Zijn we allemaal racist?

04

Racisme zit in ons allemaal, ook in goed bedoelende wereldverbeteraars al beweren ze zelf van niet. Want soort zoekt nu eenmaal soort, schrijft Alain van Hiel in zijn boek Iedereen racist, de multiculturele droom ontleed.

     door Ron Kretzschmar

Uit eigen ervaring weet Alain van Hiel dat ouders die zich graag als links en progressief profileren en de multiculturele maatschappij fanatiek verdedigen, hun kinderen doodleuk inschrijven bij een andere (lees: witte dan wel gemengde) school wanneer er teveel allochtonen zijn op de lokale school. Zwarte scholen hebben nu eenmaal het stigma van laag niveau. Je kind op een zwarte school betekent meestal vervolgopleiding vmbo en welke linkse hoogopgeleide ouder wil dat?

Hebben we hier te maken met racistische mama’s en papa’s? Nee, zo erg is het denk ik niet, ouders willen natuurlijk het beste voor hun kind. Maar je zou wel kunnen stellen dat ze tegen hun principes in gewillig meewerken aan een ‘systeem van apartheid’ dat de integratie niet ten goede komt. Het maakt de ouders hypocriet.

Je zou het misschien een vorm van ‘heimelijk racisme’ kunnen noemen, leren we uit het boek: ‘Heimelijk racisme is op het eerste gezicht onschuldig, maar het gaat toch om een vorm van negatief denken over bevolkingsgroepen.’ Al klopt de zwarte school niet met het voorbeeld waarmee Van Hiel ‘heimelijk racisme’ typeert: dat gaat bijvoorbeeld om ‘personen die beweren dat allochtonen niet lui en ongedisciplineerd zijn, maar in onze maatschappij niet slagen omdat ze andere normen en waarden hebben over het belang van onderwijs’.

  Hoe ontstaat racisme?

Alain van Hiel, als hoogleraar Sociale Psychologie verbonden aan de Universiteit Gent, noemt in het begin van het boek Stanley Milgram als een van zijn inspiratiebronnen. Diens beroemde en beruchte wetenschappelijke onderzoek uit 1963 – doodgewone mensen die bereid zijn andere mensen te martelen met zware elektroshocks – noemt Van Hiel ‘de belangwekkendste uit de geschiedenis van de sociale psychologie.’ Wat mensen in dergelijke situaties ‘drijft om zus of zo te handelen’ boeide Van Hiel dermate dat hij zich voor sociale psychologie ging interesseren.

Via Milgram komt Van Hiel op het thema racisme terecht (in het boek synoniem aan ‘onverdraagzaamheid’). We lezen hoe ‘de vriendelijkste mensen de neiging hebben om zich superieur te wanen aan andere sociale groepen.’ Zodra mensen deel uitmaken van groepen ontstaat discriminatie. Om dit fenomeen uit te diepen en vervolgens objectief te kunnen verklaren put Van Hiel uit het werk van collega-wetenschappers, filosofen en de media. Daarbij spaart hij zowel links (oftewel politiek correct) en rechts (politiek incorrect) niet.

Mensen zijn van nature sociale wezens en zoeken het liefst personen op bij wie zij zich vertrouwd voelen. Gelijkenissen zoals taal, uiterlijk, werk, godsdienst en etnische achtergrond leveren een belangrijke bijdrage aan het groepsgevoel. En groepen hebben de neiging om zich af te zetten tegenover andere groepen (opstootjes met voetbalsupporters of godsdienstige en politieke groeperingen spreken boekdelen).

Van Hiel schrijft in het eerste hoofdstuk dat studie van wetenschappelijke bronnen (o.a. de filosofen Karl Marx en Friedrich Engels) heeft aangetoond dat de oorsprong van onverdraagzaamheid ligt besloten in de drang om te overleven in tijden van schaarste (strijd om voedsel of territorium). Dat dit instinct om te overleven in andere vormen nog steeds aanwezig is, onderbouwt hij uitgebreid met een onderzoek uit 1954 van Muzafer Sherif, één van de grondleggers van de sociale psychologie.

  Sport racistisch?

Twee groepen vriendschappelijk met elkaar omgaande jongetjes van rond de elf jaar verbleven op een vakantiekamp en werden als proefkonijnen dusdanig gemanipuleerd dat zij na een paar weken als vijandige groepen tegenover elkaar kwamen te staan: de Red Devils en Bull Dogs (zoals ze zichzelf spontaan noemden). Beide groepen begonnen elkaar uit te schelden om vervolgens weer even gemakkelijk ‘terug gemanipuleerd’ te worden naar de vriendjes die ze een paar weken daarvoor nog waren.

Volgens Van Hiel levert Sherif met diens onderzoek een bewijs hoe eenvoudig groepen mensen door invloed van buitenaf (met handig gebruik van stereotypen) tegenover elkaar kunnen komen te staan, en niet te vergeten hoe makkelijk hen dit ook weer af te leren is. Dat de media daarin een belangrijke taak hebben, merkt Van Hiel terloops in de tweede helft van zijn boek op (‘tv bevestigt het negatieve beeld van allochtonen dat wij van ze hebben’).

De wijze van beschrijving van het onderzoek van Sherif, een klassieker uit de sociale psychologie, geeft de opzet van het boek goed weer: hoe ontstaat racisme en hoe daar mee om te gaan? Maar wanneer je leest over de ervaringen van de jongetjes in het vakantiekamp kan dat op de lachspieren werken. Red Devils en Bull Dogs, zoals de jongetjes hun groepen noemden, zouden namen kunnen zijn uit de wereld van het American football (een variant op rugby) alwaar de spelers niet bepaald zachtzinnig met elkaar omgaan.

Ruw gedrag is een vereiste om dit spel te kunnen spelen, maar of dat bewijs is voor latent racisme? Je kunt dat gegeven evengoed omdraaien, zoals filosoof Hans Achterhuis doet in zijn boek De kunst van het vreedzaam vechten: ‘Sport heeft ons door de eeuwen heen geleerd om ons verlies te nemen, zo leerden we omgaan met conflicten, dus zonder elkaar onmiddellijk de hersens in te slaan.’

  Sociale samenhang

Zoals gangbaar in de sociale wetenschappen bestaan er talrijke onderzoeken die het tegendeel bewijzen van eerdere onderzoeken over eenzelfde onderwerp. Zeker wanneer er sprake is van een politiek gevoelige uitkomst. Zoals die naar sociale samenhang van de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam.

Putnam’s bevindingen over gemengde wijken: ‘Een grote aanwezigheid van minderheden in de maatschappij ondergraaft de sociale samenhang. Die aanwezigheid veroorzaakt niet alleen een daling van het vertrouwen van bevolkingsgroepen in elkaar, maar ook in het vertrouwen in mensen in het algemeen.’

Waarna Van Hiel een groot aantal onderzoeken naar gemengde wijken percentagegewijs opsomt waarvan een derde met dezelfde uitkomst als Putnam, een derde een tegenovergestelde uitkomst kent en een groot deel geen effecten signaleerde aangaande sociale samenhang of slechts enkele aspecten ervan. Wat voor mij zoveel betekent dat de sociale wetenschappen over dit soort onderwerpen (zeker wanneer er vragenlijsten in het spel zijn) meer met politiek te maken hebben dan met wetenschap.

Niet voor niets dat de auteur in het tweede deel van zijn boek geregeld op politiek terrein verzeild raakt met opmerkingen over typisch linkse of rechtse standpunten. Tot slot presenteert hij dan ook een paar aanbevelingen om enkele positieve rechtse en linkse maatregelen in het kader van integratie te combineren met elkaar. Zoals het beperken van immigratie en het tegengaan van opsluiting allochtonen binnen de eigen groep, hetgeen de onderlinge verstandhouding zou bevorderen.

Iedereen racist

 

titel  Iedereen racist; de multiculturele droom ontleed
auteur  Alain van Hiel
uitgave  Paperback, 256 pagina’s
uitgeverij  Lannoo Campus, 2016
isbn  978-94-014-35383
prijs  24,99 euro

 

Share Button

8 Reacties op Zijn we allemaal racist?

  • knarfist schrijft:

    Als positieve discriminatie kan, dan moet positief racisme een goede kans van slagen maken.
    Ben jij tegen racisme? Dan ben je voor het onderdrukken van mensen zonder kleurtje.

  • ron schrijft:

    Allochtonen kunnen er trouwens ook wat van staat in hetzelfde boek (p63) te lezen: “Studies in verschillende landen tonen aan dat racisme onder leden van etnische minderheden tegenover blanke mensen groter is dan omgekeerd.”

    • knarfist schrijft:

      Je begint op Bob Jones te lijken.
      Doe da maar niet Ron je weet hoe dat gaat.

      Strax zitten mijn kinderen op school met alleen maar nikkers.

      Nog even en mijn kinderen zitten op school met enkel islamieten.

      Kapitalisme? houzee! (of zo).

      • ron schrijft:

        ‘k snap het niet knardinges…

  • knarfist schrijft:

    Ron ik ben gewoon niet sociaal genoeg.
    Mocht ik werkdruk ervaren dan ben ik simpelweg niet stress bestendig.

    • ron schrijft:

      ‘k snap het nog steeds niet knardinges…

  • ikke schrijft:

    Hou ff op met je eigen geleuter, wat je slechts hier kwijt kan !
    Jij, irritant karretje irriteert hoor, waarom de moderator jou niet in de wacht zet? Moge Alex weten?

    • knarfist schrijft:

      Anti autoritair? en vervolgens de autoriteiten/moderators smeken om persoonlijke verzoekjes?
      Ik vergeef het je bij deze zelfbestuur moeten we immers zelf doen nietwaar?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken