Vernieuwt het IFFR, en hoe dan?

04

Het 44ste International Film Festival Rotterdam (IFFR) in 2015 kende een succesvolle editie, op alle locaties was het bomvol. Met veel uitverkochte voorstellingen en een zichtbaar enthousiast publiek is het nog steeds met speels gemak het grootste culturele evenement in Nederland.

37In ieder geval is er een stijging van bezoekers aantallen te noteren: vorig jaar 287.000, dit jaar 302.000. Wat die cijfers werkelijk betekenen is de vraag. Want alles wordt bij elkaar opgeteld, verkochte kaartjes, bezoeken aan tentoonstellingen, debatten en nog meer. Hoeveel betalende bezoekers er kwamen opdagen wordt bijvoorbeeld pas duidelijk bij bekendmaking van de jaarcijfers. Cijfers zijn natuurlijk belangrijk. Sponsoren willen waar voor hun geld, evenals subsidiegevers.

Eigenlijk wil iedereen altijd meer van het filmfestival. Zo waren hier en daar waren ontevreden geluiden te horen van bezoekende Tigerpas-houders die door het samengestelde schema ‘slechts’ zes films per dag konden zien in plaats van de gewenste zeven. En de Nederlandse filmpers pleitte voor meer grote films, en aansprekende regisseurs en acteurs als gasten op het IFFR. Het is moeilijk om altijd iedereen tevreden te stellen, is zo’n beetje de stelregel in Rotterdam.

Vorig jaar publiceerde de Britse filmjournalist Neil Young een vernietigende kritiek over het festival op de website Indiewire. ‘Hoeveel slechte films heb je nodig om je festival te ruïneren’, was zijn uitdagende vraag. Te veel films, teveel obscure titels, en een festival zonder hart en ziel, luidde de essentie van zijn kritiek. Tot nu toe heeft Young zich koest gehouden, maar de man moet toch echt verstand hebben van internationale filmfestivals want hij bezoekt er jaarlijks 26.

Ook een deel van de Nederlandse filmpers is kritisch over het IFFR, men eist vernieuwing omdat het prestige van het festival tanende is. Het is alweer lang geleden dat Rotterdam het vierde filmfestival van de wereld had, na Cannes, Berlijn en Venetië. Die tijd komt nooit meer terug. Belangrijke internationale filmmakers presenteren hun nieuwste werk in Berlijn en Cannes. De roep om grote namen kan eenvoudigweg niet gehonoreerd worden. Na het 8-jarige directeurschap van Rutger Wolfson komt er een nieuwe directeur aan het roer, misschien kan die de gewenste nieuwe koers inslaan.

Volgens de leiding van het IFFR was deze 44e editie overzichtelijker dan voorgaande. Daar was weinig van te merken, met een overvloed aan themaprogramma’s die in het teken stonden van bijvoorbeeld feminisme, surrealisme, propaganda en de 24-uurs economie. De liefhebbers van de Aziatische film moesten hartverscheurende keuzes maken. Er was een uitvoerig retrospectief van de belangrijke Zuid-Koreaanse cineast Jang Jin en een blik op de Taiwanese cinema, en nog talloos ander Aziatisch werk.

Man_on_High_Heels_Directors_Portrait

Regisseur Jang Jin tijdens de opnamen van de film Man on High Heels, 2014.

Als programmaonderdeel was het gesprek met de 45-jarige Jin een openbaring. De man werkt met vele genres, van komedie tot melodrama, altijd films met een scherpe politieke en maatschappijkritische lading. Een dergelijk retrospectief kan alleen beleefd worden in Rotterdam. Want het Eye, ons filmmuseum, zou zoiets nooit organiseren. De filmgeschiedenis leeft op het IFFR. Dat is een enorme troef van het festival.

Voor de ware filmtijger was het enorme aanbod overweldigend. Niemand weet precies hoeveel films er vertoond werden, volgens de NRC 435 titels. Daarvan raakt een mens snel de weg kwijt. Misschien moet het festival weer compacter en kleiner worden. De nieuwe directeur van het IFFR moet zijn of haar stempel op het festival gaan drukken, zoals Huub Bals en Simon Field dat vroeger deden. Of is dat nostalgie naar vroegere tijden?

Het is gemakkelijk om aan de zijlijn cynisch te doen over het Rotterdamse filmfestival. Met filmjournalisten die zich vooral concentreren op een paar grote films die dan uitvoerig belicht worden in hun kranten. Diezelfde recensenten begeven zich niet in de krochten van het festival waar nog steeds juweeltjes te vinden zijn.

Het is een feit dat het IFFR zich moet vernieuwen, met meer aandacht voor de films en de makers. Het uitdijende randgebeuren voelt hier als een stoorzender. Commercie is zeker noodzakelijk om als filmfestival te overleven, maar de veteraan festivalganger kijkt er soms met enige verbijstering naar. Ondanks dat gewoon jezelf met huid en haar kunnen onderdompelen in filmbeleving is gelukkig nog steeds mogelijk.

Ulrik van Tongeren

Eerdere bijdragen over het IFFR 2015 lees je hier, hier en vergeet deze niet.

 

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken