Aan wie behoort Londen eigenlijk toe?

De brand van de Grenfell Tower die zo veel mensenlevens heeft gekost, maakt duidelijk wat velen al jaren dachten. Londen is verworden tot een stad voor het grootkapitaal.

     door Rowland Atkinson

Jarenlange bezuinigingen op openbare diensten leverden na de enorme brand van de Grenfell Tower vorige maand voor de verantwoordelijke Britse ministers ongemakkelijke (straat)interviews op. De ramp in één van de meest welvarende wijken van West-Londen toont de noodlottige gevolgen aan van het hakken in de bouwkosten en het negeren van veiligheidsvoorschriften.

In de nasleep werd de nadruk gelegd op het goedkope licht ontvlambare materiaal waarmee de gevels van het flatgebouw waren bekleed. Naast woede over het verlies van zoveel mensen, minstens 80 bewoners kwamen om het leven, werden vraagtekens gezet bij de politieke en economische keuzes die men maakt om geld uit te sparen op de brandveiligheid van sociale huurwoningen. Het levert het gevoel op dat de armen minder belangrijk zijn dan de rijken.

  Grote politieke gevolgen

Rigoureuze bezuinigingen opgelegd aan lokale overheden en publieke diensten, een uit de hand gelopen bureaucratie van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, in combinatie met een diepe kloof van sociale ongelijkheid, hebben grote politieke gevolgen. De toren is in beheer van de wijken Kensington en Chelsea, een kiesdistrict dat tijdens de laatste verkiezingen in juni voor het eerst koos voor Labour in plaats van de Conservatieven, een keuze waarin huisvestingsbeleid een grote rol speelt.

De stad heeft een begrotingsoverschot en biedt bedrijven belastingvoordelen aan, terwijl men voor volkshuisvesting er voor koos om het zo goedkoop mogelijk te houden. De ongelijkheid in Londen is vooral zichtbaar aan de sociale geografie in de westelijke districten: sociale huurwoningen in wijken met huizen die multimiljoen euro waard zijn. Prijzen die almaar blijven stijgen als gevolg van buitenlands investeringskapitaal en nieuwe kopers.

Je kan spreken van een ramp die zich het laatste decennium in slow motion heeft voltrokken. Een ramp veroorzaakt door de snoeiharde bezuinigingen waar een reeks harteloze politieke keuzes aan ten grondslag liggen en waar de uitgebrande Grenfell Tower het symbool van is geworden. Als gevolg van een soberder wordende gezondheidszorg en dito sociale voorzieningen kregen mensen het gevoel dat de armen van weinig belang zijn voor de autoriteiten.

Sommigen hebben zelfs het idee dat de ramp onderdeel uitmaakt van een plan van de autoriteiten om zich van de armoedige sociale woningen met haar bewoners met lage inkomens te ontdoen. De ramp deed zich voor op het moment dat de nieuwe regering een wankele coalitie probeerde te vormen en de beloften voor een harde Brexit werden gebroken.

De stemming onder de Londense bevolking verandert echter. Er wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat na de volgende verkiezingen zich grote politieke verschuivingen voor gaan doen. Politiek betrokken geraakte jongeren zijn gaan geloven in de koers van Labour onder leiding van Jeremy Corbyn. Momenteel klinkt de urgente oproep om te investeren in kwalitatief hoogwaardige betaalbare sociale huurwoningen en dat de autoriteiten eindelijk erkennen dat het verval van de publieke diensten het gevolg zijn van jarenlange dalende overheidsinvesteringen.

  Kooptorens

Bij de meeste hoogbouw in Londen en toekomstige woningbouw draait het niet om huizen van wooncorporaties. [1] Momenteel wordt er gewerkt aan meer dan 400 plannen voor hoogbouw en zijn er deels bouwvergunningen voor afgegeven. Bijna geen van deze huizen zijn betaalbaar voor de lage inkomens of bestemd voor sociale woningbouw. In de verhalen die de ronde doen over de enorme ongelijkheid in Londen rondom huisvesting, tonen de ‘kooptorens’ onvoorwaardelijk de onbekwaamheid van staat en markt aan om wat voor sociaal probleem dan ook op te lossen.

Woonblokken bestemd voor de mondiale elite ogen als een ‘wegwerpomgeving’; de huizen zijn niet bedoeld om in te wonen maar om geld in te investeren. Een community die is bedacht door dure architecten en makelaars, met hun gelikte verkooppraatjes voor de rijken en investeerders die je aantreft op billboards en in brochures. Hierbij overtreffen ze elkaar in extravagantie.

Faraday House in Battersea Power Station

Neem bijvoorbeeld de architecten van het goud gekleurde flatgebouw in de nieuwe wijk Battersea Power Station, of ze drugs achter de kiezen hebben gehad. Ze putten hun inspiratie uit de Engelse gouden pond, en niet uit het zwevende varken op de hoes het muziekalbum Animals van Pink Floyd. Een groot deel van de stedelijke ontwikkelingen langs de Theems doet denken aan een parodie op een verondersteld gemeenschapsleven. Het gaat veelal om ‘dode’ ruimtes in plaats van woningen, uitsluitend van belang vanwege hun maximale ruilwaarde op de markt.

Londen als symbool die de superrijken uit de hele wereld aantrekt is nooit goed nieuws geweest voor de inwoners. Betere tijden werden gekenmerkt door een gestage opmars van gentrificatie, huisuitzettingen van huurders, sloop van tientallen sociale wooncomplexen, bezuinigingen op sociale voorzieningen en gedwongen verhuizingen. Hieraan kan je het verband zien tussen mondiale investeringen en vernietiging van de sociale woonsector.

  Lege interieurs

Sociaal filosoof Erich Fromm ziet in deze materiële ontwikkelingen de drang naar het begeren van statusobjecten. Fromm veronderstelt dat ons verlangen naar ‘levenloze objecten’ wijst op een hang naar necrofiele aanleg, fixatie op mooie glimmende objecten veroorzaakt door het ontkennen van de dood. Is de ‘opgeblazen’ skyline en ongecontroleerde wereldwijde accumulatie van rijkdom in Londen niet het resultaat van een stedelijke politieke economie die wordt ‘gestuurd’ door de doodsdrift van het grootkapitaal?

In The Anatomy of Human Distructiveness (1973) identificeert Fromm necrofilie als een ‘mechanische’ interesse om sociale en menselijke verbinding te ontwijken. Dit kan je een geschikte verwoording noemen van de liefde van superrijken voor ‘dode’ objecten. Bezit van huizen wordt voorgesteld als een teken van persoonlijke vooruitgang en status terwijl die vrijwel onbewoond blijven. Marketingmateriaal (brochures e.d.) tonen dan ook veelal lege interieurs die uitkijken over de stad. Aan potentiële kopers wordt voorgehouden belangrijk te zijn voor de stad zonder dat ze hoeven deel te nemen aan het gemeenschapsleven of zich bezig hoeven te houden met de moeizame sociale verhoudingen.

Als je de concentratie van leegte wilt aanschouwen, dwaal dan eens rond in de buurt van One Hyde Park of langs de lege herenhuizen van The Bishop Avenue ten noorden van Hampstead Heath. Woningzoekers moeten concurreren – afgezien van gebrek aan (betaalbare) woningen – met een behoorlijk aantal leegstaande woningen die slechts op papier bewoond zijn. Een sociale huurwoning betrekken in Londen is met meer dan 300.000 ingeschrevenen een onmogelijke opgave.

De burgemeester van Londen heeft inmiddels een onderzoek gelast naar het aantal onbewoonde huizen in bezit van mondiale investeerders. Een recente studie op basis van het elektriciteitsgebruik wijst uit dat 21.000 huizen voor langere tijd leeg staan. Volgens het Government’s Statistics Agency (zeg maar het Engelse Centraal Bureau voor de Statistiek) concludeerde dat rond vijf procent van de woningen in het centrum en West-Londen leeg staat. [2]

  Geheimhoudingsregeling

Onpartijdige onderzoekers wijzen er op dat bij veel anonieme aankoop van duizenden huizen sprake is van crimineel geld. De National Crime Agency suggereert dat crimineel geld de prijzen van onroerend goed in de stad heeft opgedreven. Aankopen waarbij honderden miljoenen ponden mee gemoeid zijn, vermoedelijke opbrengsten, zijn momenteel onderwerp van strafrechtelijk onderzoek.

De cijfers representeren slecht een fractie van het totaal. [3] Transparency International publiceerde dat ongeveer bij tien procent van het huizenbezit in Kensington en Chelsea, het district van de Grenfell Tower, het aankopen betreft via een zogenaamde ‘juridische geheimhoudingsregeling’ waar ongeveer 136 miljard euro mee gemoeid is. Door gebrek aan middelen bij de belasting worden deze zaken echter niet vervolgd.

Het grootste onrecht nog wel is dat mensen die werken, zelfs die met een respectabel inkomen, weinig mogelijkheden hebben om zich een fatsoenlijke woning te verwerven, terwijl er in Londen dus duizenden appartementen worden gebouwd die nooit gebruikt zullen worden en leeg blijven staan. Hoe mislukt kan je een volkshuisvestingssysteem noemen dat niet anders kan dan honderden blokken bouwen met flats van over de 670.000 euro, terwijl van een paar betaalbare woningen wordt beweerd dat die de vrije markt bedreigen?

In 1951 telde de bevolking van Londen – 32 deelgemeenten en de vierkante mijl van de City – 8.164.416 inwoners, wat tot dan toe het grootste aantal was (wat overigens voor veel Britse steden opgaat). Maar in 1981, de tijd van de ontluikende regering van Thatcher, was het aantal inwoners gedaald tot 6.608.513, veroorzaakt door een veranderende economie en emigratie uit naar de voorsteden.

De meest recente volkstelling van 2011 toont aan dat het aantal inwoners in Londen gestegen is naar een record van 8.173.900. Toch verhult deze ogenschijnlijke demografische gezondheid van de economie de nieuwe slachtoffers van de woningmarkt. Doordat Londen de afgelopen decennia een belangrijk centrum van de financiële wereldeconomie werd, verdwenen veel karakteristieke oude wijken als gevolg van de gentrificatie (het aantrekken van nieuwe kapitaalkrachtige bewoners met als gevolg stijgende huurprijzen en afbraak van oude woningen waar nieuwe dure appartementen voor in de plaats kwamen – red).

  Gevolgen van Brexit

Vandaag de dag wordt Londen wederom geconfronteerd met een onzekere toekomst. De positie van de stad als belangrijke speler in een mondiaal economisch systeem maakt plaats voor bezorgdheid over de toekomst, waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijkheid dat de financiële instellingen elders hun heil zullen zoeken. Het lijkt er nu op dat men zich inspant om de mondiale financiële instellingen als kip met de gouden eieren voor Londen te behouden, zelfs als dat ten koste gaat van de arbeidersklasse. Een ontwikkeling die vorm begint te krijgen rond de onderhandelingen over Brexit.

De financiële macht van de City is tevens de achilleshiel van Londen. Terwijl duidelijk is wat de City voor de mondiale economie betekent, levert haar functie in de stedelijke economie risico’s op voor de stad. Elke economische geograaf kan je vertellen wat de gevaren zijn van een eenzijdige economie (oftewel de functie als verblijfplaats van mondiaal kapitaal) wanneer er een concurrent opstaat die deze activiteit overneemt. Dat zal onherroepelijk de ondergang van de City betekenen.

Waar onverwachte veranderingen steden als Glasgow, Sheffield en Birmingham economisch verwoestte, ligt het lot van Londen in handen van steden als Dublin, Parijs of Frankfurt die aan de zijlijn staan te popelen om de mondiale kapitaalstromen over te nemen. Analisten vragen zich af hoeveel bankiers en financiële instellingen er zullen vertrekken na het verwezenlijken van Brexit. Men schat dat het aantal in de buurt komt van zo’n duizend. De banken zelf kunnen vanzelfsprekend niet zo snel reageren als hun geldstromen en snel veranderende financiële dienstverlening, maar over enkele jaren zullen er velen uit de City zijn vertrokken.

Niet iedereen zal daar overigens rouwig om zijn, want de problemen van Londen worden veroorzaakt door het blinde geloof in geld. Geld is de reden waarom politici een oogje dichtknijpen voor buitenlands crimineel vermogen dat in vastgoed wordt geïnvesteerd. Geld is de reden dat de sociale woningbouw wordt gesloopt in naam van ‘betaalbare’ woningen. Geld is de reden waarom gentrificatie als een goede zaak wordt beschouwd, het trekt immers kapitaal aan. Geld is de reden waarom de belasting voor de hoge inkomens bewust laag wordt gehouden en de regelgeving rond de bouwtoezicht is verdwenen. Dat wat er van over is wordt halfzacht uitgevoerd.

Geld is ook de oorzaak van de ‘lege ruimtes’ langs de Theems en in de buurten erachter. Londen dat in de ban is van de dominantie van geld is veranderd in een enorme ‘negatieve donut’ met rijkdom en weelde, gesymboliseerd door dure woontorens in het centrum, terwijl de randen van de stad in fysiek verval zijn geraakt.

Noten
1. Rowland Atkinson,
Cities for the rich, Le Monde diplomatique, English edition, December 2010;
2. Karen Gask and Susan Williams,
Analysing low electricity consumption using DECC data, Office for National Statistics methodology working paper series, no 6, 2015 (Download PDF-file);
3. Ben Moshinsky, Business Insider UK, 6 April 2017.
Dit artikel is overgenomen uit het Franse maandblad Le Monde diplomatique.
Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken