Journal d’une femme de chambre

41

Deze kostuumfilm van de Franse regisseur Benoît Jacquot is de derde verfilming van de gelijknamige schandaalroman van Gustave Mirbeau uit 1900. Hoofdpersoon Célestine is een opstandig dienstmeisje dat steeds van werkgever wisselt. Ze komt in opstand tegen haar bazen die haar uitbuiten. Het vak dat ze uitoefent is in feite een vorm van slavernij.

Met zijn satirische roman schreef Mirbeau een aanklacht tegen de Franse klassenmaatschappij. Een stem geven aan de weerlozen was een belangrijke drijfveer van de schrijver. Regisseur Jacquot volgt getrouw zijn tekst. In een van de vorige verfilmingen van het boek, door Luis Bunuel in 1964, lag de nadruk meer op de psychoseksuele aspecten van het verhaal.

Dat seksuele is hier op een omfloerste wijze aanwezig. Célestine is vooral bezig met het zich onttrekken aan de grijpgrage handen van haar werkgevers. Het was toentertijd gebruikelijk dat bazen seksueel misbruik maakten van hun bediendes, maar de mooie Célestine laat zich niet zomaar knechten. De film handelt over hoe de sluwe meid aan dat keurslijf probeert te ontsnappen.

Met Léa Seydoux heeft Jacquot zo’n beetje de ideale actrice gevonden om de mysterieuze Célestine gestalte te geven. Haar personage is in nevelen gehuld. Mondjesmaat wordt met behulp van flashbacks iets van haar schimmige verleden getoond. Toch weet de actrice met haar sensuele en norsige oogopslag wel degelijk een spannende rol neer te zetten.

Dat Célestine slachtoffer is staat buiten kijf. Tegelijkertijd wil ze met hart en ziel tot de bourgeois behoren. Die dubbelzinnigheid wordt door Seydoux prachtig verbeeld. Dat het kamermeisje een antisemitische tuinman, gespeeld door Vincent Lindon, als reddingsboei gebruikt om te ontsnappen, geeft de film een wrange lading.

Journal d’une femme de chambre is een elegante kostuumfilm waar toch een scherpe visie op de Franse klassenmaatschappij van het begin van de vorige eeuw in is verwerkt. Of dat ook reflecteert op de huidige Franse samenleving is de vraag. De regisseur vindt zelf van wel, maar hij is daarvoor te braaf binnen de lijntjes gebleven.

Jacquot is eerder een specialist in psychologisch drama dan een chroniqueur van maatschappelijke misstanden. Niettemin is het een genot om deze film te ondergaan. De onderkoelde en stijlvolle wijze waarop hij een dergelijk drama vorm weet te geven, is een verademing. Dergelijk vakmanschap is ondertussen zeldzaam geworden.

Ulrik van Tongeren

Journal d’une femme de chambre (Cinéart, 2015), vanaf 25 juni in de bioscopen.
Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken