Erdogan verplettert de Koerden

De Turkse invasie en het definitieve einde van de Neurenberg principes

Nadat Hitler was verslagen, werd afwijzing van de aanvalsoorlog de hoeksteen van het oprichtingshandvest van de VN. Inmiddels wordt elk sprankje internationaal recht met hulp van hypocrisie en lafheid tot de grond toe afgebroken.

      door Hector Reban

Machtspolitiek, zeker in de internationale sfeer, is een smerig spel dat vaak aan het oog wordt onttrokken door een schijnwereld van idealistische motieven en hoogdravende schijnheiligheid. Pogingen om serieus tot een mondiaal systeem te komen dat idealen van international recht in dienst van de mensheid weerspiegelt, worden vaak misbruikt voor schaamteloos opportunisme en cynisme.

Laten we zeggen dat dat het handelsmerk is van de Amerikaanse buitenland politiek sinds Woodrow Wilson in 1917 de hogepriester van de propaganda, Edward Bernays, opdracht gaf ‘de oorlog die alle oorlogen moest stoppen’ aan de Amerikaanse bevolking te verkopen als een pakket mooie idealen. Het lukte hem zo het Amerikaanse isolationisme te doorbreken en aan de zijde van de geallieerden WOI binnen te stappen.

Het moge duidelijk zijn dat de spanning tussen de zucht naar macht en uitingen van idealisme zich als vanzelf manifesteert in hypocrisie, Dubbel Denk en dubbelzinnige boodschappen. Vanwege de eeuwig durende strijd tussen recht en macht moet bij diplomatieke schermutselingen dan ook vaak tussen de regels door worden gelezen.

Noam Chomsky beargumenteerde ooit dat de aanleiding tot de inval van Irak in Koeweit in 1990 gelegen was in Saddam Hoessein’s misinterpretatie van de woorden van Amerikaanse overheidsdienaren. Groen licht bleek echter uit te lopen op een dood spoor, en honderdvijftigduizend Irakezen werden afgeslacht in Operatie Desert Storm.

   Turkije tussen machtspolitiek en (schijn)multilateralisme

Als reactie op Operation Peace Spring, de aanval van Turkije op Rojava (Noord-Syrië), die afgelopen woensdag 9 oktober van start ging, haastte de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo zich te verklaren dat de Turken zeker geen ‘groen licht’ was gegeven Syrië binnen te vallen. Een vertaling van Amerikaans gedrag zei wat anders.

Geen openlijke bewoordingen, maar een beleidsactie gaf de Turken een go-ahead, een actie die al tien maanden geleden was aangekondigd toen minister van Buitenlandse Zaken Mattis zijn post indiende nadat Trump zijn plan voor terugtrekking indiende. De afkondiging door Trump de Amerikaanse ondersteuning aan de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) daadwerkelijk terug te trekken, was voor Turkije onmiskenbaar het startsein de occupatie van Noord-Syrië uit te breiden van de enclave Afrin in het Noordwesten – in 2018 al geannexeerd – naar een brede strook over het gehele noorden.

Het plan dat de Turken nu in uitvoering hebben, ligt ook al tijden op de plank. Bedoeling is een zogenaamde ‘Safe Zone’ te creëren, een strook die het hele Noorden van Syrië bestrijkt tot minimaal 30 km van de Turkse grens. Die zone zou Turkije moeten behoeden voor aanvallen van de Noord-Syrische Koerdische YPG (strijdkrachten verbonden aan de Democratische Unie Partij en haar zusterorganisatie PKK, die voornamelijk in Zuid-Oost Turkije actief is, maar ook in Noord-Syrië en Noord-Irak bases heeft.

Het ultranationalistische Turkije, dat wordt geleid door de religieus conservatieve AK-partij van Erdogan, is zowel ideologisch als op politiek pragmatische gronden (oorlog leidt af van economische problemen en zaait eenheid) ongevoelig voor elke poging tot een politieke oplossing van Koerdische aspiraties in de regio te komen. De installatie van een Veilige Zone klinkt neutraal, maar houdt feitelijk weinig minder in dan totale vernietiging van het Koerdisch geïnspireerde democratisch confederalisme van de regio, een samenwerkingsverband van lokale gemeenschappen en alle ter plaatse levende etnische bevolkingsgroepen.

Op zijn best mag de lokale bevolking hopen op assimilatie als mogelijke uitweg. President Erdogan riep alle Arabieren, Koerden en anderen die zouden zijn ‘gedwongen te vechten voor de YPG’, op ‘de terreurgroep direct te verlaten en samen met de Turken te vechten voor hun eer.’ (TRT, 11 oktober) Wat met het niet collaborerende deel van de bevolking zal gebeuren, laat zich raden, al geven de roof- en moordpartijen in Afrin daar al een boosaardig voorproefje van.

Uiteraard verpakte Erdogan in een voordracht voor de Verenigde Naties (VN) in september zijn vernietigingspolitiek mooi in en deed hij er zelfs nog een strik omheen. (Zie vanaf min. 15:00). De Veilige Zone zou een prima gelegenheid bieden om met de hulp van de Internationale Gemeenschap alle Syrische vluchtelingen terug te laten keren. Dat zou zelfs op kunnen lopen tot een getal van 3 miljoen als het totale gebied dat momenteel onder controle is van de SDF – van Raqqa tot Deir-ez-Zor aan de Irakese grens – zou worden ontruimd.

Inspelend op de schijn een multilaterale doelstelling na te streven, zou de Veilige Zone in een ‘landschap van vertrouwen’ moeten worden omgebouwd. Met andere woorden, na ontvolking, terreur en gedwongen assimilatie van de lokale bevolking hebben de Turken ook nog een herlocatie van 3 miljoen mensen op het oog. Alles natuurlijk in een sfeer van gezamenlijkheid en onder dekking van de VN.

Overigens zou het vluchtelingenprobleem van Syriërs binnen Turkije wel degelijk een grote binnenlandse politieke druk op de AK Partij opleveren om een Veilige Zone voor het terugsturen van vluchtelingen te creëren, beweert Yasin Aktay, adviseur van Erdogan. In een interview met het Irakees Koerdische netwerk Rudaw zegt Aktay dat Assad geen mogelijkheden heeft om gevluchte Syriërs op te nemen en binnen Syrië hun veiligheid te garanderen. Hierdoor moeten de Turken wel zelf orde op zaken stellen om hun eigen binnenlandse problemen met de vluchtelingen te verlichten. Of meer oorlog ook daadwerkelijk tot minder vluchtelingen leidt, is dan een fundamentele vraag die niet past binnen het kader van het Turkse spel voor de bühne.

    De VS: belangen voor en achter de schermen

Een inschatting van de positie die in de VS wordt ingenomen, levert een ingewikkeld mengsel op van belangen, (schijn)idealen en verborgen motieven. Officieel heeft Trump als reden voor terugtrekking financiële motieven. Verlichting van de lasten voor de staatskas door oorlogsuitgaven te verminderen, wordt uiteraard in neoliberale en isolationistische sferen van het politieke spectrum als een nobel gebaar gezien.

Volgens de president hebben de Amerikanen ook al hun doelstellingen behaald, met name dat IS in Syrië zo goed als vernietigd is. Kennelijk calculeert Trump in dat een dergelijke cynische houding door sommigen wordt gezien als verraad van de SDF-strijders, die het merendeel van de gevechten op de grond hebben gevoerd en ook groot verlies aan mensenlevens hebben moeten incasseren in de oorlog tegen IS. Niet alleen in de kringen van Democraten, maar ook bij Republikeinen wordt deze idealistische kaart inmiddels regelmatig getrokken.

Hoewel hij het in het openbaar beweert het niet eens te zijn met de Turkse inval, wuift Trump dergelijke kritiek weg. Bijvoorbeeld in een tweet met de opmerking dat ‘de Turken en de Koerden al 200 jaar met elkaar vechten’, al zou hij evengoed wel ‘een bemiddelende rol’ willen spelen. De suggestie dat het hier om een gelijke strijd zou gaan, is zoiets als de Armeense genocide van 1915 voor te spiegelen als een conflict tussen Turken en Armeniërs, dat nu eenmaal al eeuwen aan de gang was.

Andere motieven die binnen het Amerikaanse politieke establishment leven om kritiek te uiten, zijn wellicht gelegen in de angst voor de wederopstanding van ISIS als de Noord-Syrische strijdkrachten door de Turken worden ontmanteld. Belangen van politici die de oorlogsindustrie van de war on terror dienen smelten samen met de idealen van ultraconservatieven die in het openbaar hun trouwe toewijding belijden aan de christenen die in Syrië worden bedreigd door de Turken en de jihadi’s van het Vrije Syrische Leger die zij onder hun commando hebben.

Ideologisch gezien speelt achter de schermen het antisocialisme nog steeds voor een belangrijk deel mee in de beoordelingen om juist achter Trump’s beleid te gaan staan. De samenwerking met de SDF/YPG werd van begin af aan als een gelegenheidscoalitie van Obama gezien, die door beide partijen met enige reserve werd aangegaan. Hoewel met name sommige Republikeinen zich in het openbaar tegen Trump’s verraderlijke beleid uiten om hun morele blazoen hoog te houden, gloeit achter de schermen de haat tegen het marxistisch en eco-anarchistisch geïnspireerde experiment in Rojava.

Trump apologeet Lindsay Graham sprak zich duidelijk uit in een opgenomen nep gesprek met de Turkse minister van Defensie, in werkelijkheid een paar Russische grappenmakers. ‘De YPG is een groot Turks probleem en een serieuze bedreiging’, vond Graham. ‘Ik sta sympathiek tegenover jullie YPG probleem, en de president ook, eerlijk gezegd.’ Een dergelijke begripvolle houding wordt breed gedeeld. Belangrijke kranten als de Wall Street Journal schaarden zich vierkant achter deze antisocialistische pro-Turkse lijn.

    NAVO ruggesteun

Op het oog lijken de Amerikaanse president en zijn entourage de status quo te accepteren dat Assad met Russische steun in het zadel blijft, zodat regime change voorlopig van tafel lijkt te zijn. Maar met zijn opzichtige terugtocht laat hij de jihadi’s en ISIS aan de hand van de Turken vrij spel zich in deze arena terug te vechten – niet alleen de Koerden bedreigend, maar op termijn wellicht ook Assad. Zeker wanneer deze troepen aansluiten bij de regio rond Idlib, die nog steeds in handen is van moslimextremisten.

‘Cynisch genoeg zijn delen van het Vrije Syrische Leger die nu als bondgenoot onder Turkse commando Noord-Syrië binnen trekken, gefinancierd door de VS en ook door Nederland. SP Kamerlid Sadet Karabulut stelt vragen.’

Achter de schermen wordt de Turken dus geen strobreed in de weg gelegd, integendeel. In feite geeft ook de NAVO carte blanche. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Çavuşoğlu werd zelfs een gezamenlijke persconferentie met secretaris-generaal van de NAVO Jens Stoltenberg gegund. In de symboliek van de internationale betrekkingen betekent dat feitelijk een openlijke blijk van steun.

De nietszeggende kritiek die Stoltenberg uitte – de internationale anti-IS coalitie mag niet in gevaar komen door deze actie – maakte die indruk alleen maar sterker. Boodschap was dat de Turken hun gang konden blijven gaan zolang zij de strijd tegen IS maar niet in de weg zouden zitten. Deze toestemming werd in sommige Nederlandse media op merkwaardige wijze in tegenovergestelde richting als forse kritiek op de Turken geïnterpreteerd.

Ankara, 9 oktober. Stoltenberg, secretaris-generaal van de NAVO, kwam en zag dat het goed was

Erdogan refereerde al aan artikel 5 van het handvest van het Bondgenootschap, dat in zijn bewoordingen zou inhouden dat de NAVO-landen ‘geen recht hebben stil te blijven als een lid onder bedreiging van een aanval ligt’. Een dergelijke Orwelliaanse omkering van de werkelijkheid en het recht moet de Amerikanen wel liggen sinds George W. Bush zijn doctrine van de ‘preventieve oorlog’ verdedigde.

De meeste EU-landen, met Frankrijk voorop – de Fransen hebben met name aspiraties in gebieden waar zij ooit koloniale meesters waren – zijn fel tegen de Turkse inval. Maar de EU levert voor de Turken geen enkel probleem op. In wezen hebben zij toetreding tot de Gemeenschap al opgegeven en proberen zij zich via een Vier Zeeën Politiek tot een onmisbare, zelfstandige schakel van de wereldeconomie te maken.

De Turken houden bovendien een belangrijke troefkaart achter de hand. De Turkse president waarschuwde de Europeanen al in keiharde machtspolitieke bewoordingen: ‘Als jullie onze operatie willen omschrijven als een drang om te bezetten, dan zullen wij onze grenzen openen en 3,6 miljoen vluchtelingen jullie richting op sturen’. Voor de EU liet Erdogan een volstrekt ander gezicht zien dan voor de VN, een aardig inkijkje hoe de dubbelheid in termen van recht en macht zich kan manifesteren op verschillende podia van het wereldtoneel.

Welke kant Erdogan zijn miljoenen pionnen opschuift, is dus afhankelijk van de uitkomst van de Turkse invasie. De Europese politiek zit daarmee gevangen in een spagaat tussen de angst voor een eventuele toestroom van vluchtelingen vanwege de Turkse invasie, of een doortocht van vluchtelingen uit Turkije als zij de invasie zou blokkeren. Helaas maakt dat de belangen van het groeiende contingent (ultra)rechts in Europa in lijn met de vernietiging van Rojava, want alleen dan is er kans dat Turkije vluchtelingen uit die regio tegenhoudt en de miljoenen binnen de eigen grenzen onderbrengt in bezet Syrisch gebied.

    Tussen een rots en een harde plek

Vooralsnog overweegt de Nederlandse politiek zich te scharen achter een beleid de Turken te treffen met economische sancties. Binnen de VN Veiligheidsraad zijn het ook nog steeds de Europese landen die de Turken streng toespreken. Op 10 oktober kwam na zogenoemde closed door consultations een deel van de Raad (Duitsland, België, Frankrijk, Polen, Groot-Brittannië en Estland) naar buiten met een oproep aan Turkije om in Syrië ‘de unilaterale militaire acties te beëindigen’, omdat zij ‘niet geloven dat deze acties Turkije’s onderliggende veiligheidsbelangen zouden adresseren‘.

Natuurlijk was de onthouding van de VS zich achter deze oproep te stellen weer veelzeggend, maar ook Rusland onthield zich van steun. De Russische positie is duidelijk en eenduidig: zij stellen alles in het werk om de positie van hun bondgenoot Assad te verstevigen. Enerzijds door de Turken te vriend te houden en anderzijds door de SDF te bewegen zich ondergeschikt te maken aan centrale Syrische leiding onder controle van Assad. Volgens minister van Buitenlandse zaken Lavrov zou de Adana-overeenkomst tussen Syrië en Turkije de leidraad moeten worden, een verdrag dat in 1999 leidde tot de uitzetting van PKK-leider Abdullah Öcalan uit Damascus en zijn gevangenneming door de Turken.

Ook die route zou dus onherroepelijk een einde maken aan het democratisch confederalisme in Noord-Syrië, dat door de Russische gezant na de gesloten deur consultaties van de Veiligheidsraad nog werd bestempeld als een ‘demografisch experiment dat door sommige partners in de Coalitie wordt ondersteund, daarmee de Turkse militaire operatie in de regio uitlokkend’.

Hoewel de Koerden en hun bondgenoten al een tijdje in onderhandeling zijn met Assad en zijn Syrisch Arabische strijdkrachten, bevinden zij zich dus duidelijk tussen een rots en een harde plek. Inmiddels lijkt er, wellicht op basis van Lavrov’s uitspraak, een stilzwijgende overeenstemming te zijn tussen de Turken en Assad. De Turken zorgen voor ontmanteling van de SDF, het Syrisch Arabische leger trekt vervolgens het gebied binnen, zoals nu rond Kobani plaats lijkt te vinden. De Koerden kunnen niets anders dan instemmen en kiezen voor Assad.

Pro-Assad en pro-Russische media lijken zich te verkneukelen om de positie van de Koerden in Noord-Syrië. Dat zij zich inlieten met de Amerikanen en hun eigen aspiraties op zelfbeschikking voorrang gaven boven de belangen van Assad en Rusland wordt hen kwalijk genomen. In sommige publicaties worden de Koerden ronduit neergezet als pionnen van Amerikaanse olie- en regime change politiek, met name omdat zij opstoomden naar Raqqa en het olierijke gebied rond Deir-ez-Zor, waar geen Koerden wonen. Nieuw Rechts en andere pro-Assad groepen zien de Koerden zelfs als willoze werktuigen van de ‘Zionisten’, die er alleen op uit zouden zijn Syrië te ontkrachten door het ‘te balkaniseren’.

Dergelijke meningen kenmerken zich doorgaans door oppervlakkige analyses en een voorliefde voor centralisme, hiërarchie en antidemocratie. In exercities van pure oorlogspropaganda wordt de eigen favoriete partij voorgesteld als een baken van pure legitimiteit en de ander als de verpersoonlijking van het kwaad en een vertrapper van grondrechten.

Ten onrechte wordt voor die agenda de Koerden allerlei misdaden aangewreven als etnische zuiveringen en terreur tegen christelijke minderheden (zoals Assyriërs). Assad, die toch al één en ander op zijn kerfstok heeft, mag legitiem voor zijn soevereiniteit op komen, de Koerden mogen dat kennelijk niet. Ook hier bestaat weer een spanning tussen idealisme en machtspolitiek, die zich publiekelijk uit in hypocrisie en dubbele standaarden.

    Recht of macht: Neurenberg principes of ‘alles mag’?

Say no more…

Uiteraard hebben de Koerden eigen belangen en mogen zij die belangen ook verdedigen, zelfs tegen dwingend centralisme vanuit de regeringen van Assad of Erdogan in. Soms heeft een partij die stelselmatig onder bedreiging staat weinig keuze bij het kiezen van partners. Een bondgenootschap met Assad is preferabel, maar alleen als die het Rojava-model zou erkennen – wat de centrale regering met Russische steun natuurlijk niet van plan is. Om dan oliebronnen in bezit nemen om de onderhandelingspositie tegenover de centrale regering te versterken, kan als machtspolitiek worden gezien, maar is in die benarde positie wel begrijpelijk.

Op dit moment lijkt het alsof op het mondiale speelveld alles kan en mag. De Neurenberg principes waarop de VN is gebouwd (soevereiniteitsbeginsel, afkeuring aanvalsoorlog), hebben totaal geen waarde meer als de Turken, gedekt door de grootmachten, hun gang mogen gaan. Machtspolitiek is altijd reëel aanwezig en dus relevant; daar kan niemand echt omheen. Maar uiteindelijk moet er toch een streven zijn naar het primaat van een rechtsorde die conflicten beheerst vanuit idealistische waarden als vrede en veiligheid voor allen.

Vanuit het oogpunt van internationaal recht (zelfbeschikking) en universele waarden (bijvoorbeeld waarborgen van gelijke rechten voor vrouwen en etnische minderheden) dient het Koerdische experiment zonder meer verdedigd te worden. Het SDF pleit voor een no-fly zone boven Noord-Syrië om hen te beschermen tegen Turkse aanvallen. Als de VN haar handvest serieus neemt, dan zou zij hieraan tegemoet moeten komen.

Het is duidelijk dat het twee-traps systeem, met boven de Algemene Vergadering een Nationale Veiligheidsraad, die wordt gedomineerd door een paar grootmachten die in sommige gevallen al jaren internationaal recht aan hun laars lappen, hiervoor weinig aanknopingspunten zal vinden. Noch de Amerikanen noch de Russen staan te popelen om een no-fly zone te garanderen.

Nog op 30 september bracht de VN Veiligheidsraad een persbericht uit waarin werd gemeld dat men vorderingen maakten met het opzetten van een nieuwe grondwetgevende vergadering in Syrië waarin ook oppositiegroepen en groepen uit het maatschappelijk middenveld zitting zouden hebben.

Volgens de Turkse staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken Sedat Önal vormde dit ‘een belangrijke stap waarvoor wij deze keer een verplichting hebben niet te falen maar te leveren.’ En ook al moest het probleem van de ‘radicale elementen’ (de Koerdische milities) besproken worden ‘hij verwierp desalniettemin tot doel maken van burgers en de civiele infrastructuur, benadrukkend dat er geen militaire oplossing voor het conflict is.’

De actie van Trump en het vervolg van de Turken, een dikke week na deze uitspraken, kan in dat verband dus als een totale en bewuste obstructie worden gezien van pogingen om op een vreedzame manier uit de oorlog te komen.

Share Button

3 Reacties op Erdogan verplettert de Koerden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken