‘Onderzoek Amsterdams politieoptreden’

16

Aan het College voor de Rechten van de Mens

Kleinesingel 1-3
3572 CG Utrecht

Dit is een verzoek aan uw college om zich te buigen over de wijze waarop demonstratievrijheid en vrijheid van meningsuiting in Amsterdam afdrijft naar een ondergraving van deze grondwettelijke vrijheden.

Ik signaleer dit niet zo zeer voor mijzelf, maar voor anderen. Het gaat om de wijze waarop mensen met een mening die ik NIET deel, PEGIDA aanhangers en hun spiegelbeeld ‘de antifa’s’ (antifascisten), in de afgelopen weken in Amsterdam bejegend zijn door de gemeentelijke autoriteiten. Hier was sprake van een al te overmatige bewaking van de ‘publieke orde’, waaraan burgerlijke vrijheden opgeofferd werden.

De beperkingen die in naam van de burgemeester van Amsterdam aan de demonstranten opgelegd werden, overschreden het juridisch toelaatbare, hebben grondwettelijke vrijheden aangetast, onder het mom ze te beschermen. Door inzet van al te zware middelen werd het doel van die inzet (waarborgen van ‘vrijheid van demonstratie’ en ‘vrijheid van meningsuiting’) ondergraven.

Het moge zo zijn dat het nu vooral een groepering treft waarvan de doelstellingen – ook – mij geheel en al niet aanstaan, maar eenmaal geaccepteerd als methode van bewaking van de openbare orde, kunnen zulke maatregelen op een ander moment en in andere omstandigheden, ook anderen en wellicht mijzelf treffen.

Ik wil hier het begrip ‘proportionaliteit’ noemen. Ik constateer dat het huidige politieoptreden bij demonstraties in Amsterdam waar enkel een vermoeden van ongeregeldheden bestaat, ‘buitenproportioneel’ is. Gescandeerde, getekende en gedrukte leuzen worden worden bij voorbaat aan beperkingen onderworpen, waarbij geen rekening gehouden wordt met het feit dat bijvoorbeeld het gebruik van een hakenkruis op een spandoek, nog niet hoeft te betekenen dat dat teken in de zin van propaganda voor het Nazisme gebruikt wordt. Een hakenkruis dat in een prullenmand geworpen wordt, of een hakenkruis gecombineerd met een verkeersverbodteken, worden op deze wijze eveneens verboden. Dat is een juridische dwaasheid.

De spreekkoren van de antifa’s ‘Fascisten Heraus’ werden getolereerd, terwijl het gebruik van een hakenkruis door de PEGIDA demonstranten – in de zin dat zij zich beledigd voelen om zo als groepering vereenzelvigd te worden met het Nazisme – verboden werd. Dat is meten met twee maten, gevolg van al te grote controlezucht van de gemeentelijke autoriteiten.

Zo werden ook antimonarchistische demonstranten met een spandoekje bij de Februaristaking herdenking – dit jaar in bijzijn van de koning – verwijderd (onder het mom dat de spandoekdragers zich niet legitimeren konden en er gevreesd werd voor onrust bij de herdenking). Dat was regelrechte censuur en niet de eerste keer dat tegendemonstranten bij openbare manifestaties de mond gesnoerd wordt.

Een PEGIDA-voorman werd afgelopen zaterdag van het podium geplukt door de politie en afgevoerd. Dat was een te vergaand middel. Dat was intimiderend. Mij doet het denken aan het lezen over politieoptreden bij manifestaties en demonstraties op het einde van de 19e eeuw, met name bij manifestaties van socialisten en antimonarchisten.

Ik verzoek dan ook uw college om deze drie zaken

– PEGIDA demonstratie bij Stopera 6 februari 2016

– Februaristaking herdenking 25 februari

– PEGIDA demonstratie bij de Stopera 27 februari

te onderzoeken. Dit kan in eerste instantie heel goed omdat al de drie gebeurtenissen live door de lokale tv-zender AT5 gedocumenteerd zijn.

Ik verzoek u om een publieke reactie te geven op het beleid van de Gemeente Amsterdam bij deze drie gelegenheden en op te roepen tot een meer gemodereerde wijze van het handhaven van de openbare orde.

Op het moment dat de verhouding demonstranten politie 1:1 is en het aantal demonstranten pro & contra om en nabij om de 250 lag (en daar leek het afgelopen zaterdag 27 februari op)… moet duidelijk zijn dat dit niet de bedoeling van onze rechtsorde kan zijn om zo ‘de openbare orde’ te handhaven. De die toegepast middelen waren immers zélf een verstoring van die (geciviliseerde) openbare orde.

Hoogachtend,

Tjebbe van Tijen
28 februari 2016
Nieuwe Amstelstraat, Amsterdam

PS
Ikzelf woon tegenover de Amsterdamse STOPERA, ben een tegenstander van waar PEGIDA volgens mij voor staat en heb ook uitdrukking gegeven aan die gevoelens door het tweemaal ophangen van een spandoek dat met hulp van vrienden gefinancierd is. De tekst luidt: ‘wie OORLOG ontvlucht behoeft OPVANG / anti ISLAM argument PEGIDA = PERFIDE’.
Het machtsvertoon onder mijn ramen was overbodig groot, met tientallen overvalwagens vol met mobiele eenheid, een dertigtal politie te paard, meerdere arrestatieteams, arrestatiewagens, motorrijders, afvoer van demonstranten in gemeentelijke bussen ter bescherming dit keer, maar wie weet als een vorm van massa-arrestatie de volgende keer.
‘Afvoeren, afvoeren…’ scandeerden de antifa’s en ook dat benauwd mij, zeker weet hebbende van de geschiedenis van dit gebied en wat er onder de ramen van ditzelfde huis zich afgespeeld heeft. Niet alleen aan de vooravond van de Februaristaking 1941, maar ook vele malen later tijdens WWII vonden hier razzia’s plaats.
Het is bedroevend om dit alles aan te zien en aan te horen. Meer tact en sociaal besef is nodig niet enkel van de demonstranten pro & contra, maar ook van de gemeentelijke overheid en haar hoofd de burgemeester van Amsterdam Van der Laan.
Deze brief werd oorspronkelijk gepubliceerd op de website The Limping Messenger.
Share Button

2 Reacties op ‘Onderzoek Amsterdams politieoptreden’

  • josie schrijft:

    ben je tegen planne van de overheid of dergelijke ben je fout en dna word je gewoon hard aangepkat onze vrijheid zijn we al lang kwijt. Zie de camera’s enz. Ook als je ene andere mening hebt kan je iemand aan de deur verwachten (bv als je tegen de komst van vluchtelingen bent en je hebt dat getwittert) Blij dat ik in Frankrijk woon

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken