De kunst van het vreedzaam vechten

Nooit eerder was onze beschaving zo effectief in het bewaren van de vrede. Hoe komt dit en wat is het geheim? Hans Achterhuis en Nico Koning zoeken in hun boek antwoorden op deze vragen.

Filosoof Hans Achterhuis beweerde deze zomer in dagblad Trouw dat hij weinig verschil ziet tussen IS en de kruistocht tegen de katharen in de 1ea5665e42e85518bd26a398c20988e6-1409155220Middeleeuwen. Wat uitliep op massale moordpartijen en plunderingen in het Franse Béziers. Waarmee Achterhuis wilde zeggen dat er al eeuwen een ‘hechte relatie bestaat tussen religie en geweld.’ Religie is een ambivalent verschijnsel, het kan zowel vrede brengen als een wrede dood.

De kunst van het vreedzaam vechten dat Achterhuis schreef met vriend en collega Nico Koning heeft geweld (en religie) als onderwerp. De auteurs maken gebruik van een uitgebreid bronnenmateriaal. Van het Gilgamesj-epos, Homerus, de Griekse tragedieschrijvers, bijbel tot eigentijdse literatuur waarmee het onderwerp diepgaand wordt uitgespit. Met dit boek wilden ze een vervolg schrijven op Met alle geweld (2008), het met de Socrates-wisselbeker bekroonde boek van Achterhuis. In het laatstgenoemde boek is de vraag hoe geweld ontstaat. Grondstoffen kunnen aanleiding zijn voor bloedige conflicten of strijd als gevolg van uit de hand gelopen wereldse politiek, vooral religieuze geweldsuitbarstingen hebben de geschiedenis met bloed gekleurd.

Minder geweld dan voorheen

Met één groot verschil. Het boek Vreedzaam vechten gaat weliswaar over geweld maar dan tegenovergesteld, namelijk geweldsbeteugeling. Wat we niet beseffen– alleen al niet omdat dagelijks het bloedige wereldnieuws van het beeldscherm spat – is dat we door de eeuwen heen vreedzamer zijn geworden. De kans op een natuurlijke dood in onze samenleving is vele malen groter dan in vroegere samenlevingen, schrijven de auteurs. Aangenomen wordt dat de twintigste eeuw de bloedigste ooit was in de geschiedenis, maar dat is niet zo. Daarvoor verwijzen ze naar sociaalpsycholoog Steven Pinker. In zijn studie (Ons betere ik) stelt Pinker dat we door de eeuwen heen steeds minder gewelddadig zijn geworden, ondanks dat we in de huidige tijd beschikken over hypermoderne wapens. Vele malen doeltreffender om een groot aantal mensen tegelijkertijd te vernietigen dan met een zwaard, sabel of musket. Pinker beweert dan ook optimistisch dat we leven in de ‘meest vreedzame alle mogelijke werelden’.

Achterhuis en Koning sluiten zich bij Pinker aan. Een gemis, schrijven ze, is wel dat Pinker weinig aandacht schenkt aan de rol van het christendom en de gunstige invloed van feminisering op geweld sinds de 17e eeuw. Het christendom mag dan een indrukwekkend gewelddadig verleden hebben, maar het heeft wel de weg vrij gemaakt voor (horizontale) instituties als democratie, rechtstaat en vrouwenrechten. Over de invloed van vrouwen op het intomen van geweld tonen de auteurs evengoed onderzoeken met tegengestelde uitkomsten. Zo laten ze oorlogshistoricus Martin Creveld aan het woord die stelt dat vrouwen in oorlogen niet onder hebben gedaan voor mannen. Al was het maar vanwege het feit dat vrouwen hun mannen ophitsten om ten strijde ten trekken, omdat bij een eventuele nederlaag zij door de vijand worden beschouwd als oorlogsbuit.

Wanneer begon de vermindering van geweld? Om het te beteugelen ontstonden sinds de oertijd in alle delen van de wereld hiërarchische geordende samenlevingen met ‘verticale gezagsstructuren’ om geweld tegen te gaan. Een traditionele samenleving kenmerkt zich door religieuze onderwerping aan de goden en autoriteiten en door solidariteit van verwanten. Ieder had zijn vaste plaats. En of dat nu het kastensysteem in India betreft of het feodale systeem in de westerse wereld, de godenwereld en priesters waren onmisbaar om de mensen te laten gehoorzamen. Tot de invloed van de wetenschappelijke revolutie en de Verlichting de religieuze standensamenlevingen versneld laat afbrokkelen naar meer gelijkheid.

Getemd verlangen

De filosoof René Girard, wiens ideeën centraal staan in het boek, denkt dat gelijkheid leidt tot toename van geweld. Het begeerde object (bijvoorbeeld kunstvoorwerp, huis of partner) wordt begeerlijker naarmate het door voor ons belangrijke anderen wordt begeerd. De vondst van Girard is dat we niet willen 76856wat we zelf willen, maar we apen de verlangens na van hen tegen wie we opkijken. ‘Waar Freud dacht dat de mens gedreven wordt door onbewuste drijfveren, zegt Girard dat het niet hun eigen verlangens zijn maar kopieën van verlangens van anderen.’ Het begeerde object zelf doet er weinig toe. Dit verlangen noemt hij mimetische begeerte, waaraan Girard het zondebokmechanisme koppelt om de oorsprong van religie en geweld bloot te kunnen leggen.

De onheilsprofetie van toenemend geweld door gelijkheid van Girard is tot op heden niet uitgekomen. Hoe komt het dat we vreedzamer zijn geworden en niet ten onder zijn gegaan aan blinde jaloezie en bloedige wraak? We hebben er geleidelijk mee leren omgaan, denken de auteurs. Minder bekend is dat sport van groot belang geweest is voor de moderniteit, dat inzicht leren de oude Grieken ons. Niet alleen als de bakermat van de democratie, de Grieken waren ook dol op de agon (wedstrijd). Er zijn in de literatuur te weinig beschouwingen over sport, schrijven ze. Sport heeft ons namelijk getraind om ons verlies te nemen en om ‘vreedzaam te vechten in de politiek’, zodat we leerden omgaan met conflicten zonder elkaar onmiddellijk de hersens in te slaan.

Zijn we nu aan het eind van de (gewelddadige) geschiedenis gekomen zoals Francis Fukyama na de val van de Muur beweerde? Dat standpunt waar Fukuyama kritiek op heeft gekregen, met name van zijn leermeester Samuel Huntington, nemen Achterhuis en Koning niet in. Dat maakt het laatste hoofdstuk duidelijk: ‘In al deze domeinen (democratie, rechtspraak, vrije markt) moeten de spelregels voortdurend worden ontwikkeld en aangepast’. Zodat een zo vreedzaam leven mogelijk blijft, is de gedachte. Want de geest is sneller uit de fles dan erin. Waarna in de epiloog aanbevelingen volgen waarvan een enkele politiek aandoet. Zoals die dat we vanuit oogpunt van geweldsbeteugeling niet onbezonnen verdragen moeten opzeggen of door een handelsboycot af te kondigen. De markt gaat blijkbaar boven mensenrechten, wat ook de politieke realiteit is.

Een aanbeveling die doet denken aan minister Timmermans in mei van dit jaar. Vanwege zijn bezorgdheid om onze handelsbelangen vertrok de minister hals over de kop naar Saoedie-Arabië om zich te verontschuldigen aldaar voor wat politicus Geert Wilders in Nederland had uitgehaald met een islamonvriendelijke sticker. Saoedie-Arabië, het land waar vrouwen, homo’s of politiek afvalligen gestenigd of onthoofd worden; het land dat zich aansloot in de strijd tegen IS en tegelijkertijd IS en andere terreurgroepen financiert in hun bloedige strijd tegen andersdenkenden. Inderdaad, vreedzaam vechten is een kunst.

Ron Kretzschmar

Opmaak 1

titel: De kunst van het vreedzaam vechten
auteurs: Hans Achterhuis & Nico Koning
uitgave: paperback, 672 pagina’s 2014
uitgever: Lemniscaat
prijs: 34,95 euro
isbn 9789047702191

  

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken