Judi Rever en de academische principes

Deze maand hield de Rwandese genocide-ontkenner Judi Rever lezingen in Vlaamse universiteiten, zonder een deskundig weerwoord. Hoe past dit binnen de academische principes van waarheid en eerlijkheid?

     door Jos van Oijen

‘De principes van waarheid en eerlijkheid worden beschouwd als fundamenteel voor een gemeenschap van geleerden.’ Dit motto staat op de website van de Katholieke Universiteit Leuven, een van de universiteiten waar de Canadese journalist Judi Rever van 9 t/m 12 oktober jl. haar revisionistische theorieën over de genocide tegen de Tutsi’s mocht verkondigen. Dat is ironisch, want maar heel weinig Rwanda-kenners karakteriseren haar werk als ‘waar’ of ‘eerlijk’.

   Rwanda-kenners

Het binnenhalen van Rever in een academische omgeving deed dan ook veel stof opwaaien in het vakgebied. Binnen twee dagen hadden zestig genocide-deskundigen uit de hele wereld, uiteenlopend van ervaringsdeskundigen zoals generaal Romeo Dallaire tot vooraanstaande historici zoals Hélène Dumas en organisaties voor de preventie van genocide, al hun bezorgdheid kenbaar gemaakt in een gezamenlijke brief aan de rectores magnifici:

‘[Judi Rever] … levert niet het minste bewijs voor haar sensationele beschuldigingen, terwijl ze een schat aan getuigenissen en toegankelijk materiaal negeert’, schrijven de experts. ‘Bewijzen die de afgelopen 25 jaar zijn opgebouwd door wetenschappers en journalisten.’

Andere gespecialiseerde wetenschappers kozen ervoor om een protest te laten horen op sociale media. Bert Ingelaere, zelf werkzaam bij de Universiteit Antwerpen, een van de lokaties waar Rever een lezing zou houden, verstuurde tweets met linkjes naar wetenschappelijke publicaties die het werk en de ideeën van Rever bekritiseren en besloot met:

‘En, ja, gezien het bovenstaande vind ik het volledig onacademisch en dus onverantwoordelijk om Judi Rever hierover te laten spreken op universiteiten zonder ook een academische tegenstem te organiseren die het uitgangspunt van wat wordt verdedigd en hoe dat wordt verdedigd niet deelt.’

De bekende Franse historica en Rwanda-kenner Claudine Vidal sloot zich daarbij aan: ‘Vanuit het oogpunt van universitair onderzoek valt er over Rever’s boek veel te zeggen. Het is onbegrijpelijk dat een universiteit haar uitnodigt zonder deze kritiek onder ogen te zien. Volledig eens met Ingelaere.’

De kritiek is niet zo verwonderlijk want de versie van de geschiedenis die Rever uitdraagt lijkt sterk op wat we al dertig jaar horen van de extremisten die de genocide in Rwanda hebben voorbereid, uitgevoerd en vervolgens weer ontkend. Universiteiten zetten ook niet zomaar een anti-vaxxer (vaccinatie, red.), klimaatontkenner of holocaust-scepticus voor een groep studenten en belangstellenden zonder een deskundig weerwoord te faciliteren.

   Core business

Voor de kenners zijn de sensationele revelaties van Rever bekende kost. Om de paar jaar komen ze opnieuw voorbij, telkens verpakt in een ander jasje. En elke keer zijn de details weer even makkelijk te herleiden naar extremistische publicaties uit de jaren ’90. Maar voor degenen die weinig tot niets van de genocide afweten – zoals de organisatoren van de lezingen in Vlaanderen – lijken die verhalen nieuw en onthullend.

Eer de eerste lezing had plaatsgevonden, ging het al faliekant mis. De aankondigingen die de universiteiten van Antwerpen en Leuven op hun websites plaatsten en via sociale media werden verspreid, bestonden grotendeels uit een promotietekst van Rever’s uitgever waar inhoudelijk niets van klopt. Dat het om een reclametekst ging werd verzwegen, of werd niet als zodanig herkend door de mede-organisatoren die hun naam eronder hadden gezet.

Bij de KU Leuven ondertekenden maar liefst vier professors de reclameboodschap. Daarmee wekten ze – met weinig respect voor de principes van waarheid en eerlijkheid – ten onterechte de suggestie dat de tekst uit wetenschappelijk verantwoorde informatie bestond. Navraag leerde bovendien dat de ondertekening zelf ook niet erg zorgvuldig had plaatsgevonden.

Arnim Langer, een van de vier ondertekenaars, liet mij per email weten dat hij helemaal niet betrokken was bij de organisatie en niets van Rwanda af weet. Marc Hooghe, een andere ondertekenaar, is evenmin een Rwanda-kenner maar wel iemand die verschillende keren is berispt voor wetenschappelijk wangedrag. Waarom hij überhaupt nog professor is, is onduidelijk.

Rechtenprofessor Stephan Parmentier trad op als contactpersoon. Hoewel hij goed staat aangeschreven, is ook Parmentier niet in Rwanda gespecialiseerd.

De vierde ‘professor’ is voormalig tv-verslaggever Peter Verlinden. Op Twitter onthulde hij dat het initiatief voor Rever’s tournee van hem afkomstig was. De bemoeienis van Verlinden verklaart een boel. Verlinden is weliswaar als enige organisator wel bekend met Rwanda, maar hij onderscheidt zich niet bepaald als iemand die het erg nauw neemt met de feiten.

Verlinden publiceert met enige regelmatig de meest absurde beweringen zonder er een fatsoenlijke bron bij te leveren. Bijvoorbeeld over massamoorden in Rwanda die bij niemand anders bekend zijn. Of dat zeven op de tien Interahamwe (de Hutu-militie die een groot deel van de genocide op haar conto heeft staan) Tutsi’s zouden zijn geweest – een suggestie die aansluit bij de extremistische propaganda die suggereert dat de Tutsi’s collectief zelfmoord zouden hebben gepleegd.

Verlinden is vijfentwintig jaar vergeefs op jacht geweest naar bewijzen voor een tweede genocide in Rwanda. Voor hem kwam het boek van Judi Rever dan ook als een geschenk uit de hemel vallen. Sindsdien lijkt het erop dat het promoten van Rever en haar boek, samen met het belasteren van haar critici, Verlinden’s core-business is geworden.

   Dwalende professors

Hier raken we meteen de kern van waar het mis gaat in dit soort zaken. Zodra professors hun eigen kennisgebied verlaten, zijn ze in principe ook maar leken en weten ze net zo veel of weinig als elke burger. Wanneer ze zich daar niet bewust van zijn, ligt het gevaar op de loer dat ze zich laten manipuleren door getrainde en ervaren communicatie-experts met een verborgen agenda, zoals Verlinden en Rever. Voor een nietsvermoedende student, journalist of politicus, die ervan uitgaat dat de professors wel zullen weten wat ze doen, is dat moeilijk te bevroeden.

In Nederland kennen we ook voorbeelden van dwalende professors die de complexiteiten van de Rwandese genocide in 1994 en aanverwante zaken onderschatten en dan spectaculair de mist in gaan. Een klassiek voorbeeld is de open brief in de NRC aan toenmalig staatssecretaris Fred Teeven over een groep in Nederland opgespoorde genocideverdachten. Verschillende niet-gespecialiseerde professors hadden zich laten overhalen om het stuk te ondertekenen.

Omdat de hooggeleerde heren dat deden onder vermelding van hun academische functies wekten ze ten onrechte de indruk dat de open brief belangwekkende, wetenschappelijke kennis bevatte. Maar in werkelijkheid was die wijsheid afkomstig uit gewone mediaberichten die achteraf, zo is inmiddels in een reeks rechtszaken vastgesteld, niet bleken te kloppen. Enkele grove fouten in het stuk hebben de publieke opinie wel jarenlang beïnvloed.

De misleidende tekst riep toen, net als de reclametekst en de Rever-lezingen nu, vragen op over de ‘waarheid en eerlijkheid’-principes van de academici. Was daar geen toezicht op? Waren er geen ethische normen voor wetenschappers of het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI)? Maar het LOWI deelde desgevraagd mee dat de gedragsregels niet van toepassing zijn op dit soort gevallen. Die gelden uitsluitend voor universitair onderzoek. Wat wetenschappers verder nog allemaal uitspoken, ook al is het fake news verspreiden in de media, is hun eigen zaak.

   Plagiaat en desinformatie

Zelfs concrete gevallen van integriteitsschendingen, zoals plagiaat, kunnen volgens die filosofie door de beugel. Begin dit jaar ontdekte ik zo’n voorbeeld bij de Universiteit Gent (UGent). Patrick van Damme, professor tropische plantenteelt, had een recensie geschreven van een boek over de genocide – niet zijn ding. Meer dan de helft van de tekst had hij dan ook overgeschreven van andere auteurs, waaronder een artikel van Ravage. Om de zaak nog erger te maken had de professor er originele stukjes tussen geplaatst met de meest bizarre fouten.

De Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van de UGent zag het probleem niet. Ook het feit dat het stuk in Afrika Focus, een gespecialiseerd tijdschrift van de universiteit Gent, was verschenen deed niet ter zake. De logica van de CWI was ongeveer dezelfde als die van het LOWI. Van Damme’s artikel ging niet over onderzoek. Plagiaat en desinformatie ten spijt viel het dus niet onder de ethische code wetenschapsbeoefening, maar onder ‘opinie’ en ‘wetenschappelijk debat’, categorieën waar de vrijheid van meningsuiting geldt.

‘Debat’ en ‘vrijheid van meningsuiting’ waren ook de toverwoorden in de kwestie Rever om zonder kleerscheuren onder de ‘waarheid en eerlijkheid’-principes uit te komen. ‘De kern van dit evenement ligt in het tegensprekelijk debat’, liet mede-organisator Parmentier van de KU Leuven mij via email weten. ‘Op basis van deugdelijke argumenten en zonder vooroordelen, binnen een academische context.’

Op de website van zijn faculteit maakte Parmentier duidelijk wie hij daarvoor geschikt achtte: zichzelf en Johan Swinnen, voor de genocide ambassadeur in Rwanda. In de praktijk kwam er van een debat dan ook niets terecht. De gewraakte reclametekst was volgens Parmentier maar ‘een ruwe versie’ die met het oog op mijn inhoudelijke correcties nog enigszins zou worden aangepast. Van die aanpassingen heb ik niets teruggezien.

Het aanspreekpunt voor ethische kwesties bij de Universiteit Antwerpen, filosofieprofessor Willem Lemmens, wilde niet reageren op vragen over de reclametekst en over het ontbreken van een expert bij de lezing, die hij omschrijft als ‘een discussiecollege’. Wel maakte hij zijn persoonlijke mening kenbaar. ‘Judi Rever heeft, zoals iedere burger in de vrije westerse wereld, spreekrecht en mag gehoord worden.’ Een overbodige opmerking omdat niemand haar dat recht betwist.

Lemmens merkte verder op dat hij geen reden zag om te twijfelen aan de expertise van Rever en Verlinden. Daarmee liep hij in dezelfde val als Parmentier en de overige niet-gespecialiseerde professors. Het is immers zinloos om zomaar iets aan te nemen over een kennisgebied waar je niet in thuis bent, zonder acht te slaan op de argumenten van al die Rwanda-kenners die de expertise van de genoemde journalisten wél betwijfelen.

   ‘Intellectuele prostituees’

Judi Rever is geen expert, al probeert Peter Verlinden die indruk te wekken door op allerlei forums te beweren dat zij twintig jaar onderzoek in haar boek zou hebben gestoken. Naar eigen zeggen is ze er pas eind 2012/begin 2013 aan begonnen. Voor die tijd heeft ze slechts één relevant artikel geschreven: een interview voor Agence France Presse in 2010 met Luc Coté over een onderzoek van de Verenigde Naties naar oorlogsmisdaden in Congo.

De voorbereidingen voor haar vorig jaar verschenen boek De waarheid over Rwanda verliepen aanvankelijk via het leggen van contacten in de Rwandese Diaspora in België, onder anderen met politieke rivalen van president Kagame, zoals Faustin Twagiramungu, een oud-premier. Deze personen hielpen haar om in contact te komen met informanten, schrijft ze in haar boek. In de loop van 2013 begon ze de eerste kritische artikelen te publiceren nadat Twagiramungu haar in Canada van een bundel documenten had voorzien.

Betrouwbare bronnen, die na vijfentwintig jaar academisch en juridisch onderzoek in zeer ruime mate beschikbaar zijn, ook voor Rever – heeft ze nauwelijks geraadpleegd. De verhalen van haar informanten heeft ze niet op waarheid gecontroleerd, ook al zijn die vaak strijdig met de resultaten van forensisch onderzoek, met andere getuigenverklaringen en met praktische overwegingen.

Deze eenzijdige, naïeve benadering heeft naast de gerecycelde propaganda waar ik al naar verwees ook enkele nuttige observaties en getuigenverklaringen opgeleverd, maar uiteindelijk blijkt veel van haar feitelijke informatie na inhoudelijke analyse simpelweg onrealistisch te zijn, of puur technisch beschouwd zelfs onmogelijk.

De blijkbaar achterhaalde ‘waarheid en eerlijkheid’-principes zouden voorschrijven dat een tegensprekelijk debat ten doel heeft om feiten van fantasie te onderscheiden. Nu werkten de lezingen alleen maar polariserend, met aan de ene kant de kerk met gelovigen – de aanhangers van Rever en Verlinden, inclusief de niet-gespecialiseerde professors die geen relevante kritische vragen stellen – en aan de andere kant degenen die na jarenlange studie weliswaar ook niet feilloos zijn, maar die de materie wel voldoende onder de knie hebben om er iets zinnigs over te kunnen zeggen.

Rever en Verlinden zal het verder worst zijn. Verlinden bedankte op Twitter de critici voor hun hulp bij het genereren van extra aandacht voor het boek, waarmee duidelijk werd wat zijn motieven waren voor het initiatief. Rever vermaakte zich door op Twitter kritische wetenschappers zoals Bert Ingelaere uit te schelden en door een artikel van Patrick Mbeko, een bekende genocide-ontkenner, te citeren waarin de zestig Rwanda-kenners werden afgeschilderd als ‘intellectuele prostituees in dienst van een misselijkmakende zaak’. Ofwel: betaald door Kagame – de standaardbeschuldiging van mensen zonder argumenten.

Op mijn vraag aan de mede-organisatoren of dit het soort debat was dat ze voor ogen hadden toen ze Rever uitnodigden, volgde geen antwoord.

Share Button

10 Reacties op Judi Rever en de academische principes

  • Peter Verlinden schrijft:

    De heer JvO heeft zijn klacht bij de (Vlaamse) Raad voor Journalistiek tegen mij (over het dossier Rwanda) ingetrokken nadat de hele procedure, inclusief hoorzitting, afgelopen was. Ik zal mijn kostbare tijd niet verder verspillen aan iemand die zelfs niet bereid is om een uitspraak over mijn journalistieke werk over Rwanda te aanvaarden door een neutrale bevoegde en professionele instantie.
    En verder kan ik alleen bevestigen dat alle geplande lezingen probleemloos doorgegaan zijn, met instemming van de rectoren en betrokken decanen van de drie universiteiten en de directeur van de betrokken hogeschool, ondanks zeer zware druk, zelfs vanwege de Rwandese ambassadeur in Brussel. Inderdaad, de academische vrijheid is een heilig goed. We zijn tenslotte niet in Rwanda waar censuur en zwijgplicht heersen.
    Op geen enkele plek kwam iemand opdagen om het 20 jaar onderzoekswerk (sic!) van Judi Rever naar de misdaden van het Rwandees Patriottisch Front fundamenteel in twijfel te trekken. Zij verduidelijkte trouwens in alle details hoe zij gewerkt heeft en die methodologie staat mijlenver van de voorstelling die de heer JvO en de Rwandese ambassadeur hiervan maken. Nochtans heb ik, als initiatiefnemer, herhaaldelijk en via diverse kanalen meegedeeld dat iedereen welkom was, ook en graag wie (erg) kritisch staat tegenover het werk van Judi Rever.
    Overigens zijn de meeste ondertekenaars van de Open Brief waar de heer JvO naar verwijst geen erkende academische onderzoekers over de Rwandese recente geschiedenis. Enkele belangrijke Vlaamse/Belgische Rwanda-deskundigen zaten trouwens op verschillende plaatsen wél in de universitaire zalen en mengden zich in het debat over het relevante werk van Judi Rever.

  • Jos van Oijen schrijft:

    Tja, je kunt het rustig aan Verlinden overlaten om zaken te verdraaien.

    De klacht bij de RvdJ ging niet over zijn journalistieke werk, maar over zijn langdurige, intensieve reclamecampagne voor het boek van Judi Rever omdat hij zijn VRT-twitter account daarvoor misbruikte (de VRT is een publieke omroep), en voor het belasteren van critici van dat boek via dezelfde account. De RvdJ heeft een ‘rapporteringscommissie van drie personen naar de hoorzitting in Brussel gestuurd, maar zij hadden zich niet voorbereid (de stukken niet gelezen). Een normale discussie was dus niet mogelijk, ook niet omdat de Skype-verbinding aan de kant van de commissie niet goed werkte (zij konden mij niet zien, ik hen slecht horen). Omdat ze meteen na de hoorzitting al vergaderde over de uitspraak had de commissie geen ruimte om de ongelezen stukken alsnog door te nemen.

    Ik vond dit geen zorgvuldige procedure en besloot me daarom terug te trekken om een dwaling te voorkomen. Verlinden heb ik hierover per email ingelicht met de onderstaande tekst:

    ‘Tijdens de hoorzitting gisteren bleek dat de voorzitter en de twee aanwezige leden van de raad zich slecht hadden voorbereid. De twee artikelen waren niet gelezen en, zo bleek uit de vraagstelling, ze hadden zich onvoldoende verdiept in de klachtbrief, de replieken en de bijlagen. De gebrekkige Skype-verbinding (jullie konden mij niet zien, ik jullie slecht horen, ondanks dat de verbinding eerder twee keer getest was) droeg evenmin bij tot een zorgvuldige behandeling.

    Hoewel u uw zaak geen goed deed met uw verklaringen over de twitter-campagne (het copy-pasten van twitterberichten om zoveel mogelijk mensen te bereiken, het ‘moeten’ reageren op trollen verwarren voor een journalistieke taak, etc.) ben ik van mening dat een procedure op een fatsoenlijke wijze moet worden gevoerd. Daarvan is nu geen sprake. De uitkomst, ook als mijn klacht gegrond verklaard zou worden, acht ik onder de huidige omstandigheden zonder waarde. Ik heb de secretaris laten weten dat ik de procedure niet doorzet. U bent dus “off the hook”.’

    Voor het overige:

    Mijn artikel is daar duidelijk over. Wat de Rwandese ambassadeur hem heeft gemeld kan ik niet weten. Van druk door de critici was geen sprake. Feit blijft dat Rever geen 20 jaar onderzoek heeft gedaan zoals hij blijft volhouden en over haar methodologie heb ik het ook al gehad. De rest van wat Verlinden meldt is te vaag om op in te gaan. Als hij zijn reclame- en/of lastercampagne op deze plaats wil voortzetten kan hij op zijn minst proberen met specifieke informatie te komen in plaats van met vage suggesties.

  • Peter Verlinden schrijft:

    Een klacht voor een Raad voor de Journalistiek kan uiteraard en per definitie alleen maar gaan over het journalistieke werk van iemand. En daar ging het ook over. Een klacht intrekken nadat alle stukken (met woord en wederwoord) neergelegd zijn én een hoorzitting gehouden, wijst er op z’n minst op dat de indiener van de klacht geen grond (meer) heeft voor zijn/haar klacht. Waarvan akte.
    Verder kan ik eenieder alleen maar aanraden om het boek van Judi Rever zelf te lezen, inclusief de vele honderden voetnoten en de uitgebreide bibliografie, én haar verslag over haar methodologie, die ze verder toegelicht heeft tijdens de lezingen aan drie Belgische universiteiten en een hogeschool. Het eenvoudigste feit om mee te beginnen is dat Judi Rever in het voorjaar van 1997 als AFP-correspondente in Congo gewerkt heeft en daar haar eerste interviews gemaakt heeft met Rwandese vluchtelingen over wat zij meegemaakt hadden vanaf 1994, in Rwanda zelf en daarna in Congo. Het boek is uitgekomen in het voorjaar van 2018, zijnde 21 jaar later. Kwestie van eventjes te tellen.
    DE WAARHEID OVER RWANDA. DE MISDADEN VAN HET RWANDEES PATRIOTTISCH FRONT, Amsterdam University Press, 2018. Via elke boekhandel of: https://www.bol.com/nl/f/de-waarheid-over-rwanda/9200000091788745/

  • Jos van Oijen schrijft:

    In mijn artikel zit een link naar een artikel in de Belgische krant Het Belang Van Limburg die Judi Rever citeren uit een telefonisch gesprek, waarin zij meldde dat zij sinds drie jaar onderzoek doet voor een boek over RPF-misdaden. Dat was in augustus 2015. Teruggerekend zou zij dus eind 2012 zijn begonnen. In een interview met het Franse radiostation RFI meldde zij dat ook.

    Rever heeft voor mei 2013 niets geschreven over Rwanda, alleen een keer in verband met het VN onderzoek in Congo, zoals ik al opmerkte. Als je haar boek erbij pakt lees je dat ze eind 2012 is begonnen contacten te leggen en dat ze de informatie van Twagiramungu heeft ontvangen op de locatie in Canada waar ze hem in mei 2013 heeft geïnterviewd. Pas na dat interview en het artikel daarover is zij kritische artikelen over Rwanda gaan publiceren.

    De logische conclusie is dus dat zij in die periode van eind 2012/begin 2013 is begonnen met onderzoek dat uiteindelijk tot het boek heeft geleid. Het boek kwam begin 2018 uit, dus zal ze halverwege 2017 zijn gestopt met schrijven. Het hele traject van onderzoek en schrijven beslaat dus vier, hooguit vijf jaar, geen twintig. Overigens stammen de oudste artikelen die ik van haar heb kunnen vinden van eind 1998 en die gingen over West Afrika waar ze een aantal jaren correspondent is geweest.

  • Peter Verlinden schrijft:

    In plaats van u te baseren om tweedehands-bronnen zou u het ook gewoon aan haar kunnen vragen én haar boek nalezen waarin zij haar hele traject beschrijft. Dat heb ik wel gedaan.
    Judi Rever heeft wel degelijk in Congo gewerkt in 1997 en daar de eerste interviews afgenomen die ze later in haar boek zou verwerken. Uiteraard publiceert een auteur niet volop tijdens een research-fase. Dat weet elke auteur.
    Misschien herinnert u zich trouwens dat in de jaren negentig nog lang niet alles op het internet gegooid werd en zeker niet het werk van een correspondente van een internationaal persagentschap, wat JR was.
    Kortom: IN PRAISE OF BLOOD en DE WAARHEID OVER RWANDA is het resultaat van meer dan 20 jaar onderzoekswerk.

    Ik reageer alleen maar ten behoeve van de lezers die geïnteresseerd zijn in de echte feiten.

  • Jos van Oijen schrijft:

    Wie heeft het over tweedehands bronnen? Ik heb de geluidsopname van het RFI-interview met Rever in mijn bezit. Verder hecht ik meer waarde aan het citaat in HBVL in 2015 dan aan het onbetrouwbare geneuzel van Verlinden, die al anderhalf jaar geen ander werk lijkt te hebben dan reclamebureau te spelen voor Rever.

    • Peter Verlinden schrijft:

      Dus, maar één oplossing: de uitspraken van mevrouw Judi Rever zélf. In haar boek (2018) en tijdens haar lezingen (2019) aan de universiteiten van Leuven, Brussel en Antwerpen en de hogeschool in Gent. Telkens heeft zij in alle details uitgelegd hoe haar werk rond de misdaden van het Rwandees Patriottisch Front in Rwanda en Congo gestart is met haar eerste interviews hierover in 1997 in en om Kisangani. Pas plus, pas moins.
      Als u was komen luisteren had u het zelf gehoord en haar zelf om meer details kunnen vragen. Zo werken echte onderzoekers: met primaire bronnen.

  • Jos van Oijen schrijft:

    Wie zegt dat ik haar lezing niet hebt beluisterd? Nooit iets anders dan speculatie, suggestie en misleiding bij Verlinden. Ga ergens anders lopen te trollen, a.u.b. Ik ga niet meer reageren.

    • Peter Verlinden schrijft:

      Goede idee. Een zinvolle tijdbesparing voor allen als u niet meer reageert.

  • Peter Verlinden schrijft:

    Voor de geïnteresseerden in deze materie, Radio Canada (Canadese openbare omroep in het Frans) heeft zopas een revelerende documentaire uitgezonden over de praktijken van het huidige Rwandese regime. Ook Judi Rever komt daarin voor, vandaar dat ik de link hier even plaats.
    https://www.youtube.com/watch?v=62_3noAEYjc

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg ons op twitter
Zoeker
Rubrieken