Media: Struisvogelpolitiek rondom islamterreur

De Correspondent roept op tot terughoudende berichtgeving over terreuraanslagen. Arthur van Amerongen daarentegen wil geen feiten achterhouden, zogenaamd ter bescherming van kwetsbare moslims.

     door Arthur van Amerongen

Vorige maand zwengelde David van Reybouck op de website De Correspondent een debat aan omtrent verslaggeving over terreur. Hij stelt: ‘Als sommige vormen van berichtgeving terrorisme meer belonen dan andere, dan moeten we durven stilstaan bij de werkwijze van de pers. Excessieve media-aandacht kan immers de angst verhogen, de terrorist een heldenstatus verlenen en anderen tot nieuwe aanslagen inspireren. Het is daarom niet verstandig om telkens zoveel details prijs te geven over de identiteit van de dader. We geven daarmee een geweldige bonus aan de terroristen. Zij willen gezien en gehoord worden.’

En: ‘Het wordt hoog tijd dat we zelfmoordaanslagen in Europa meer als zelfmoorden en minder als aanslagen bekijken.’ Van Reybrouck hekelt het feit dat we nauwelijks oog hebben voor het suïcidale aspect van het handelen van zelfmoordterroristen. Terwijl het gevaar op suïcide copycats, net als bij klassieke zelfdoding, heel erg groot is.

Op De Correspondent doet hij een oproep aan de hoofdredacteuren en de Raad voor de Journalistiek. De berichtgeving moet anders. De rol van de media is verpletterend en de overheid moet meer aan preventie denken. De pers kan zo levens redden. Van Reybrouck wil zelfs een aparte zelfmoordlijn voor potentiële terroristen.

   Franse media als voorbeeld

Van Reybrouck schrijft dat de Franse media veel discreter omgaan met hun berichtgeving over aanslagen. Na de aanslag in Nice kwamen grote spelers van het Franse medialandschap – Le Monde, Radio France Internationale, France 24, Europe 1 en BFM-TV – overeen om niet langer foto’s van aanslagplegers te plaatsen. Radiozender Europe 1 besloot om ook hun namen niet meer te delen. Van Reybrouck: ‘Zulke afspraken hebben ook wij nodig’.

Onzin natuurlijk want heel Frankrijk weet dat de terrorist van Nice een 31-jarige Tunesiër was die Mohamed Lahouaiej Bouhlel heette. Eén klik op de laptop en we zien de martelaar in zijn zwembroek. Met de struisvogelpolitiek van Van Reybrouck en de door hem voorgestelde persbreidel komen de media vandaag de dag niet meer weg.

Volgens Van Reybrouck kunnen terroristen nog zoveel bommen plaatsen als ze willen maar als de media er niet over berichten, zijn hun aanslagen mislukt. Hij poneert dat geen enkele jihadist zichzelf doodt om vervolgens doodgezwegen te worden. ‘Als het is om genegeerd te worden, kan hij net zo goed blijven leven.’

De Belg doet net alsof Allah, de Profeet, de islam en de Koran geen enkele rol spelen bij de tientallen aanslagen in Europa, hetgeen ik nogal beledigend en respectloos vind jegens de overtuigde moslimterrorist. Eerst suggereert Van Reybrouck dat het bij aanslagen vaak om zelfdoding gaat – wellicht omdat de jongeman in kwestie depressief, werkloos, gedepriveerd en uitgesloten was – en vervolgens stelt hij dat een jihadist zich opblaast enkel en alleen omdat hij zo graag in de krant wil.

Maar het zijn niet de media die de islamitische terrorist de heldenstatus bezorgen, maar zijn sympathisanten in Molenbeek, de Parijse banlieue, Amsterdam-West, de Haagse Schilderswijk of waar dan ook. Die lezen geen kranten maar vinden alles over hun martelaar op Twitter, Facebook en wat dies meer zij.

Van Reybrouck had wellicht ook het liefst hele summiere berichtgeving over de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo gezien. De boodschap van de terroristen was echter: geen grapjes en cartoons over onze geliefde Profeet. Dat doel hebben ze bereikt. Media-aandacht of niet.

   Bonus voor moslimterroristen

Van Reybrouck vraagt zich af of het verstandig is om telkens veel details prijs te geven over bijvoorbeeld een voortvluchtige aanslagpleger: ‘Wie een aanslag pleegt, weet dat zijn volledige naam en gezicht in bijna alle kranten, op nieuwssites en in tv-journaals over heel Europa zal verschijnen. Normaal is die eer enkel aan een zegevierende presidentskandidaat van een groot land voorbehouden. Willen we die bonus zomaar bieden?’

Ik vind het bijzonder prettig om te weten hoe een voortvluchtige moslimterrorist, TBS’er of serieverkrachter er uitziet. Diens privacy vind ik tijdens de klopjacht eventjes onbelangrijk. Het valt dan wel te hopen dat de voortvluchtige geen dubbelgangers heeft want dan krijg je volksgerichten tegen onschuldigen. Dat is het nadeel van de digitale schandpaal.

Van Reybrouck vindt mediale aandacht voor de psyche van de moslimterrorist erg overdreven: ‘Wie een aanslag plant, mag er ook rustig van uitgaan dat de hele wereld zal schrijven over zijn afkomst, familie, schoolprestaties, liefdesleven, eventuele strafblad en wat de buren van hem vonden. Wij spitten zijn korte levensverhaal uit met een ijver en een belangstelling die hij bij leven nooit heeft gekend. De terrorist is dan ineens iets van internationaal belang geworden. We maken zijn zelfmoordaanslag het overwegen waard. Hij is een nobody die zo graag een somebody wil zijn, desnoods post-mortem, en wij, westerse media, helpen hem daar maar al te graag bij. Dit zouden wij niet moeten doen.’

De belangstelling van de media voor de terrorist vind ik bijzonder belangrijk. Ik wil echt alles weten over de dader. De aanleiding voor mijn boek Brussel: Eurabia was een klein berichtje over de eerste zelfmoordenaar van Al Qaida: de Belgische Muriel Degauque. Voordat zij zich tot de islam bekeerde, was ze junk en alcoholist. Ze trouwde met een Turk en vervolgens met een zeer vrome Marokkaan. Kinderen kreeg ze niet want ze was onvruchtbaar. Allemaal relevante informatie wanneer je het profiel van een moslimterrorist probeert samen te stellen.

   Psyche van Nederlandse jihadisten

Eerder dit jaar las ik het indrukwekkende boek Sultan en de lokroep van de jhad, van Johan van de Beek en Claire van Dyck. Tot in de kleinste details – veel primeurs verschenen in dagblad De Limburger – beschrijven ze de psyche van drie geradicaliseerde jongeren uit Maastricht. Een van hen, Sultan Berzel, blaast zich kort na vertrek op in Bagdad en wordt de vermoedelijk grootste Nederlandse massamoordenaar uit de recente geschiedenis. Er zijn mensen die hem beschouwen als held en heilige. Anderen zien hem als slachtoffer van de grootste hersenspoeling ooit.

Berzels Koerdische vriend, die met hem mee op jihad gaat, sterft op het Syrische slagveld. Met een glimlach op zijn gezicht, aldus zijn kameraden van Islamitische Staat. Hij ligt in een onbekend graf bij Raqqa. De derde jihadist, de bekeerlinge Aïcha, wordt wereldnieuws als ze weet te ontsnappen uit Syrië en terugkeert naar Nederland. Ze gelooft nog steeds in jihad.

Een paar van de brandende vragen die Van de Beek en Van Dyck stellen in hun boek: Waarom en hoe namen deze jonge mensen de afslag Islamitische Staat? Uitsluiting, vervreemding, idealisme, identiteit? Hadden ze tegen kunnen worden gehouden? Is er, na het kalifaat, een blijvend gevaar van radicalisering en terreur in Nederland? Van Reybrouck daarentegen wil in de door hem geopperde brede maatschappelijke discussie de islam het liefst loskoppelen van de terreuraanslagen.

Ik heb mij tijdens de research voor Brussel: Eurabia verdiept in met name de Belgische berichtgeving over de islam. In een geactualiseerde versie van het boek dat vorig jaar na de aanslagen in Brussel uitkwam, schreef ik: ‘De Belgische media hebben een dagtaak aan het goedpraten en downplayen van islamitisch geïnspireerd geweld. Zomaar een paar voorbeelden: Dagblad De Standaard schrijft dat de supporters van Feyenoord die Rome sloopten geen haar beter zijn dan de Syriëgangers.’

‘In De Morgen schrijft de creatief directeur van productiehuis Woestijnvis dat hij banger is voor vrachtwagenchauffeurs in Vilvoorde dan voor de talloze Syriëgangers uit die voorstad van Brussel. Eveneens in De Morgen oppert schrijver-journalist Dieter Ceustermans dat we het adjectief ‘moslim’ voor ‘terrorist’ moeten weghalen omdat het stigmatiserend is. We hebben het immers ook niet over katholiek terrorisme als het over de IRA gaat.’

   Moderne papenjagers

De dodelijke aanslag op het Joods Museum op 24 mei 2014 werd door de Belgische media in eerste instantie afgedaan als een incident, de gebruikelijke reflex als het om overduidelijk islamitisch geïnspireerd geweld gaat. De dader was uiteraard weer een eenzame wolf met een psychiatrisch verleden die geen enkel benul had van de werkelijke, vredelievende islam. Vaak zijn die islam-apologeten moderne papenjagers die de katholieke kerk als de wortel van al het kwaad beschouwen en de islam als de religie van de liefde propageren.

De aanslag vond op zaterdag plaats, één dag voor de Belgische verkiezingen. Tot de stembussen dicht gingen op zondag, bleven de autoriteiten samen met de media verkondigen dat het niet zeker was dat het om een aanslag ging. En mocht het stomtoevallig toch om een aanslag gaan, dan was nog lang niet bewezen dat die aanslag een antisemitisch karakter had. Als de dader blank was (en wellicht een neonazi) hadden de autoriteiten dat wel vermeld.

Islamitische websites waren er van overtuigd dat het om een aanslag van de Mossad ging, bedoeld om de islam in een kwaad daglicht te zetten. Enfin, de dader was een Frans/Noord-Afrikaanse crimineel, Mehdi Nemmouche, die in de gevangenis vroom was geworden en in Syrië een spoedopleiding koppensnellen volgde. Het bekende verhaal. Stomtoevallig werd de terrorist niet lang daarna opgepakt in Marseille, met een tas vol wapens en een IS-vlag.

De media zijn niet gebaat bij de richtlijnen van Van Reybrouck. Ze moeten man en paard noemen en geen feiten achterhouden, zogenaamd ter bescherming van kwetsbare moslims. Kritisch en eerlijk schrijven over islamitische aanslagen heeft niets met links en rechts, reactionair of progressief te maken. De rode draad van Van Reybroucks betoog is dat alle berichtgeving te veel eer is voor de terroristen. Maar die is niet bedoeld als eer. De saillante details roepen juist weerzin op tegen de daders. Die prikkelen de bereidheid van de politiek om snoeihard met ze af te rekenen.

Dit licht bewerkte opiniestuk is overgenomen van de website Villamedia. Arthur van Amerongen is columnist van de Volkskrant en HP/de Tijd. Op 11 september vindt in De Balie een debat plaats over terreur, angst en media.
Share Button

1 Reactie op Media: Struisvogelpolitiek rondom islamterreur

  • Sandra Westrenen schrijft:

    Eens met de strekking. Uiteraard wel degelijk essentieel voor de samenleving motief, middelen, achtergronden dader(s) te kennen. Ongelooflijk, dat iemand die zich journalist noemt zelf met het idee komt voor afspraken van media onderling hoe zij het nieuws moeten (gaan) manipuleren.

    Tegelijk – in dit verband moet ieder bericht de lezer uitleggen dat ‘moslimterreur’ niet is wat het lijkt. De islamisering van het Westen is speerpunt van het globalisme. Zelfs NAVO-doctrine.
    De Global-War-on-Terror is ook niet wat het lijkt. Niet strijd tegen terroristen, integendeel. Opzetten van terrorisme, als infanterie van de globalisten.
    De media zijn een belangrijk wapen in de handen van de globalisten. Media dienen de beeldvorming. Naarmate u banger bent, stort u uw belastingen makkelijker in de staatskas. En accepteert u de inperkingen van uw rechten, vrijheden, cultuur, etc.

    We krijgen zelfs door de media verhalen voorgeschoteld van terreur die in scene is gezet. Compleet met namen verdachten, wilde achtervolgingen, neerschieten daders.
    Nou, de burger weer gerustgesteld. Dom, dom, dom.

    1vb., recent nog. Met weinig moeite stuit je meteen al op veel berichten die rammelen, waarin onwaarheden staan – als feiten gepresenteerd.
    “Moussa Oukabir is dead. And now the police reports say we made a mistake, he was not the driver.
    There is another guy that we are going after. In the meantime two suspected drivers have been killed. One of them, according to police reports was not involved in the attacks.
    How many innocent “suspects” have been killed by the police.”

    Dikwijls volgt een oeverloze stroom wendingen in het plot.
    De TV kijker meent werkelijk dat de overheid totaal verrast was door de gebeurtenissen.

    Echte, integere, journalisten nemen ontslag bij de media die hen muilkorft, waar ze eigenlijk ordinaire propaganda, haatzaaien, en desinformatie als ‘nieuws’ aan elkaar moeten schrijven.

    En stoppen met wat ze eigenlijk (alleen nog maar) doen. Allemaal dezelfde persberichten verwerken. In plaats van echte journalistiek bedrijven – waarheidsvinding, feiten en beweringen checken.
    Zo komt het dat we dit niet lazen in onze dagbladen en andere makers van nep-nieuws:
    “The CIA also warned Spanish police two months ago that Las Ramblas was a potential target. ”

    N.b.: “it was General Flynn who publicly confirmed that the West’s support for ISIS and other terrorist groups was a “willful decision”.
    Time will tell, but domestic populations would do well to consider “Cui bono?” The Military Industrial Complex “benefits” from global war and poverty, but the rest of us have literally everything to lose. https://www.sott.net/article/343440-The-Wests-counter-terrorism-campaign-in-Syria-is-a-cover-for-imperialism

    Je zou haast denken dat onze dagbladen racistisch zijn.
    Wel ‘o horror’ verhalen bij de aanslagen – veelal door lieden die ‘al op de radar stonden’ – in Europese steden.

    Daarentegen bij gelijk aardige aanslagen in het M.O., Z.O. Azië weinig of geen bericht, laat staan ophef.
    Ontegenzeggelijk vermoorden de zgn. zelfmoordmoslims van v. Amerongen nog veel meer moslims dan Christen. 1 land laten ze ongemoeid. Maar het zal wel taboe zijn voor ‘journalisten’ dat te durven rapporteren. Ik laat me graag verrassen, door ongehinderde berichtgeving.

    Sluit af met dit relevante citaat van Oliver Stone:
    “1984 is here. We are there. The only thing they have not yet done is to erase history … there are still people who remember things,” he said. “One week it is terrorism [that dominates the headlines], the next week Putin and the next Korea.”
    It was, Stone said,
    “just like Hate Week in 1984, where the name of the country and the face of the leader changes halfway through a rally. They are doing it now and getting away with it.” http://www.4thmedia.org/2017/08/oliver-stone-on-charlottesville-deep-state-is-bigger-problem-than-trump/

    Zegt het allemaal. Maar je moet het willen erkennen, dat nieuws alsmede terreur nu hevig wapens zijn in handen van de globalisten. Orwell, Huxley, Robinson, Wells nog maar eens herlezen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken