Kritisch theater over ontwikkelingshulp

01

Sociaal bewogen theatermaker Anoek Nuyens houdt deze maanden een monoloog in zaaltjes van onder andere ngo’s, hulporganisaties en politieke partijen. Zij roept vragen op over het nut van de goede doelen sector in zijn huidige vorm.

     door Hans Beerends

Een half miljoen om weg te geven. Dat overkwam Anoek Nuyens toen haar katholieke oudtante van 92 jaar haar goede doelenstichting Auxilium (Latijn voor hulp) aan haar overdroeg. Vereerd en blij begon Anoek de papieren van de reeds vijftig jaar bestaande stichting door te nemen, maar al lezende ontstonden er steeds meer vragen over de zin en het nut van al die goede doelen. Anoek is sociaal bewogen documentair theatermaker en besloot haar vragen om te zetten in een theaterstuk met de titel HULP waarmee ze thans langs ngo’s, hulporganisaties, wereldwinkels en politieke partijen trekt.

Ruim een uur lang lang vertelt Anoek in een sprankelende en indringende monoloog over haar zoektocht in de doolhof van de vele medische hulpprojecten van haar oudtante. Leidraad voor die tocht is het archief. Ze leest het publiek voor uit een brief van een Afrikaan die 1500 dollar vraagt voor een opleiding tot priester omdat hij dan veel voor zijn volk kan betekenen. Diezelfde man schreef drie jaar later dat hij getrouwd is en een kind heeft dat naar haar oudtante genoemd is. De man heeft intussen besloten filosoof te worden want daarmee zou hij zijn volk nog beter kunnen helpen: kosten 2000 dollar. Weer een paar jaar later wil hij toch liever jurist worden.

  Mislukte projecten

In het archief ontdekt Anoek veel mislukte en half mislukte projecten en als zij haar oudtante vraagt of zij daar niet moedeloos van wordt, antwoordt deze: ‘Ach kind, ik heb het geld, ik hoef het niet, zij willen het en je moest eens weten hoe blij ik ben dat ik kan geven.’ Een paar weken later vraagt de eerder genoemde Afrikaan aan Anoek geld voor zijn vrouw want die wil graag verpleegkundige worden. Als Anoek verbaasd om opheldering vraagt over de reeks opleidingskosten, antwoordt hij dat haar oudtante er voor gezorgd heeft dat hij nu net zo kan leven als mensen in het westen.

Kritisch geworden leest Anoek een reeks boeken over de zin en onzin van ontwikkelingshulp en gewapend met een ministerieel evaluatierapport gaat zij op reis naar Afrika om daar al die brieven schrijvende hulpvragers persoonlijk te ontmoeten. Zij ontdekt weeshuizen waar kinderen wees moeten spelen anders stopt de subsidie, en waterputten die in gang gezet worden door een draaimolen waar kinderen verplicht in moeten zitten. Naast de vele mislukte en vaak bizarre projecten ontmoet Anoek ook swingende succesvolle jongeren die af willen van het stigma van een eeuwig arm en hulpbehoevend Afrika. Ze noemen zich de TINA (This Is New Afrika) generatie.

Tenslotte komt zij gedurende de voorstelling aan bij een lievelingsproject van haar oudtante, een keurig onderhouden ziekenhuis maar waar geen patiënten verblijven. Dat Keniaanse ziekenhuis, ooit opgezet en bestuurd door zuster Tom, is ten onder gegaan aan de gewelddadige verkiezingsstrijd van enkele jaren terug. Sinds het ziekenhuis werd overvallen door leden van de tegenpartij, durft niemand het meer te bezoeken.

In een wanhopige poging er toch nog wat van te maken, vraagt Anoek eenieder hoe men denkt over een oplossing. Het antwoord is kort en simpel: ‘Zuster Tom moet terugkomen want toen was het ziekenhuis altijd vol.’ Zuster Tom haalde desnoods zelf patiënten op. ‘Nee nee’, reageert Anoek, met in haar achterhoofd de criteria van het evaluatierapport, ‘jullie moeten het zelf oplossen, we moeten werken aan een gelijkwaardige verhouding.’ ‘Waarom moet dat per se’, antwoordden de dorpelingen verbaasd, ‘het ging toch goed? Laat zuster Tom terugkomen, die zal alles regelen.’

  Vragen vragen

,,Hoe moet het nu verder met al die goede doelenhulp?”, roept Anoek na afloop zowel tegen zichzelf als de aanwezigen in de zaal. ,,Het is allemaal zo gecompliceerd, lopen we niet hopeloos achter, de tijd van de zielige kindjes van Foster Parents Plan is nu toch echt wel voorbij. Is handel wellicht beter, zoals minister Ploumen wil. En al die evaluatiecijfers die subsidiegevers nu eisen – meten is weten – is dat de oplossing? En gelijkwaardigheid? Mooi hoor, maar moeten we na al die jaren dat we het beter wisten nu ineens onze westerse norm van zelfredzaamheid opdringen?”

Vragen vragen, heel veel vragen stelt Anoek, discussievoer voor een zaal vol hulpgevers. De toeschouwers, in dit geval medewerkers van een van de vele hulporganisaties die ons landje rijk is, zijn er stil van. Aarzelend komt de discussie op gang met gespreksleider Michiel Bakker, eveneens theatermaker. Veel problemen worden herkend, als ook de discussie daarom heen. De kwestie is gecompliceerd. Goede resultaten worden vaak teniet gedaan door corruptie van bovenaf of door vaak onbegrijpelijke politieke meningsverschillen of stomweg bureaucratie. Men weet van de huiver om wantoestanden aan de grote klok te hangen, want ja, hoe zal de reactie zijn van donateurs en subsidiegevers?

Over handel als compensatie van hulp leven er grote vragen. Niets mis met handel maar waarom moet het bedrijfsleven subsidie ontvangen uit de ontwikkelingspot? Bovendien, ook projecten van het bedrijfsleven mislukken. De aanwezigen vinden het overigens een goede zaak dat door dit theaterstuk de discussie binnen de hulporganisaties geïntensiveerd wordt. Of al die cijfers die nu van ons verlangd worden tot zoveel betere resultaten leiden, is nog maar de vraag. Het staat weliswaar goed zo’n rapport, maar met cijfers vang je niet altijd de werkelijkheid.

  Christelijke plicht

Ook de roep om gelijkwaardigheid, waar iedereen het in principe mee eens is, kan tot de nodige spanningen en onbegrip leiden. Iemand die veel met goede gevers uit kerkelijke hoek te maken heeft, merkt op dat deze mensen vaak het schenken op zich als christelijke plicht ervaren en zich minder druk maken over de doelmatigheid ervan. Als iemand anders opmerkt dat er bij de media veel aandacht is voor mislukte projecten en veel minder voor successen, knikken de aanwezigen instemmend.

Oké, dat mag dan waar zijn, reageert weer een ander, maar dat betekent niet dat we ons zelfgenoegzaam op de borst moeten slaan. Natuurlijk moeten we doorgaan maar we zullen andere wegen moeten bewandelen. Daar was iedereen het wel mee eens en velen kwamen dan ook met nieuwe of reeds beproefde ideeën die een extra stimulans zouden kunnen krijgen.

De discussie werd deze keer gevoerd door een gezelschap zeer betrokken hulpgevers. Ik ben benieuwd hoe de discussie verloopt bij aanwezigheid van diverse politieke partijen, ngo’s en maatschappelijke organisaties. Het zou een goede zaak zijn indien Anoek en gespreksleider Michiel Bakker, tevens theatermaker, bij zouden houden op welke wellicht uiteenlopende wijze op de voorstelling gereageerd wordt. En het zou helemaal mooi zijn als na afloop van de reeks voorstellingen bekend wordt gemaakt welke mogelijke veranderingen door de diverse organisaties worden doorgevoerd.

De voorstelling HULP met aansluitend discussie loopt nog tot oktober 2016. Voor meer informatie en boekingen kun je contact opnemen met Frascati Producties, Gerjan Schreuder gerjanschreuder@frascatitheater.nl tel. 020 751 64 00.
Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

Nieuwsbrief
Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief:
Rubrieken
Volg ons op twitter