Genocideverdachten Rwanda uitgeleverd

rechtbank-gerechtshof-den-haag

Het gerechtshof in Den Haag heeft in hoger beroep bepaald dat twee verdachte daders van de genocide in Rwanda aan dat land mogen worden uitgeleverd. Bezwaren over onvoldoende garanties voor een eerlijk proces zijn door het hof verworpen.

     door Jos van Oijen

Jean Baptiste Mugimba en Jean Claude Iyamuremye mogen worden uitgeleverd aan Rwanda, zo besliste het gerechtshof in Den Haag dinsdag. De uitlevering van de genocideverdachten werd al eerder toegestaan door de uitleveringsrechter en door de Hoge Raad, maar werd eind vorig jaar geblokkeerd door de voorzieningenrechter wegens een vermeend gebrek aan adequate rechtsbijstand in Rwanda. Daardoor zou een eerlijk proces niet zijn gegarandeerd.

De aannames van de voorzieningenrechter over onvoldoende gekwalificeerde en ongemotiveerde advocaten in Rwanda waren gebaseerd op een rapport en enkele memo’s van Martin Witteveen, een Nederlandse deskundige die in Rwanda enkele rechtszaken heeft gevolgd. Maar het gerechtshof heeft nu beslist dat de bezwaren uit het rapport van Witteveen voldoende zijn weerlegd of intussen achterhaald zijn.

De Rwandese overheid heeft de kritiek ter harte genomen en de regeling voor juridisch onderzoek verbeterd. De Rwandese Orde van Advocaten (RBA) heeft een lijst samengesteld van 68 gekwalificeerde advocaten waaruit genocideverdachten een keuze kunnen maken. Deze ervaren advocaten zijn volgens de RBA in het buitenland getraind en zijn bereid om in uitleveringszaken op te treden voor de daarvoor vastgestelde vergoeding.

  Kritiek verworpen

‘Noch Witteveen noch de verdediging hebben deze gedetailleerde stellingen voldoende gemotiveerd en inhoudelijk weersproken’, aldus het Hof. Ook andere kritiek wordt door het gerechtshof verworpen: ‘Voor zover het al gaat om gegronde kritiek is de situatie inmiddels in een aantal gevallen gewijzigd en is vooralsnog dan ook niet aannemelijk dat een en ander ook bij de berechting van verdachte zal spelen. Dit betekent dat niet is gebleken dat de Rwandese autoriteiten in betekenisvolle mate de in regelgeving en garanties verstrekte waarborgen voor een eerlijk proces schenden.’

Het hof verwijst naar Witteveen zelf die in een memo aan James Arguin van het Mechanism for International Criminal Tribunals van de Verenigde Naties (MICT) schrijft: ‘Samengevat steun ik uitleveringen aan Rwanda en, mede gebaseerd op mijn eigen ervaringen in Rwanda die teruggaan tot 2008, alsmede de ervaringen van anderen, verwerp ik de beweringen dat de (Rwandese) overheid zich in zaken mengt, getuigen onrechtmatig beïnvloedt, dat genocidezaken politiek van aard zijn en dat verdachten gevaar lopen na hun uitlevering. Volgens mijn observatie heeft Rwanda een functionerend rechtssysteem voor genocide-uitleveringszaken.’

Het Hof baseert zich verder op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (ECHR) en het MICT. Het MICT heeft bijvoorbeeld eind vorig jaar een klacht behandeld over de ondermaatse rechtsbijstand in een genocideproces in Rwanda en oordeelde dat het proces eerlijk is verlopen. De voorzieningenrechter ging er nog vanuit dat het MICT niet over het rapport van Witteveen beschikte, maar volgens het gerechtshof is inmiddels gebleken dat dat wel het geval was.

  Genocide

Het laatste bezwaar van de verdediging betreft een inbreuk op het familieleven bij uitlevering van de verdachten. Maar het gerechtshof vindt uitlevering gerechtvaardigd en niet disproportioneel. Volgens het Hof moet in aanmerking worden genomen dat zij verdacht worden van een zeer ernstig misdrijf, te weten genocide. De feiten zijn in Rwanda gepleegd, daar bevindt zich het meeste bewijs en daar bevinden zich de overlevenden van de misdrijven en de nabestaanden van dodelijke slachtoffers.

‘Tegen deze achtergrond kan niet worden gezegd dat de Staat kennelijk onredelijk handelt door verdachten niet in Nederland te berechten maar aan Rwanda uit te leveren’, aldus het Hof. Op basis van meerdere formeel juridische aspecten, zoals foutieve wetsinterpretatie of toepassing, kunnen de genocideverdachten eventueel nog in cassatie gaan, maar de inhoud van de zaak staat dan niet langer ter discussie.

Gerelateerde berichtgeving:
Uitzetting Rwandezen voorgelegd aan Hof
Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken