt gaat onder een opeenstapeling van gemakzuchtige clichés. Omdat er zoveel miniverhaaltjes verteld worden met een groot aantal personages, ontstaat er een brei zonder kraak of smaak. En zonder focus, want van die verhaaltjes blijft te weinig in de herinnering hangen.

Bijkomend nadeel is dat de film volgens de formule van de Britse feelgoodfilm is gemaakt. Het standaardmodel voor dit soort films is The Full Monty van regisseur Peter Cattaneo uit 1997. Hierin voert een stel werkeloze metaalwerkers een striptease act op om aan de armoede te ontsnappen. Intussen is een hele reeks films gemaakt volgens dit concept: Billy Elliot, Brassed Off, Made in Dagenham en Kinky Boots. In dergelijke films gaat het om een groep of een individu (Billy Elliot) die in opstand komt tegen de onderdrukkende status quo.

Pride-02

Pride toont ten overvloede dat dit genre zijn beste tijd heeft gehad. De makers hebben de succesformule van The Full Monty schaamteloos uitgemolken. De rauwe eerlijkheid is verworden tot een voorspelbaar resultaat. Het gevecht tegen homofobie en de verwoesting van de Britse vakbonden zijn belangrijke onderwerpen, maar in Pride worden ze onvoldoende uitgewerkt. Zo worden de oorzaak en de aard van de mijnwerkersstaking in het geheel niet benoemd. En de strijd van de homo’s tegen de Aids-epidemie raakt ook al snel op de achtergrond.

Wanneer de film interessant dreigt te worden, is er altijd wel een liedje, grapje of dansje om de kijker te plezieren. De makers willen het vooral positief houden, verbroedering en vriendschap zijn de lijdraad. De schaduwkanten van de geschiedenis worden grotendeels genegeerd. De ontroering waar de filmmakers zo omstandig naar hengelen, komt pas aan het einde van de film tot uiting als we getuige zijn van de slotparade in Londen waar de mijnwerkers en homo’s hand in hand gaan. Er volgen korte mededelingen over het lot van de personages.

Zo leren we dat Mark Ashton een paar jaar na de mijnwerkersstaking op 26-jarige leeftijd aan Aids overleed. De indrukwekkende cast met acteurs als Paddy Considine, Bill Nighy, Imelda Staunton en Dominic West belooft weliswaar veel, maar hun personages blijven teveel typetjes zonder diepgang. Billy Nighy als de oude en dichterlijke dorpeling die uit de kast komt, maakt nog de meeste indruk. Dat doet deze grote acteur overigens in elke film waarin hij optreedt.

Ulrik van Tongeren

Pride (Lumière, 2014), nu in de bioscopen.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*