White God

white-god

De briljante opening van White God zet de toon. Door griezelig uitgestorven straten van Boedapest fietst een jong meisje. Ze kijkt angstig achterom en ziet een roedel agressieve zwerfhonden de hoek om stormen. De grimmige en apocalyptische sfeer is raak, het is de aanzet tot een bijzondere film.

Mens en hond zijn al duizenden jaren onafscheidelijke vrienden. In de film heeft de Hongaarse staat het vuilnisbakkenras vogelvrij verklaard, eigenaren van dergelijke honden moeten extra belasting betalen. In White God wordt getoond wat er gebeurt wanneer de hond in opstand komt.

De gescheiden vader van de dertienjarige Lili, die zijn dochter onder zijn hoede heeft, weigert de extra belasting en hij dumpt haar bastaardhond Hagen langs de autoweg. De film toont de zoektocht van het meisje naar haar geliefde kameraad, tegelijkertijd zien we hoe het dier probeert te overleven in de buitenwereld. Hagen sluit zich aan bij een roedel uitgestoten honden die leven van vuilnis en voortdurend bezig zijn te ontsnappen aan een hondenbrigade.

Hagen weet hieraan te ontkomen maar valt in de handen van een crimineel, die een vechthond van het dier maakt. De training van de hond en het daarop volgende hondengevecht is van een zeldzame gruwelijkheid. Het behoorlijk complexe uitgangspunt is meeslepend en emotioneel uitgewerkt. Dat het meisje Lily eenzaam is, wordt psychologisch fraai gespiegeld aan de eenzame wereld van de uitgestoten honden.

De dierenwereld die wraak neemt op de wrede mensheid werd door Alfred Hitchcock al tastbaar verbeeld in zijn meesterwerk The Birds (1963). De hond, vriend van de mens, die wraak neemt gaat eigenlijk dieper dan de vogels in The Birds. De karaktereigenschappen van de honden in White God geven meer identificatie mogelijkheden dan de anonieme vogels.

Dat de knuffelige huishond Hagen in een razende hellehond verandert is een huiveringwekkende transformatie. White God roept herinneringen op aan White Dog (1982) van Samuel Fuller. Deze film gaat eveneens over de relatie tussen mens en hond. Hierin probeert een hondentrainer een Duitse Herder die afgericht is om zwarte mensen aan te vallen, opnieuw af te richten. Want het aangekweekte racisme zit diep in de hond.

White Dog is een scherpe antiracistische allegorie. Dat is ook precies wat regisseur Mundruczó met zijn White God beoogt, in plaats van de honden kan iedere gediscrimineerde en vervolgde minderheid hier ingevuld worden. De film is enigszins onevenwichtig, omdat de mensenwereld minder boeiend getekend is dan de hondenwereld.

De hondentraining is trouwens adembenemend geslaagd. Met weinig digitale hulpmiddelen is de hondenopstand en het daarbij behorende geweld realistisch en invoelbaar voor het voetlicht gebracht. Dat felle realisme maakt de film ongewoon en behoorlijk verontrustend.

De honden die in de film optreden waren afgedankt, tijdens de opnamen werd de dieren geen leed aangedaan. Volgens een naschrift aan het eind van de film hebben de honden allemaal een baasje gevonden. Ondanks deze geruststellende mededeling blijft de grimmige en beangstigende sfeer van White God lang in het hoofd rondtollen.

Ulrik van Tongeren

White God (Cinemien, 2014), vanaf 4 december in de bioscopen.

 

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken