27

DEN HAAG – De Hoge Raad heeft het cassatieverzoek van een oud-medewerkster van de geheime dienst AIVD afgewezen. Heleen S. kreeg eerder van het gerechtshof celstraf opgelegd omdat ze in 2009 staatsgeheimen had gelekt naar De Telegraaf.

Volgens de Hoge Raad kan Heleen S. zich niet beroepen op het journalistieke bronbeschermingsrecht (ex art. 10 EVRM). De veroordeling van de partner van de oud-medewerkster moet wel over omdat het gerechtshof onvoldoende duidelijk heeft gemaakt in hoeverre hij opzettelijk betrokken is geweest bij het lekken van de geheime AIVD-informatie. Het hof veroordeelde Heleens S. in 2013 tot zestien maanden gevangenisstraf, haar partner kreeg acht maanden opgelegd.

De zaak draait om twee publicaties in De Telegraaf in 2009. In het artikel AIVD faalde rond Irak wordt op basis van gelekte informatie afkomstig van de geheime dienst gesteld dat de AIVD in 2002-2003 ‘klakkeloos buitenlandse inlichtingenrapporten heeft overgenomen zonder de informatie te verifiëren waardoor de indruk ontstond dat het regime van Saddam Hoessein de beschikking had over massavernietigingswapens.’ Hiermee werd destijds de Tweede Kamer op het verkeerde been gezet.

Tevens onthulde De Telegraaf in het artikel Beveiliging fors opgeschroefd. Dalai Lama bedreigd dat er voor de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding in 2009 voldoende aanleiding was om beveiligingsmaatregelen rond het bezoek van de Tibetaanse religieuze leider te nemen. ‘Er zijn dermate verontrustende signalen opgepikt, onder meer via het internet, dat tot een steviger bewaking is overgegaan. China en Chinese gemeenschappen in de wereld hebben grote moeite met de politieke verlangens van de Dalai Lama voor autonomie van het door China ingelijfde Tibet.’

Omdat de AIVD vermoedde dat informatie was gelekt vanuit de AIVD, werden de telefoons van de betrokken journalisten afgeluisterd om te achterhalen of dat vermoeden gerechtvaardigd was. Achteraf oordeelde de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), naar aanleiding van een klacht van De Telegraaf en de betrokken journalisten, dat de inzet van de telefoontaps tegen de journalisten disproportioneel was. De AIVD had groter gewicht moeten toekennen aan het aan de journalist toekomende recht van bronbescherming dan aan het achterhalen van een mogelijk lek.

Het hof heeft volgens de Hoge Raad terecht geoordeeld dat het journalistieke bronbeschermingsrecht waarop de Telegraaf-journalisten vrijgesproken zijn van vervolging niet voor Heleen S. opgaat. ‘Vanuit haar functie was de medewerkster gebonden aan haar geheimhoudingsplicht. Dat het afluisteren van de gesprekken tussen medewerker en journalist een te zwaar middel was volgens de CTIV, is geen buitengewone omstandigheid die het lekken door de medewerkster zou kunnen rechtvaardigen’, zo oordeelt de Raad.

Door ravage

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*