Hernán Bedoya is vorige week vrijdag vermoord door criminele volgelingen van paramilitairen. Het is de tweede moord op een activist in korte tijd in Colombia.

Bedoya werd in de namiddag van 8 december in het dorp Playa Roja, nabij de grens met Panama, doodgeschoten toen hij op zijn paard op weg was naar huis. De daders waren leden van de zelfbenoemde Gaitanista Autodefensas de Colombia (AGC), een criminele bende die is ontstaan na de ontmanteling van paramilitaire groepen in 2006. De AGC staat onder de lokale autoriteiten te boek als Clan del Golfo.

Hernán Bedoya maakte deel uit van de Conpaz, een gemeenschap die verwikkeld is geraakt in de strijd voor het behoud van hun land dat bedreigd wordt door omringende palmolie- en bananenplantages. Op 26 november werd ook Mario Castaño Bravo, tevens landrechtenactivist en leider van de Madre Unión Community en La Larga Tumaradó Community Council, in de stad Bethlehem Bajirá vermoord.

President Juan Manuel Santos van Colombia zei vorige maand dat in 2016 en 2017 in totaal 111 mensenrechtenactivisten zijn vermoord en dat er maatregelen getroffen zullen worden om nieuwe liquidaties te voorkomen. Amnesty International zegt dat beide leiders weliswaar bescherming kregen van de overheid, maar die bestond slechts uit een kogelvrij vest en een mobiele telefoon. De nieuwe beschermingsmaatregelen tonen aan dat ze niet werken, aldus Amnesty.

Diálogo Intereclesial por la Paz (DiPaz), een interkerkelijke organisatie in Colombia die zich inzet voor mensenrechten, wil dat de kwestie grondig wordt onderzocht en dat er nu daadwerkelijke doeltreffende maatregelen genomen worden. „We roepen ook op tot ontmanteling van de paramilitaire organisaties die straffeloos kunnen opereren door afwezigheid van veiligheidsdiensten in Urabá, Bajo Atrato en andere regio’s in het land”, aldus DiPaz.

Door ravage

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*