Uitzetting Rwandezen voorgelegd aan Hof

02

De Mpanga Prison in Nyanza

Komende maandag dient in Den Haag het hoger beroep van de Nederlandse staat tegen twee Rwandese genocideverdachten. Hun uitzetting werd eerder geblokkeerd vanwege de incapabele rechtsbijstand in Rwanda. In hoeverre is die situatie inmiddels veranderd?

     door Jos van Oijen

Een gebrek aan capabele rechtsbijstand in Rwanda was voor de voorzieningenrechter van de rechtbank in Den Haag reden om op 27 november 2015 uitlevering van de twee Rwandese genocideverdachten tegen te houden. De rechter baseerde de uitspraak op een in juni 2015 verschenen deskundigenrapport van Martin Witteveen, een Nederlandse rechter-commissaris die in Rwanda rechtszaken heeft gevolgd. Witteveen constateerde in het voorjaar van 2015 dat de verdediging in Rwanda kwalitatief tekortschoot en in sommige rechtszaken zelfs ontbrak.

Andere argumenten tegen uitlevering die breed zijn uitgemeten in de media, zoals vermeende politieke motieven achter de aanklachten of zorgen over de veiligheid in Rwanda, zijn door de voorzieningenrechter verworpen en lijken in het beroep geen rol te gaan spelen. Maar hoe zit het inmiddels met de kwaliteit van advocaten in Rwanda en de detentieomstandigheden in Rwandese gevangenissen?

  Permanente monitoring

Sinds 2011 hebben het Internationale Rwanda tribunaal van de Verenigde Naties (ICTR) en verschillende westerse landen genocideverdachten overgedragen aan Rwanda om daar te worden berecht. Drie van hen zijn inmiddels veroordeeld. Omdat de uitleveringszaken van het ICTR permanent gemonitord worden door deskundige waarnemers kunnen we ons een goed beeld vormen van de manier waarop verdachte en veroordeelde genocideplegers worden behandeld in Rwanda.

De rapportages van de Verenigde Naties bevestigen de observaties van Witteveen voor zover het de afwezigheid van advocaten tijdens rechtbankzittingen betreft, maar anders dan Witteveen beweert melden zij tegelijkertijd dat het om geïsoleerde incidenten gaat. Een team van advocaten ging begin vorig jaar in staking vanwege een conflict over hun contractuele vergoedingen en een ander team trok zich om diezelfde reden terug. Na het uitdelen van boetes wegens verzuim en het toewijzen van andere advocaten aan de verdachten hebben de betreffende zittingen in een later stadium, mét verdediging, opnieuw plaats gevonden.

De problemen waren daarmee niet voorbij. De verdachten gingen niet akkoord met de toegewezen advocaten en voeren sindsdien uit protest hun zaken ‘pro se’, wat erop neerkomt dat ze zichzelf verdedigen in de rechtszaal en hun advocaten negeren. De advocaten verschijnen wel netjes in de rechtszaal maar zitten er min of meer voor spek en bonen bij. De president van het Mechanism for International Criminal Tribunals van de Verenigde Naties (MICT) heeft inmiddels bepaald dat de verdachten deze situatie vooral aan zichzelf te wijten hebben.

Dit betekent niet dat de advocaten in Rwanda niets te verwijten valt. Mede door hun onmacht om de verdachten tegen zichzelf te beschermen, lijken de VN-rapportages soms meer over een soapserie te gaan dan over een gerechtelijke procedure. In het rapport van afgelopen maart lezen we dat de rechters en de aanklager in de zaak Munyagishari hun frustratie over de passiviteit van de verdediging ook niet langer kunnen verbergen. ‘Ondanks de weigering van de verdachte om met hen samen te werken had de verdediging werkzaamheden moeten verrichten in de acht maanden sinds zij de zaak toegewezen hebben gekregen’, aldus de aanklager.

  Rechtsbijstand aangepast

De oorzaak van de problemen is terug te voeren op ontoereikende overheidsbudgetten voor rechtsbijstand en onderzoek door de verdediging in Rwanda, die gedurende de eerste rechtszaak al snel uitgeput dreigden te raken. De Rwandese overheid klaagt tegen de VN over het bewust vertragen van gerechtelijke procedures door de verdediging en het claimen van exorbitante onkostenvergoedingen, zoals een bedrag van tienduizend dollar voor het horen van een enkele getuige in New York. Begin 2015 is daarom een nieuwe vergoedingsregeling ingevoerd waarbij met een vast budget per zaak wordt gewerkt, in plaats van met een maandelijkse vergoeding.

Hoewel de Rwanda Bar Association (de Rwandese orde van advocaten) akkoord is gegaan met de nieuwe regeling en rechtsbijstand door lokale advocaten daarmee is gegarandeerd, vormt dit ogenschijnlijk een nadelige situatie voor de uit te leveren Nederlandse genocideverdachten. Het niveau van vergoedingen in Rwanda zit namelijk ver onder de tarieven die advocaten in Nederland hanteren. Als geen van hen bereid zou zijn om voor een dergelijk bedrag te werken, zou dat het recht op een capabele verdediging in Rwanda kunnen ondermijnen.

De Nederlandse staat zou er daarom goed aan doen die kosten voor eigen rekening te nemen. Maar landsadvocaat André ten Broeke zal daar in het hoger beroep niet voor pleiten. ,,Wij zijn van mening dat er in Rwanda wel degelijk voldoende gekwalificeerde advocaten aanwezig zijn die genocidezaken aankunnen. In elk land heb je goede en slechte advocaten, dat is in Nederland niet anders. We zullen de rechter daar maandag van proberen te overtuigen. Het is een nieuwe ronde met nieuwe kansen en een nieuwe beoordeling.”

  Sleutel voor eigen celdeur

Als we de rapporten van de VN-waarnemers mogen geloven, hoeven de Nederlandse verdachten in ieder geval niet te vrezen voor de omstandigheden van detentie in Rwanda. Volgens de verdachten die gevangen zitten in Kigali of in de Mpanga Prison in Nyanza zijn de gevangenissen schoon en worden zij er als volwaardige mensen behandeld. De klachten die zij tegenover de VN-waarnemers uiten verschillen weinig met die van gedetineerden in Nederland. Ze gaan vooral over het eten: porties vlees en vis bij het eten die te klein zijn, een aardappel die is aangebrand, niet altijd melk bij de thee, etc.

Andere klachten betreffen de vrijheden binnen de gevangenis. De gevangenen vragen om een decoder zodat ze meer tv-kanalen kunnen ontvangen en om een regeling voor echtelijk bezoek. Jean Uwinkindi, een van de inmiddels veroordeelde genocideplegers, klaagt nadat hij van Kigali naar Mpanga Prison is overgebracht dat hij geen sleutel heeft gekregen. Volgens Uwinkindi had iedereen in de gevangenis van Kigali wel een sleutel van zijn eigen celdeur. Als we de verschrikkingen in acht nemen waarvoor de genocideverdachten terecht staan, lijken dit geen problemen te zijn waar we in Nederland van wakker hoeven te liggen.

Share Button

1 Reactie op Uitzetting Rwandezen voorgelegd aan Hof

  • knarfist schrijft:

    Deze twee prachtkansenparels zijn de toekomstige handen aan het bed.
    Misschien kan Joke K er een vlammend betoog over schrijven met veel blikken benzine erin?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Laatste reacties
Rubrieken