Inburgeringscursus voor witte mannen

standbeeld René Descartes

 

Op de opiniepagina ‘Religie en filosofie’ van dagblad Trouw trekken Merel Kamp en Kiki Kolman ten strijde tegen de Europese cultuur, want veel te wit en vooral te mannelijk. Kamp zet in Filosofie Magazine deze lijn voort.

     door Ron Kretzschmar

Was even schrikken voor filosoof Ger Groot eind vorig jaar in ‘zijn’ Trouw, het dagblad waar hij al jaren een column voor schrijft. Eerst was het freelance journalist Merel Kamp van dezelfde krant die zijn laatste boek De geest uit de fles afkraakte wegens oogverblindende ‘witheid’: ‘Groot schreef een belangrijk boek, vanuit een ouderwets perspectief’, luidde de titel. ‘Maar het gaat uitsluitend over de westerse mens’, schreef Kamp, waarbij je ‘mens’ moet zien als negatieve kwalificatie van de ‘witte bevoorrechte man’.

Waarna collega Kiki Kolman van hetzelfde dagblad het in haar artikel nog eens dunnetjes overdeed en de westerse cultuur zo goed als dood verklaarde: ‘Weg met de hegemonie van de witte filosoof’, voorafgegaan door een afbeelding van Nietzsche wiens ziekelijke bleke gelaat je als voorbeeld kan zien voor de zieltogende toestand waar de westerse filosofie in verkeert. Kan echt niet meer in onze diverse maatschappij. Oké, Kolman was stagiaire, maar het zegt wel iets over het dagblad. Bij de Trouw-selectie van de beste filosofieboeken van het jaar mocht De geest uit de fles om genoemde reden niet meedoen.

   Diversiteitsdictatuur

Neem dat belegen stel nou dat je als eerstejaars moet leren, beweren de diversiteitsadepten: Aristoteles, Plato, Rousseau, Kant, Nietzsche, Foucault enzovoort. Allemaal ‘dood, wit en man’. Dat de kunstgeschiedenis eveneens dood, wit en man is, heeft in deze kringen dan ook zijn langste tijd gehad.

Maar alles op zijn tijd, eerst dient het filosofieonderwijs grondig te verkleuren en levend(iger) te worden gemaakt. Er zijn genoeg vrouwelijke en postkoloniale filosofen, beweren ook de ‘diversiteitsofficieren’, een soort ambtenaren (niet te verwarren met de ‘stadsmarinier’) die aan de universiteiten toezien of er wel voldoende diversiteit wordt na gestreefd.

Het ideaal is Amerika waar je aan de universiteit een diploma kan behalen zonder één witte westerse filosoof bestudeerd te hebben. Bij ons moet je het nog doen met gezeur over witte jongens als Spinoza of Descartes. Jammer genoeg geven Kamp en Kolman geen voorbeeld van hoe een eigentijdse wereldcanon met vrouwelijke, transgender, homofiele, niet-westerse of postkoloniale filosofen er uit zou kunnen zien en wat de meerwaarde daarvan is – om maar eens een term van een witte westerse filosoof te lenen.

En wat de invloed is (geweest) op onze cultuur, wat immers de opzet is van De geest uit de fles waarin de westerse geschiedenis wordt beschreven als ‘één lange worsteling met de erfenis van de religie’. Een invloed die sporen naliet in de kunst: ‘Je ziet en hoort Kant, Schiller, Nietzsche en Sartre door de kunstwerken heen: van Casper David Friedrich en Wagner tot Ramses Shaffy en Miles Davis’ (met bewegend beeld op een bij het boek behorende website).

   Maand van de diversiteitsfilosofie

Voor dit canondilemma kunnen we deze maand het blad Filosofie Magazine (FM) raadplegen. In de editie van april, de maand van de filosofie, van dit witte elitaire maandblad schrijft Kamp een artikel (deel 1) dat in het teken staat van diversiteit en hoe een wereldcanon van de filosofie eruit moet zien.

Je vraagt je daarbij af of Kamp voldoende beseft wie de lezers van FM zijn: ‘Er wordt echter niet alleen in het Westen nagedacht en ook niet alleen door witte mannen’, schrijft ze op hurkerige toon in de inleiding. Een stelling die wordt ondersteund met zinnen als ‘een nieuwe canon behoeft een hoognodige update’ of ‘ergens aan beginnen is geen beginnen aan’. Tezamen schragen die het hoofdthema, een ‘wereldcanon’ kan niet zonder ‘lezen buiten de gebaande paden’ (papieren versie FM).

De broodnodige update begint met wijsheden van de Chinese filosoof Laozi, waarbij Kamp de hulp inroept van Douglas Berger, hoogleraar niet-westerse en vergelijkende wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden. ‘De Chinese filosofie’, leert Berger, ‘staat lijnrecht tegenover onze gebruikelijke controledwang en hang naar materiële overvloed’. Waaruit je kan opmaken dat de hedendaagse Chinezen zelf weinig gelegen laten liggen aan hun klassieken. Het moderne China is immers synoniem voor controledwang en hang naar economische overvloed – maar dat zou natuurlijk kunnen liggen aan het marxisme-leninisme dat de laatste halve eeuw de boel heeft overgenomen.

Een interessant filosofisch onderzoeksthema – hoe verhouden Marx en Laozi zich tot elkaar in het moderne China? – dat Kamp jammer genoeg laat liggen om in rap tempo over te springen van boeddhisme, islam en vervolgens het feminisme als knip- en plakwerk uit de Wikipedia voor te schotelen, waardoor je het gevoel krijgt dat ze tijdens het schrijven druk was met haar smartphone. En Kiki Kolman? Ongeveer van hetzelfde…

Share Button

1 Reactie op Inburgeringscursus voor witte mannen

  • Hendrik de observator schrijft:

    Moeten we dergelijk achterlijkheid serieus nemen?
    Dat Trouw zich laat lenen om dergelijke randfiguren een platform te geven!
    Trouw is toch een krant voor alle gezindten of zijn ze nu ook al onder “invloed”van het ontkennen van de grootste meerderheid van “blanke” bevolkingsgroepen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*