Fukushima, mon amour

fukushima_mon_amour

De Duitse regisseuse Dorris Dörie heeft een tragikomedie gemaakt in het rampgebied van Fukushima. Als gevolg van een zeebeving en de daaropvolgende tsunami op 11 maart 2011 werd de Japanse kerncentrale Fukushima Dai-ichi verwoest waardoor uit een opslagtank zo’n 300.000 liter radioactief water wegstroomde. Fukushima, mon amour werd vijf jaar later opgenomen tussen de puinhopen in het getroffen gebied. Alleen al vanwege de opnamelocatie is de film een ongemakkelijke ervaring.

Marie (Rosalie Thomass) gaat met de organisatie Clowns4Help op een missie om de bejaarde slachtoffers van de kernramp, die woonachtig zijn in containers aan de rand van de stad, op te vrolijken. Daar komt niet veel van terecht. Marie bekommert zich vervolgens om de pinnige oude dame Satomi (Kaori Momoi) die het opvanghuis ontvlucht richting de verboden zone van het rampgebied waar zij intrek neemt in haar verwoeste huis.

Het grootste deel van het verhaal speelt zich af tussen beide vrouwen. Marie is een onhandige en wereldvreemde jonge vrouw, Satomi aanschouwt haar als een olifant in een porseleinkast. De film schetst hoe de vrouwen desondanks toch tot elkaar weten te komen. Regisseuse Dörrie is sinds haar doorbraakfilm Männer uit 1985 een specialiste in ongemakkelijke en dwarse humor. De oude vrouw probeert Marie het Japanse theeritueel bij te brengen. Tevens laat Satomi, die vroeger geisha was, zich zien in haar voormalige uitmonstering.

Marie ondergaat het allemaal met grote ogen. Belangrijk deel van de geestigheid zit ‘m in de wijze waarop de strenge Satomi de jonge Duitse vrouw voortdurend terecht wijst. De tegendraadse humor zal overigens niet iedereen evenveel bekoren. Het is onvervalste galgenhumor, het onderliggende thema van de vertelling is het verlies. De slachtoffers verloren alles wat hen dierbaar was. De laatst overgeblevenen in het rampgebied zijn bejaarden die hun resterende leven slijten in een opvangtehuis.

Satomi’s terugkeer naar haar oude woning is misschien een stap richting verwerking van de kernramp. ‘s Nachts wordt ze bezocht door geesten, waaronder haar pupil die ze opleidde tot geisha. Fukushima, mon amour is op meerdere fronten een ongemakkelijke film. Naast een komedie krijgen we door het vertoonde archiefmateriaal een soort van documentaire voorgeschoteld. Beelden van radioactief afval in vuilniszakken die nog steeds opgestapeld staan, zijn best schokkend.

De vermenging van verschillende filmgenres is in Fukushima, mon amour niet geheel geslaagd, al houden de absurdistische zijsprongen in het verhaal de film boeiend. Zo is een man te zien bij een treinstation met een gigantische kattenkop op. Wat de betekenis van dit surrealistische beeld is, blijft een groot raadsel.

Dörrie maakte in 2008 het publieksvriendelijke Cherry Blossoms, een film met een meer traditionele visie op Japan. Het is ongetwijfeld de bedoeling geweest om met haar nieuwe film de kijker aan het denken te zetten over de nasleep van de kernramp. Echt diepgravend is haar visie hierover niet. Aan het slot van de film is trouwens een kort beeld ingelast van bejaarde Japanners die betogen tegen kernenergie.

Ulrik van Tongeren

Fukushima, mon amour (2016, Cinemien), vanaf 6 oktober in de bioscopen.
Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Laatste reacties
Rubrieken