ruig en verwoestend kan zij zijn
golven die met kracht beukend
land en huis wegvagen
dier en mens ontredderd achterlaten
onberekenbaar hels water
de zee
sereen en kalm kan zij zijn
vol overgave voor plant en dier
aldaar in de diepte van
het zuiverende water
vol zeewier in de kraag op het zand
de zee
ik hou van haar oneindigheid
haar horizon waar ik naar zwem
het koele donker langs mijn huid
die geprikkeld wordt door tegenstroom
mijn blik volgt de ondergaande zon