‘Heeft het ICC soms radicale denkbeelden..?’

Volgens Jos van Oijen betoogt de Vlaamse jurist Jean Flamme dat er ‘geen geplande genocide en overigens in het geheel geen genocide in juridische zin heeft plaatsgevonden in Rwanda in 1994’ en dus ontkent. Flamme reageert.

 

Hierbij wens ik nader in te gaan op het artikel Genocide-ontkenning in de media van Jos van Oijen, zoals dat eerder werd gepubliceerd op deze website.

Jos van Oijen stelt dat er een ‘juridische vaststelling’ is geweest van ‘genocide’ door het Internationale Strafhof voor Rwanda (ICTR) en dat driekwart van de Tutsi-minderheid werd uitgeroeid ‘met voorbedachte rade.’ Vooraleerst moet het u, Van Oijen, toch bekend zijn dat een rechtbank zich niet kan uitspreken bij wijze van ‘algemene verordening’. Het ICTR had dus niet de bevoegdheid zich uit te spreken over het al dan niet bestaan van een ‘genocide’. Enkel kan het individuen veroordelen op basis van genocide, wat ook gebeurde.

Verder heeft het ICTR geoordeeld dat op basis van conspiracy to commit genocide het fameuze ‘vooraf bestaand plan‘ tot het begaan van genocide op de Tutsi niet bewezen kan worden. Dit moet u toch bekend zijn. U stelt dus wetens en willens ten onrechte dat er daden van genocide gepleegd zijn ‘met voorbedachte rade.’ Voor een journalist is dit bijzonder ernstig want het staat gelijk aan desinformatie.

U beticht mij van het misdrijf van ‘genocide-ontkenning’. Nochtans staat in mijn boek te lezen dat er in Rwanda niet één maar twee genocides hebben plaats gevonden, en in Congo nog maar eens een. Laster en eerroof dus.

   ‘Leugens’

U stelt verder dat het ‘uitgesloten’ is dat ik Alison Des Forges zou hebben ontmoet ‘in real life.’ Waarop baseert u zich? U beticht mij dus van leugens. Ik heb Alison Des Forges tweemaal ontmoet: augustus 1994 in Kigali en in 2005 in Arusha. Gaat u dit blijven betwisten nu ik dit heb gepreciseerd?

Anderzijds stelt u, ditmaal terecht, dat Tharcisse Muvunyi verschillende malen wordt vermeld in het boek van Des Forges. Evenwel ‘vergeet’ u te vermelden dat dit niet gebeurde als verdachte. In tegendeel, er wordt over hem geschreven dat hij Tutsi redde en door de radicale Hutu power werd beschouwd als ‘Tutsi’. Dit werd ook bevestigd in de loop van de voorbije assisenprocessen in Brussel. U desinformeert dus opnieuw.

En er was wel degelijk een Amerikaanse directeur bij het ICTR. Ik stel voor dat u dit nagaat…

Ik werd inderdaad ontslagen door de griffier. ‘Wrok’? Neen, alleen ontzetting omwille van zoveel ongebreidelde willekeur, onkunde en corruptie. Het moet u toch bekend zijn dat het internationaal erkende principe van de vrije keuze van advocaat bestaat? Dit betekent dat ontslag van een advocaat enkel aan de cliënt toekomt en aan niemand anders, al was het de voorzitter van de rechtbank zelve. U stelt ten onrechte dat cliënt akkoord zou zijn gegaan met mijn ontslag. Heeft u dan met hem gesproken?

Verder ontkent u niet dat de griffier bij arrestaties overging tot onrechtmatige isolatie van gedetineerden, zonder enige machtiging hiertoe. Waarom denkt u dat dit zou zijn gebeurd? Hiervoor moest toch een reden bestaan?

U vermeldt namen van Amerikaanse collega’s. Ik heb evenwel duidelijk gesteld dat de personages in het tweede deel van mijn boek Rwanda 1994, de samenzwering van de machtigen louter fictief zijn. U tracht dus verwarring te stichten. Ik heb nooit gezegd dat de door u vermelde confraters ‘agenten’ waren. U zoekt dus spijkers op laag water en vermeldt ten onrechte namen die ik niet heb geciteerd of bedoeld. U schrikt er dus niet voor terug mensen met naam te noemen en in uw moeras te trekken.

Ik ken John Floyd bijzonder goed, maar waarheid is blijkbaar niet aan u besteed. U meent mij ook voor de kar te kunnen spannen van bepaalde ‘lobby’s’. Voor welke lobby rijdt u dan wel..? Advocaten die hun werk volledig uitvoerden, noemt u ‘controversieel’ en ‘complotdenkers’. Merkwaardig is dit toch, nietwaar? U heeft duidelijk niet veel kaas gegeten van de essentie van ons beroep. Het is natuurlijk juist dat extreem-rechts ons ook al heeft beticht van extreme ‘linksheid’. Het is fraai gesteld met onze rechtsstaat, vindt u niet?

   Ramkoers

Dat ik in 1994 de creatie van een justitie in Rwanda steunde, betekent nog niet dat ik het nieuwe regime daar onderschreef. Ik schrijf toch dat ik er voorstander van was dat aan de advocaten de ruimte moest worden gegeven om het juridisch bestaan van de misdaad van genocide te ontkennen, zelfs indien hen dat op ramkoers bracht met het nieuwe regime (p.98).

De geschiedenis heeft mij gelijk gegeven aangezien het International Criminal Court (ICC) in de zaak Al Bashir heeft geoordeeld dat voor het juridisch bestaan van de misdaad van genocide vereist is dat er een vooraf bestaand collectief plan tot het begaan van genocide bewezen is, logisch toch? Dit moet u toch ook bekend zijn. Heeft het ICC dan ook ‘radicale denkbeelden’?

Daarbij komt dat men in 1994 enkel het topje van de ijsberg kon zien. Het heeft mij verschillende jaren gekost, en verschillende verdedigingen over Rwanda en Congo, vooraleer ik de puzzel heb kunnen voltooien met betrekking tot de internationale samenzwering.

De VS speelde geen enkele rol in de oorlog die voorafging aan de genocide’ schrijft u. Zegt u me dan eens wie, volgens u, het Rwandees Patriottisch Front (FPR) bewapende en financierde, en tot de machtigste krijgsmacht maakte van de regio, in strijd met de Arusha-akkoorden en mogelijk met Oeganda als tussenpersoon..? U weet toch ook dat Paul Kagame zijn militaire opleiding genoot in de VS?

U noemt de timing van mijn boek bijzonder omwille van de nakende processen in Brussel. Ik ben dit boek meer dan tien jaar geleden beginnen te schrijven op een ogenblik waarop mijn huidige cliënten zelfs nog niet waren aangeklaagd, laat staan mij hadden geconsulteerd. Het zal u toch ook niet ontgaan zijn dat het dit jaar 25 jaar geleden is dat de genocides in Rwanda werden begaan… Mijn uitgevers vonden dit een juist moment voor publicatie. Op dat moment wisten we zelf nog niet wanneer de processen plaats zouden vinden en tot op de dag van vandaag is dat nog steeds niet duidelijk.

Jean Flamme, Gent

Share Button

1 Reactie op ‘Heeft het ICC soms radicale denkbeelden..?’

  • Jos van Oijen schrijft:

    Dank aan dhr. Flamme dat hij op mijn artikel reageert. Het zou echter productiever zijn geweest indien hij onze correspondentie niet had afgebroken toen mijn vragen hem te kritisch werden. Hieronder zal ik op een aantal van zijn punten ingaan.

    In de eerste plaats raad ik hem aan mijn artikel beter te lezen. Verschillende uitspraken die hij aan mij toeschrijft zijn in feite citaten van, en verwijzingen naar, deskundigen. Daarnaast ziet hij de gelinkte bronnen over het hoofd, verdraait hij een aantal zaken en spreekt hij zichzelf tegen.

    1. Voorbedachte rade

    In mijn artikel zit een linkje naar de uitspraak van het ICTR en naar de ICTR-webpagina waar de inhoud nog kort wordt uitgelegd. In de uitspraak betogen de rechters van het Strafhof dat de genocide in elke zaak die tot dan toe was behandeld onomstotelijk was aangetoond. Daarmee was het volgens het Strafhof een algemeen bekend feit geworden dat niet opnieuw feitelijk bewezen hoefde te worden.

    De uitspraak stelt ook: ‘Niemand kan redelijkerwijs betwisten dat er in 1994 een campagne van massamoorden is gevoerd met de bedoeling om de Rwandese Tutsi bevolking (…) geheel of in ieder geval voor een zeer groot deel te vernietigen.’ Hier zit het element van voorbedachten rade, ‘de bedoeling’ van de moordcampagne, in verwerkt. Het gaat er dus niet om wat ik er persoonlijk van vind, zoals dhr. Flamme in zijn weerwoord suggereert. Het Strafhof verwijst naast de eigen jurisprudentie nog naar een groot aantal bronnen die tot dezelfde conclusie leidden.

    Het is misleidend om het element van de ‘intentie’ te verwarren met ‘conspiracy’ (samenzweren). De rechtszaken bij het ICTR werden gevoerd tegen individuen en in een aantal gevallen tegen groepjes individuen. De aanklachten van ‘conspiracy’ waren divers. In sommige gevallen werd een samenzwering tussen een verdachte en militieleden wel bewezen geacht. In andere zaken ging het om een samenzwering tussen de verdachten onderling. In die gevallen werd de aanklacht door de rechters wel aannemelijk geacht maar niet boven elke twijfel bewezen verklaard.

    Daaruit kun je niet de conclusie trekken dat er geen vooraf bestaand plan is geweest. Beperkingen die aan het Strafhof waren opgelegd — bewijzen van voor 1994 konden bijvoorbeeld niet tot een veroordeling leiden — bemoeilijkten het bewijzen daarvan.

    Bavo Cool, de oprichter van Advocaten zonder Grenzen, klaagde in 1995 al over die beperkte jurisdictie in een open brief: ‘Under the Genocide Convention, acts committed before or after genocide, including conspiracy, incitement, complicity or attempt, may constitute punishable acts. In the case of Rwanda, such violations are of considerable importance. There is indeed much evidence that the abuses perpetrated in this country were precisely orchestrated and planned from 1987 onwards.’

    2. Genocide-ontkenning

    In mijn artikel geef ik een concreet voorbeeld van genocide-ontkenning door Flamme, gedaan in de zaak van Jean Baptiste Mugimba in 2014. Een link naar de rechtbankuitspraak waaruit ik citeer zit in de tekst. Van de rechter kreeg Flamme een antwoord dat vergelijkbaar is met de uitspraak van het ICTR die hierboven is besproken. Vervolgens herhaalde Flamme zijn ontkenning ook in de media, zoals hier: https://sfbayview.com/2014/12/rwandans-protest-dutch-support-for-kagame-dictatorship/

    Flamme spreekt met twee tongen. Aan de ene kant ontkent hij de genocide tegen de Tutsi’s. Hij motiveert zijn opvatting in zijn boek en in interviews door te stellen dat Tutsi’s en Hutu’s geen etnische groepen zouden zijn geweest; dat er ook anderen dan Tutsi’s zijn vermoord, en dat er geen vooropgezet plan zou zijn geweest. Aan de andere kant bestrijdt hij nu dat hij een genocide-ontkenner is omdat hij het ergens over twee genocides heeft gehad. Zo lust ik er nog wel een. Zelfs Filip Reyntjens schreef onlangs in een reactie op de ontkennings-retoriek van Flamme: ‘Die daden en die intentie waren er wel degelijk en wat Flamme zegt is gewoon negationisme.’

    3. Alison Des Forges

    In mijn artikel schrijf ik dat het is uitgesloten dat Flamme ‘zo’n gesprek’ heeft gevoerd zoals hij in zijn boek beschrijft. Waar het om gaat is het citaat dat hij aan Des Forges toeschrijft. Ik zal niet ontkennen dat hij haar heeft ontmoet. Ik was er immers niet bij. Maar zij kan niet gezegd hebben wat Flamme beweert. Over Mutaganda heeft zij uiteraard niets gezegd want die bestond niet. En over Muvunyi kan zij niet hebben gezegd dat zij hem niet was tegengekomen in haar onderzoek, zoals Flamme schrijft, omdat dat in strijd met de realiteit is. De reden heb ik erbij vermeld.

    4. Amerikaanse directeur

    Flamme vermeldt niet wie die directeur geweest zou moeten zijn. Ik heb getracht dat te achterhalen, maar bij het ICTR vond ik niets en de deskundigen die ik ernaar heb gevraagd weten ook niet naar wie, of welke functie Flamme verwijst.

    5. Ontslag

    Het ontslag van Flamme bij het ICTR is gedocumenteerd. In mijn artikel zit een link naar de officiële kennisgeving. Uit dat document blijkt dat het ontslag ook op verzoek van zijn cliënt plaatsvond.

    6. Onrechtmatige isolatie.

    Daar heb ik het inderdaad niet over. Maar volgens mij zijn de gevallen waar dat aan de orde was behandeld in de rechtszaken. Mijn artikel gaat overigens niet over de vraag of het ICTR perfect was. Dat was het namelijk niet. Wat er aan schortte is in een flink aantal boeken van academici en rechtbankjournalisten, en in onderzoeksrapporten van de Verenigde Naties gedetailleerd beschreven. Mijn artikel gaat over de samenzweringstheorie van Flamme en de rol die het ICTR daarin volgens hem gespeeld zou hebben.

    7. Amerikaanse collega’s

    Flamme schreef mij in zijn reactie per email dat alleen het dossier van Mutaganda en Mutaganda zelf fictief waren en dat verder alles op waarheid berustte. De overeenkomsten en verschillen tussen de fictieve en de echte zaak, en tussen de fictieve en de echte collega’s, heb ik duidelijk beschreven in mijn artikel. De suggesties in Flamme’s boek dat zijn collega’s Amerikaanse agenten, en zelfs CIA-agenten, zouden zijn geweest kan iedereen zelf nalezen.

    8. John Floyd etc.

    Net zoals bij de andere punten heb ik in mijn artikel linkjes opgenomen naar de bronnen. Het probleem is niet in de eerste plaats wat zij in het kader van een rechtszaak naar voren brengen, maar dat zij controversiële uitspraken doen over de genocide en de rol van hun cliënten in de publieke ruimte, ook nadat de rechtszaken allang voorbij zijn en hun dienstverband is beëindigd. Sommige van die confraters zijn radicale activisten geworden en zijn dat twintig jaar later nog steeds, andere (soms uit hetzelfde verdedigingsteam) niet.

    9. Juridisch bestaan genocide in twijfel trekken

    Het probleem is dat het niet alleen beperkt blijft tot het juridisch in twijfel trekken van de genocide. Een duidelijk voorbeeld is dat van John Floyd die de haatpropaganda in Kangura ontkent. In andere artikelen heb ik gewezen op het recyclen van precies die propaganda door advocaten zoals Christopher Black met in hun kielzog journalisten zoals Judi Rever, die het allemaal voor waar aannemen. Of ze dat op een ramkoers zet met het nieuwe regime interesseert me niet. Het is immoreel en onnodig kwetsend voor overlevenden en nabestaanden.

    10. De VS speelde geen enkele rol etc.

    Dat is het oordeel van de onderzoeker van het Human Rights Watch Arms Project die ik in mijn artikel citeer, niet van mij zelf. De aannames die Flamme doet over dit onderwerp berusten op speculatie, dus het is zwak om het bewijs voor het tegendeel mijn kant op te schuiven. Ik zou hem aanraden: zoek het zelf uit, en dan bedoel ik niet in de boekjes van Herman en Peterson of Robin Philpot, maar bij een serieuze bron.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken