Rijke mensen sterven niet

Rwanda voor Dummies

Naast onderhoudende avonturen met mensenrechtenactivist Bwira en de Rwandese oppositieleider Ingabire, verzandt Anneke Verbraeken in Rijke mensen sterven niet steeds vaker in afrekeningen met haar eigen critici.

     door Jos van Oijen

In 2008 wordt journalist Anneke Verbraeken voorgesteld aan Victoire Ingabire, een politica uit Rwanda die sinds 1994 in Nederland woont. Twee jaar later krijgt Ingabire internationale bekendheid als zij in Rwanda wordt gearresteerd en in de gevangenis verdwijnt. Verbraeken lift mee op de publiciteit, met het boek Rijke mensen sterven niet als resultaat.

Bij haar ontmoeting met Ingabire is Verbraeken een onbeschreven blad op het gebied van Rwanda, zo lezen we. Ingabire, een ambitieuze politica en voorzitter van een Rwandese oppositiepartij in ballingschap, weet daar wel raad mee. ‘Ik kreeg een college Rwanda voor Dummies’, schrijft Verbraeken, ‘maar begreep nog niet de helft.’

Niet lang na die eerste ontmoeting stemt Verbraeken in met het voorstel om een boekje te schrijven over Ingabire en haar politieke ideeën. Beiden zijn druk dus voor het gemak levert Ingabire haar teksten aan op bandjes. Verbraeken daarover: […] ‘ik kon het bandje op ‘traag’ zetten en desnoods honderd keer dezelfde zin afspelen om zeker te weten wat ze zei.’

  Vriendschap

Deze vrijwillige inprenting met het gedachtegoed van Ingabire is volgens Verbraeken nog aangevuld met de verhalen die ze van de man en kinderen van Ingabire hoort. Al gauw ontwikkelt zich een vriendschap tussen Verbraeken, Ingabire en haar hele familie. Het maakt veel duidelijk over de manier waarop Verbraeken sindsdien over Rwanda bericht.

De Rwanda-cursus en de vriendschap verklaren ook waarom de lezer van dit boek niets te weten komt over de achtergronden van Ingabire’s partij, ongemakkelijke rapporten van de Verenigde Naties, Ingabire’s geheime ontmoeting met een rebellen-generaal in Kinshasa, extremisten in het bestuur van Ingabire’s partij en in haar entourage, etc.

Toch begint het veelbelovend met een verhaal over Sylvestre Bwira, een Congolese activist. Onderhoudend zijn echter vooral de passages die Verbraeken’s gestuntel als nieuwkomer in Afrika beschrijven, en wel met betrekking tot de praktische problemen waar ze tegenaan loopt en de mensen die ze ontmoet.

Maar de stukjes over Ingabire lezen toch meer als een pamflet met als thema: Ingabire good, Rwanda bad. Als een Zuid-Afrikaanse journalist een kritische vraag aan Ingabire durft te stellen snoert de aanwezige Verbraeken hem zelfs meteen de mond, zonder dat een moment raar te vinden.

Gaandeweg verdwijnt de lichtvoetige toonzetting. De situaties worden dan ook grimmiger. Sylvestre wordt zwaar mishandeld en vlucht met hulp van Verbraeken naar Nederland. Ingabire wordt gearresteerd op verdenking van steun aan terroristen in Congo en nog vijf aanklachten waaronder divisionisme. Vooral dit laatste krijgt veel aandacht en wordt beschouwd als bewijs voor politieke redenen achter de arrestatie.

Verbraeken is dan ook geschokt als Nederland gevolg geeft aan een rechtshulpverzoek vanuit Rwanda en de politie bij huiszoekingen bewijzen vindt waaruit blijkt dat de beschuldigingen misschien niet allemaal uit de lucht gegrepen zijn. Ingabire wordt op twee van de zes aanklachten veroordeeld. Vertegenwoordigers van de Nederlandse overheid kunnen vanaf dat moment geen goed meer doen bij Verbraeken.

  Afrekeningen

Naast de onderhoudende avonturen met Bwira en Ingabire, en haar eenzijdige kritiek op de Rwandese en Nederlandse overheden, verzandt Verbraeken in het tweede deel van het boek steeds vaker in afrekeningen met haar eigen critici. Die worden doorgaans afgeschilderd als vriendjes of zelfs spreekbuizen van de Rwandese regering die haar tot in Nederland zouden achtervolgen.

Haar rancune neemt nogal surrealistische vormen aan wanneer Verbraeken de mensen op de korrel neemt die zij verantwoordelijk houdt voor haar berisping in 2015 door de Raad voor de Journalistiek. Daaronder bevinden zich namelijk ook een Engelse professor en een oppositiepoliticus die Rwanda al in 2003 is ontvlucht.

De kwalificatie ‘spreekbuis van Rwanda’ is dus een rekbaar begrip, afhankelijk van de kritiek die geleverd wordt. Kritiek op haar werk kan overigens nog andere gevolgen hebben dan een paar loze verdachtmakingen in een boek. Professor Gregory Stanton van de organisatie Genocide Watch kan daar inmiddels over meepraten.

Gregory Stanton is de genocide-expert bij uitstek. Met het oog op het schrijven van een recensie heb ik hem een vertaling gestuurd van een stukje over de genocide tegen de Tutsi’s dat achterin Rijke mensen sterven niet is gepubliceerd. Die versie verzwijgt namelijk alle elementen die het grootschalige geweld van 1994 tot een genocide maken. In plaats daarvan wekt Verbraeken de indruk dat de Hutu’s en Tutsi’s in gelijke mate dader en slachtoffer waren.

In zijn antwoord bevestigt Stanton dat de versie van Verbraeken neerkomt op genocide-ontkenning. Hij vindt de zaak voldoende ernstig om mijn brief en zijn antwoord op de website van Genocide Watch te plaatsen. Achteraf beschouwd had hij dat misschien beter niet kunnen doen.

Verbraeken reageert met een campagne om Stanton zwart te maken bij de universiteiten waar hij werkt. Caroline Buisman, de advocaat van Ingabire en enkele genocideverdachten – en volgens het boek een vriendin van Verbraeken -, stuurt vervolgens smadelijke brieven naar een groot aantal persorganisaties in Europa en Amerika, en nogmaals naar de universiteiten van Stanton. Genocide Watch wordt gedreigd met een rechtszaak als ze de kritiek niet verwijderen van hun website.

  Meneer X

In het boek komt een hele reeks vermeende kwelgeesten van Verbraeken aan de beurt. In sommige gevallen gebeurt dat met naam en toenaam, zoals bij voormalig ambassadeur Makken die beschuldigd wordt van het wegmoffelen van onderzoeksrapporten. Anderen zijn geanonimiseerd. Dat is niet toevallig. Het geeft Verbraeken de vrijheid om beschuldigingen te uiten zonder dat zij er controleerbare bronnen bij hoeft te leveren.

Een bizar voorbeeld is een personage dat wordt aangeduid met ‘meneer X’. Meneer X wordt in het boek onder andere omschreven als een trol die Verbraeken stalkt op Twitter, die klachten tegen haar indient bij Vrij Nederland en bij de Raad voor de Journalistiek, die haar computer hackt en haar bespioneert, die verhalen over haar schrijft in een obscuur online blaadje, etc.

Maar als ik de informatie analyseer blijkt, nog afgezien van het waarheidsgehalte van de aantijgingen, dat meneer X uit een onbekend aantal verschillende mensen is samengesteld. De twitteraar en de klager zijn bijvoorbeeld allebei Rwandezen die in Nederland wonen, maar niet dezelfde. De eerste woont, afgaande op zijn twittergedrag, in de regio Haaglanden. De tweede is de voorzitter van een belangenorganisatie van genocideslachtoffers die in Twente woont.

De derde meneer X, de hacker, is weer iemand anders, zo hij al bestaat. Verbraeken kan dit element ook bedacht hebben voor het dramatische effect. De vierde, de schrijver, is interessanter want daarmee word ik waarschijnlijk zelf bedoeld. In 2015 heb ik voor Ravage een paar kritische artikelen geschreven over het werk van Verbraeken. Ik ken niemand anders die zoiets gedaan heeft. Ravage zou dan het ‘obscuur online blaadje’ moeten zijn.

  ‘Non’-fictie

Maar de realiteit in het boek is ook op andere manieren ver te zoeken. Zo verwart Verbraeken de meneren X die klachten hebben ingediend of twitteren en fantaseert zij over een spion die haar stiekem gadeslaat in bad, zonder dat ze zich afvraagt wie zich daar vrijwillig voor zou opgeven. Op het einde van het boek moet de lezer inmiddels ervan overtuigd zijn dat in elk portiek wel een geheim agent staat, gestuurd om haar het leven zuur te maken.

Intussen blijft Verbraeken zich, net als in haar tijdschriftartikelen, verbazen over al die professionals in Nederland die zich voor de gek laten houden door de Rwandese regering. Die groep omvat zo ongeveer het complete justitiële apparaat van Nederland, de IND, de Raad voor de Journalistiek natuurlijk, allerlei diplomaten, ministers en staatssecretarissen, de koning en de koningin, en ga zo maar door.

Als ik me tenslotte ook door het naschrift heb geworsteld, waarin Verbraeken alles nog eens in het kort over doet, vraag ik me af hoe het eigenlijk zit met dat verhaal over Sylvestre Bwira uit het begin van het boek, hoewel ik daar aanvankelijk helemaal niet aan twijfelde. Wat moet je immers geloven als een auteur zo vaak feiten met fictie vermengt en ‘men zegt’ als belangrijkste bron opvoert.

Helaas is de werkelijkheid niet afhankelijk van feiten maar van wat mensen zich kunnen voorstellen. Een makkelijk leesbaar en coherent ogend verhaal als Rijke mensen sterven niet is vanuit dat opzicht dus een effectief boek dat er bij veel lezers in zal gaan als koek. Er staat immers ‘journalist’ in de bio op de achterflap en het boek is door de uitgever ingedeeld bij de non-fictie.

Of het ook ethisch is, is een ander verhaal. De uitgever verschuilt zich voor het gemak achter de vrijheid van meningsuiting, ook bij de genocide-ontkenning achterin het boek. Genocideslachtoffers en experts als Gregory Stanton denken daar natuurlijk anders over, maar ik vrees dat weinig Nederlanders daar tegenwoordig nog wakker van zullen liggen.

 

 

titel  Rijke mensen sterven niet
auteur  Anneke Verbraeken
uitgever  Atlas Contact, 2017
uitgave  Paperback, 256 pagina’s
isbn  9789045034430
prijs  € 21,99

 

Share Button

5 Reacties op Rijke mensen sterven niet

  • Anoniem schrijft:

    Top recensie. Bijzonder scherp en kundig.

  • Jan Hofdijk schrijft:

    In deze recensie geeft Jos eindelijk toe achter de hardcore steunpilaar van het Rwandese regime te zitten de twitter account :RwandaPride. Lieve lezer kijkt u er maar eens naar en ziet dat het bashen van Verbraeken en Human Rights Watch een door het regime ingegeven activiteit is. Ravage laat zich door deze trol misbruiken, jammer.

  • Jos van Oijen schrijft:

    Even zoeken op internet leert dat Hofdijk’s opmerking over het bashen van Human Rights Watch niet naar mij verwijst maar naar een discussie tussen RwandanPride en Charles Ndereyehe, een voormalige client van Hofdijk.

    Wat Hofdijk vergeet te vermelden is dat diezelfde Ndereyehe twee jaar geleden in de rechtbank beweerde dat Human Rights Watch en hun adviseur, de historicus Alison Des Forges, vals bewijs zouden hebben gefabriceerd tegen ‘oppositieleden’ die van genocide worden verdacht.

    In VredesMagazine van afgelopen juni heb ik het opgenomen voor HRW en Des Forges en uitgelegd dat zulke beschuldigingen kort na de genocide zijn verspreid door een groepje genocidairs (Nahimana, Ngeze, en Barayagwiza) en nog steeds herhaald worden. Zie http://www.vredesmagazine.nl/tijdschrift/VredesMagazine2017-3.pdf – pagina’s 32, 33 en 35.

    Voor de verdachtmakingen die Hofdijk over mij verspreid hadden ze destijds ook een term: ‘accusations in the mirror’.

  • Jan Willem van den D schrijft:

    Wat een uitstekende recensie. Zoals mw Verbraeken niet kan leven met een gebalanceerde, objectieve uitspraak van de raad voor journalistiek, zo zal zij met haar afnemende schare verdwaalde volgers in een hoekje zitten mokken over dit verhelderende inzicht in de psychologie van deze activiste. Dat zij pas in 2008 kennis maakte met de feiten, zegt veel. De platte uitspraak dat Hutu en Tutsi in gelijke mate slachtoffer waren is een miskenning van de strikt juridische definitie van genocide, en dus gevaarlijk. Het geeft voer aan de genocidairs dat hun theorie de juiste is. Wil je echt tot dat kamp behoren? Maar inderdaad,weinig Nederlanders maken zich hier nog druk over.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

Nieuwsbrief
Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief:
Rubrieken
Volg ons op twitter