22
Duizenden Nederturken protesteerden juni 2014 in Almelo tegen het Armeense genocide-monument

De commotie die is ontstaan over de beweging DENK is grotendeels onterecht. Het is de politiek die een voedingsbodem heeft gecreëerd voor het Turkse extreem-nationalistische gedachtegoed in Nederland.

     door Nizam Cabbar

De media van het geld hebben er sinds enige tijd weer een sensatiebron bij: DENK en de toetreding van Farid Azarkan en Sylvana Simons tot deze nieuwe politieke partij. Een deel van die media heeft een campagne van start laten gaan voor verdere ridiculisering en marginalisering van de beweging zelf, van de oprichters ervan en van de toetreders. Dat blijkt uit overvloedige beweringen in ‘gewone’ en ‘sociale’ media.

De PvdA zou de oprichters van DENK er destijds niet voor niets hebben uitgeknikkerd. DENK zou als de lange arm van Erdogan fungeren, terwijl de oprichters spionnen van de Turkse regering zouden zijn. DENK zou als politieke fractie ook geen zinvolle aanvulling op de Nederlandse politiek zijn. Zij zou zich richten tegen integratie van etnische minderheden en slechts het zoveelste hok zijn binnen de Nederlandse hokjescultuur.

  Kwaad daglicht

Of die beweringen al dan niet waar zijn en in hoeverre, is in ieder geval een belangrijke en begrijpelijke vraag die zeker gesteld en beantwoord dient te worden, maar dan wel in overeenstemming met de realiteit. Opvallend is dat een groot deel van de kritiek en commotie erop gericht lijkt te zijn om het initiatief DENK in de kiem te smoren en zowel de oprichters als de sympathisanten ervan in een kwaad daglicht te stellen.

En dan niet zo zeer op grond van de ideologische visie, de beginselverklaring of de politieke optredens en prestaties van DENK, maar voornamelijk op basis van de aanname dat de heren oprichters van DENK sympathisanten van Erdogan zouden zijn. Plus het feit dat zij een ‘eigen’ visie op het verleden en het heden zouden hebben aangaande de Armeense en andere genociden, de Koerdische kwestie en nog enkele andere zaken.

Zaken zoals de ernstige schending van humanitaire en democratische grondrechten door het Erdogan-regime, waar de heren oprichters zich niet kritisch over uit zouden laten. Getuige bijvoorbeeld hun opstelling ten aanzien van de arrestatie van bekende en minder bekende Nederlandse journalisten door de Turkse autoriteiten.

Het is vervolgens tamelijk bedenkelijk dat DENK, die nauwelijks een factor van betekenis vormt binnen het huidige politieke krachtenveld, nu in toenemende mate tot doelwit wordt gemaakt van racistische vijandigheid en anti-islamitische haat waar zeer veel agressie van uitgaat. Het feit dat Sylvana Simons op de sociale media keer op keer gelyncht en geterroriseerd werd (en wordt) omdat zij zich bij DENK aangesloten heeft, is daar een concreet voorbeeld van.

Uiteraard staat het een ieder vrij om kritiek te hebben op DENK en op de prominenten van die partij. Maar als bepaalde individuen of groeperingen spontaan of in georganiseerd verband de stromen van kritiek laten escaleren tot racistisch en seksistisch gekleurde haatcampagnes, waarbij er openlijk tot geweldpleging en moorddadigheid wordt opgeroepen, dan wordt er een grens overschreden.

  Groei van Turkse bewegingen

Nu is DENK relatief gezien nog maar een zeer kleine politieke beweging in opbouw, opgericht door Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk. Turkse mannen met een islamitische achtergrond die in Nederland opgegroeid zijn en hun politieke werk als leden van de Tweede Kamer wilden voortzetten nadat zij uit de PvdA-fractie verwijderd werden. Dat is volstrekt gerechtvaardigd en eigenlijk geen reden tot verontwaardiging.

Dat de mannen islamitisch-conservatief, Turks-nationalistisch en aanhangers van Erdogan en zijn regime zouden zijn, is ook niet iets om van op te kijken. Ze zijn immers in milieus opgegroeid en gevormd waar islamitisch-conservatisme, Turks-nationalisme en blinde trouw aan Turkije een zware stempel drukten op de religieuze geloofsopvatting, ideologische visie en politieke voorkeur van mensen.

In de jaren dat Kuzu en Öztürk opgroeiden, waren in de bovengenoemde milieus verschillende religieuze en nationalistische bewegingen van Turkse origine actief met het propageren van hun ideologische principes, politieke perspectieven en praktische standpunten. Met name sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw was er sprake van een voortdurende groei van deze Turkse bewegingen in Nederland. Denk aan Diyanet, Milli Görüş, Gülen Beweging, Süleymanci’s en Grijze Wolven.

De PvdA pleitte er vervolgens voor een aantal van deze Turkse bewegingen aan een nader onderzoek te laten onderwerpen, zogenaamd vanuit haar bezorgdheid om het feit dat zij de integratie van Turken binnen de Nederlandse samenleving zouden belemmeren. Uit de mond van de PvdA klinkt deze verklaring en de motivatie daarachter erg ongeloofwaardig en bovendien bedenkelijk.

In de afgelopen decennia is er namelijk genoeg soortgelijk en gericht onderzoek gepleegd. Daaruit kwam keer op keer en onomwonden naar voren dat deze bewegingen het principieel niet zo nauw nemen met het fenomeen van integratie. Dat is niet vreemd want de politiek religieuze, ultranationalistische en antidemocratische aard van de identiteit van hen, druist diametraal in tegen integratie en het streven ernaar.

  Rol overheid

Niet alleen onderzoek wijst dat onweerlegbaar uit, ook de praktijk van het dagelijks bestaan toont dat voortdurend aan. In deze is het dan des te merkwaardiger dat de PvdA de behoefte voelde naar nieuw onderzoek ter zake. De PvdA verraadde daarmee zelf haar eigen misleidende en provocatieve voornemens.

Bovengenoemde Turkse organisaties, genootschappen en bewegingen zijn al sinds meerdere decennia onder het toeziend oog van de Nederlandse overheid actief. De overheid heeft deze bewegingen altijd gesteund en als gesprekspartners van de Turks-islamitische gemeenschap erkend en gelegitimeerd. Opeenvolgende regeringen, waar ook de PvdA deel van uitmaakte, hebben deze extreem-religieuze en nationalistische organisaties ten onrechte gesubsidieerd en een grote rol toegedicht in het integratieproces van de Turkse gemeenschap.

Die samenwerking bleek met name op een tweetal punten effectief te zijn. Ten eerste zorgden deze bewegingen met hun voortdurende propaganda en fanatieke indoctrinatiecampagnes ervoor dat grote massa’s mensen binnen de Turkse gemeenschap ‘ingesloten’ werden in religieuze en nationalistische keurslijven. Daarmee werd de ontwikkeling van een progressief-democratisch sociaal bewustzijn beoogd en de opbouw van een constructief-participatieve burgerschapsopvatting binnen de Turkse gemeenschap belemmerd.

Op die manier werd de dominante positie van feodale bekrompenheid, cultureel conservatisme en nationalistische botheid en kortzichtigheid binnen de Turkse gemeenschap in stand gehouden en verder versterkt. Op de tweede plaats was de bovengenoemde samenwerking ook erg goed voor de terugdringing en verzwakking van democratische en sociaal kritische groeperingen en organisaties binnen de Turkse gemeenschap.

Zo heeft de Nederlandse overheid sterk bijgedragen tot versterking van bovengenoemde religieuze en nationalistische bewegingen. Een belangrijke factor die sinds ruim een decennium tot een verdere versteviging van deze Turkse bewegingen heeft bijgedragen, is de groeiende macht van Erdogan en de Turkse AKP-regering. Daardoor is tevens ook de sfeer voor onderlinge ‘communicatie’ en ‘samenwerking’ tussen de bewegingen en de Turkse overheid onweerlegbaar verder verruimd.

  Politieke islam

Het is zaak dat de huidige sterke positie van Turkse religieuze en nationalistische organisaties in Nederland (tijdelijk) verzwakt, geïsoleerd en beheersbaar gemaakt wordt. Ook dienen zij geen invloedrijke posities binnen de Nederlandse politiek in te nemen, zeker nadat uit enquêtes gebleken zou zijn dat overgrote meerderheden van de Turken in Nederland de AKP en het Erdogan-regime zouden aanhangen en met IS zouden sympathiseren.

Nu de beweging van de politieke islam wereldwijd aan kracht en breedte snel terrein wint, kan de Nederlandse overheid een te sterk front van politiek-islamisme en extreem-nationalisme binnen de Turkse gemeenschap natuurlijk niet gebruiken. Vandaar de diverse enquêtes die gehouden worden en onderzoeken waarvoor gepleit wordt. Enquêtes en onderzoeken die moeten resulteren in steeds nieuwe aanleidingen tot een verdere versterking en institutionalisering van agressief en gewelddadig racisme tegen islamieten, Turken en andere ‘allochtonen’.

Degenen die menen dat DENK een verwerpelijke organisatie is, zouden ook moeten weten dat de oprichters ervan voortkomen uit de gelederen van bovengenoemde religieuze en nationalistische bewegingen. DENK is daarmee ook het product van de Nederlandse politiek zelf. Degenen die DENK verwerpelijk vinden, zouden de opeenvolgende regeringen van de afgelopen dertig jaar ook moeten veroordelen vanwege hun inconsequentie, hypocrisie en opportunisme.

Critici van DENK zouden de handen ineen moeten slaan en gezamenlijk moeten strijden om in ieder geval de huidige regering tot een socialere opstelling te bewegen. Deze regering zou er toe bewogen moeten worden om alle soorten van racisme, discriminatie en tekortkomingen in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, op de werkvloer en op alle levensterreinen te bestrijden met alle mogelijkheden en middelen die haar ter beschikking staan.

  Neoliberaal beleid

Het neoliberaal beleid van afbraak, bezuiniging en verarming, alsmede van privatisering, flexibilisering en deregulering, treft werknemers en uitkeringsgerechtigden, vrouwen, jongeren en ouderen, groepen die in een zwakke sociale positie verkeren. Grote aantallen mensen binnen de etnische minderheden worden door racistische en discriminatoire kenmerken van datzelfde beleid extra getroffen. Zij hebben bovendien, meer dan wie dan ook, te kampen met economische, sociale en culturele achterstelling en uitsluiting, waaraan segregatie, vergroting en verdieping van de tweedeling binnen de samenleving ten grondslag liggen.

Onder deze omstandigheden is het niet vreemd dat er ‘nieuwe’ bewegingen ontstaan en is het niet vreemd dat mensen dan naar ‘alternatieve’ bewegingen of partijen op zoek gaan om zich erbij aan te sluiten. Daarom is de aansluiting van Farid Azarkan en Sylvana Simons bij DENK niets bijzonders en niet raar, gezien hun teleurstelling en ontevredenheid betreffende een aantal zaken zoals zij die zelf in de media hebben verwoord. Daarom zou niemand ervan op moeten kijken indien vele duizenden zich de komende tijd zullen aansluiten bij DENK.

De regering moet een democratischer, socialer, vreedzamer en volksvriendelijker beleid voeren met heel veel meer oog voor de armen en heel veel minder voor de rijken, de banken en de multinationals. Zolang de regering dat niet doet, zal de samenleving in toenemende mate te maken blijven hebben met armoede, achterstelling, tweedeling, segregatie, racisme en agressie. Politici, media en publiek zouden zich daarover druk moeten maken, in plaats van zich op te winden over de aansluiting van enkele relatieve bekendheden bij DENK. Een storm in een glas water.

Door ravage

2 gedachte over “DENK, logisch gevolg van overheidsbeleid”
    1. Helemaal mee eens, en niet alleen in Nederland.
      Bovendien, maar ik wil het kort houden, ben ik van mening dat de PVV/Wilders ook niet bepaald toonbeelden van democratisch denken zijn.
      En daar wil ik het bij laten, met vriendelijke groeten uit Dalmatië, Pim.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*