Van de grote woorden en de kleine dingen

‘De filosofie heeft maar één onderwerp: alles. En maar één methode: alles tegelijk’, schrijft cultuurfilosoof Lieven De Cauter in zijn nieuwe boek.

      door Ron Kretschmar

Verwondering over het leven zoals kinderen dat ervaren, zou je als kern van de essaybundel Van de grote woorden en de kleine dingen kunnen beschouwen. Verwondering die de basis vormt van filosofie en creativiteit: ‘Waarom tekenen kinderen die nog niet kunnen tekenen, zo ontzettend goed?’, vraagt Lieven De Cauter zich af. ‘Omdat in elke kindertekening zich het wonder van de creativiteit voltrekt: Pure creativiteit, want geen traditie.’ Een manier van kijken naar en denken over de wereld die in de filosofie en kunst onmisbaar is.

Het eerste essay draagt niet voor niets de titel ‘Kinderkosmologie’, dat duidt op een kijk op mensen en dingen die telkens in het boek terugkeert. In het essay over ‘trinitaire manie’ bijvoorbeeld – over de neiging van de westerse filosofie van Plato tot de dialectiek van Hegel en drievuldigheid van de symbolische orde van Lacan om de wereld te vangen in drie fasen – merkt De Cauter op: ‘Dat opent geweldige perspectieven en doorkijkjes door het hele westerse denken, het lijkt wel een serie doorslagjes van een kindertekening.’

   Geluksbeleving

Door verwondering over de grote en kleine zaken in de wereld, zoals over het heelal of Mister Bean, Batman en Zorro, zou je het een filosofisch sprookjesboek kunnen noemen dat poëtische vorm kan aannemen. En waarbij De Cauter zich voortdurend vragen stelt, zoals wanneer hij op een perron op een trein staat te wachten: ‘Hoe kan een trein, dit dwaas geraas van een goederentrein, nu zoiets moois oproepen als het voorgevoel of de nasmaak van geluk?’ Wat hem op dat tochtige perron op de volgende formule bracht: ‘Geluk is de belofte uit de tijd van de nostalgie of het heimwee naar de tijd van de belofte.’

Vervolgens werkt hij het gevoel van geluk uit, waarbij hij in zijn herinnering op beelden stuit van mensen die zelfmoord pleegden, zoals de filosoof Deleuze en rockmuzikant Herman Brood. ‘De eerste rondde zijn leven op een ongelooflijke manier af en dan mag je uit het raam springen’, schrijft De Cauter. Brood liet na zijn sprong vanaf het Hilton een briefje na: ‘Maak er nog een mooi feestje van.’ Dit nadat hij in het essay van thema was overgesprongen, van ‘geluk in het leven’ naar ‘gelukt leven’.

Soms borrelt een geluksgevoel bij hem op uit zijn kindertijd met beelden die hij zou willen vertragen ‘als ware ik onder water, in een aquarium.’ Met de toevoeging: ‘Ik heb nooit iets gelezen over dit vertragingsfenomeen, ik weet niet of andere mensen het kennen.’ Weliswaar niet hetzelfde fenomeen, maar de wens tot vertraging doet mij als lezer enigszins denken aan de poëzie van Bernlef (Landende reiger/die laag over water traag met zijn poten slipt, 1976) of van Gerrit Krol (Wie in de leegte van de middag zweeft, 1980) waarin hij stilstand der dingen beoogt, waarover zijn notitie meldt: ‘Stilstand. Zoals een sneeuwbal, loodrecht omhoog gegooid, voor hij valt even stilstaat als symboliek van eeuwigheid.’

In zijn boek, geschreven in de ik-vorm, wil De Cauter de tijd vertragen. Voor hem is ‘geluk analoog aan vertraging. Men denke aan Proust of Benjamin.’ Schrijven is noodzakelijk om een glimp van geluk dat zich onverwachts even kan tonen, te vangen in de juiste woorden. En als dat lukt? Ergens onderaan de pagina merkt De Cauter tussen haakjes op: ‘Writing is better than sex.’

   Zorro versus Mister Bean

Zo filosofeert en associeert De Cauter door het boek… Geluk kan alleen maar samengaan met vrijheid, de basisvoorwaarden voor moreel gedrag waarvan je Zorro de onovertroffen held kunt noemen. In het publieke leven is Don Diego de rijke jonker die ‘mooi weer’ speelt, maar in zijn Zorro-vermomming komt hij op tegen het onrecht in de wereld om hem heen. Zorro als belichaming van de zuivere moraal. Is de verhouding Don Diego en Zorro ook niet dezelfde als die van ego en superego van Freud?, vraagt De Cauter zich af.

Hoe anders is het gesteld met dat sneue mannetje dat aan het begin van een aflevering in een lege donkere ruimte pardoes vanuit de lucht en beschenen door een lichtbundel op het toneel valt, Mister Bean, waarin je de komische versie van de ‘heideggeriaanse geworpenheid in de wereld’ kunt zien. Als universitair docent prent Cauter zijn studenten in dit individualistische ‘moderne subject met autistisch ego’ als een psychische stoornis te zien, het Mister Beansyndroom. Ziekte van de moderne tijd. Het individu bestaat immers niet.

Je zou het de uitvinding kunnen noemen van denkers als Hobbes, Descartes, Rousseau, Sartre, en zelfs Thatcher (‘There is no such thing as society, only individuals…’). De mens wordt immers geboren in het gezin en gevormd door de gemeenschap. Mister Bean dus als symbool annex syndroom van het ‘neoliberale ondernemende zelf in een eeuwige concurrentiestrijd gewikkeld met de anderen’ – en vooral met zichzelf zou je kunnen toevoegen. Waaruit je kan afleiden dat De Cauter als  docent in ieder geval geen lesgeeft aan Nyenrode Business Universiteit, kweekvijver van het ‘neoliberale zelf’.

 

 

titel  Van de Grote Woorden en de kleine dingen
auteur  Lieven De Cauter
uitgave  Paperback – 248p.
uitgeverij  EPO, 2018
prijs  € 22,50
isbn  9789462671348

 

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken