Michel Krielaars, voormalig Rusland correspondent van de NRC, publiceerde na het begin van Poetin’s invasie in Oekraïne het boekje “Oorlog met Rusland”. Het geschrift biedt een snelle blik op de gebeurtenissen die tot dit moment hebben geleid. Maar wel conform het nogal gebrekkige Trans-Atlantische narratief.

door Hector Reban

Het Trans-Atlantische – of anders gezegd: pro-Amerikaanse – narratief om de buitenlandse politiek te beschouwen, is ontegenzeggelijk hegemoniaal binnen het politieke debat in Nederland als het gaat over de Oekraïne crisis. Ik noem het narratief Trans-Atlantisch, omdat het gebruikte idioom en de framing van de internationale politieke situatie sterk doen denken aan de periode waarin de officiële lijn sterk gericht was op het verstevigen van de banden tussen Noord-Amerika en West-Europa tegen het grote communistische gevaar uit het Oosten.

De retoriek van de Koude Oorlog is de laatste jaren razendsnel opgewarmd en functioneert alsof het nooit is weggeweest. Het is wederom ons (inmiddels wat uitgebreide) blok tegen het Russische, wat tegelijkertijd ook een strijd is tussen goed tegen kwaad. Impliciet is kritiek op de vijand dan ook altijd een verwijzing naar onszelf, in het bijzonder naar de veronderstelling dat wij het volkomen anders doen dan zij. Wij acteren namelijk volgens onze verheven westerse waarden. Elke vorm van kritiek aan het adres van de ander houdt dus ook altijd een felicitatie aan onszelf in. Het verhaal van Krielaars is hierop geen uitzondering.

Westerse waarden

Wie in dit raamwerk roept dat Poetin een wrede imperialist is, zegt eigenlijk dat binnenvallen in landen een zonde is die wij natuurlijk nooit zelf begaan. Als Rusland een stad volledig plat bombardeert – zeg Aleppo – dan zeggen we eigenlijk dat wij zulke barbaarse dingen nooit doen, want wij doen enkel aan precisiebombardementen (dat zijn “goede” bombardementen, ook al legden “wij” daarmee Raqqa volledig in puin). De voorbeelden die uit het boek te filteren zijn, zijn eindeloos.

De ingebakken hypocrisie van deze benadering valt een heleboel mensen buiten de westerse wereld op. Zij zien en ervaren dat “westerse waarden” vooral hun weerslag krijgen in een keiharde exploitatie door het strak hiërarchisch gereguleerde wereldmarkt kapitalisme, dat zich met een bureaucratie van internationale instituties en de nodige back-up van geweld dwingend aan hen opdringt. Ondanks dat de meeste landen de invasie bekritiseren, snijden zij hun banden met Rusland niet door.

De pijn bij het lezen van dit narratief zit er dus in dat kritiek soms best hout kan snijden, maar de zelf felicitatie volkomen misplaatst is. Het Rusland van Poetin is inderdaad een reactionair land met een cynische, repressieve politieke koers. Maar de blinde vlek voor het “eigen” gedrag – dat heel vaak vanuit het standpunt van internationaal recht niet echt verheffend is en bovendien in aanloop naar deze crisissituatie nogal provocerend – werkt daarbij nogal storend.

Het Trans-Atlantische narratief staat bol van het moreel opportunisme. Je laten leiden door belangen onder de pretentie van morele superioriteit biedt een rechtstreekse weg naar willekeur. En willekeur is de vijand van gelijke behandeling, de toepassing van gelijke normen voor alle partijen. Een dergelijk sterk geladen dichotoom frame staat een eerlijke analyse van de geopolitieke situatie danig in de weg [1]. Ondanks de grote kennis die Krielaars toont te bezitten.

Continuïteit

Het Trans-Atlantische narratief is dus een manier van framen die ook Michel Krielaars in dit boek inzet om zijn verhaal te vertellen. De titel is misschien al veelzeggend. Want wie is in oorlog “met” Rusland? Schrijft hij vanuit Oekraïens perspectief? Of vertelt hij uit het standpunt van het “vrije westen” dat al langer in een (koude) oorlog is met Rusland, zoals dat binnen het Trans-Atlantische frame zo bekend klinkt? Waarom niet vanuit een objectief standpunt boven de partijen, zoals je van een journalistieke analyse zou verwachten?

De schrijver verwijst ook met enige regelmaat naar de gelijkenis tussen de Sovjet-Unie en het Rusland van Poetin (“De S.U. zonder Goelag”), zoals die zeker na diens herverkiezing in 2011 opdoemde. Krielaars, die in vogelvlucht best een aardige opsomming geeft van de ontwikkelingen in Rusland sinds het tijdperk Gorbatsjov, voelde zelf eind 2013 ter plaatse aan dat het positieve tij van het nieuwe tijdperk was gekeerd. In Moskou, zo vertelt hij, voelde het als in de meest grijze dagen van de Sovjet-Unie.

De gevoelde overeenkomst ligt misschien eerder in het aangelegde frame dat diep in de psychologie van de homo Atlanticus verankerd is, dan in werkelijke politiek-economische, sociale, internationale, enz., overeenkomsten. Je zou haast zeggen dat de Russische realiteit, die wordt gekenschetst door oligarchisch kapitalisme, de sterke staat, grote ongelijkheid, hyper patriottisme, opkomst van reactionaire en apocalyptische ideologische stromingen, een grotere gelijkenis toont met de VS van nu dan met de Sovjet-Unie van toen. Het treffendste voorbeeld is nog wel dat de pan-Slavistische ideologie die in Rusland mainstream is, uitgaat van een goddelijke missie voor het Christelijke Rusland. Dat komt aardig in de buurt van het principe van Manifest Destiny  dat de VS, God’s Own Country, voor zichzelf ziet.

Continuïteit zien nodigt als vanzelf uit om idioom en framing te gebruiken die doen denken aan de Koude Oorlog. Misschien heeft het idee zélf wel bijgedragen aan de spanningen met Rusland. Als men in de westerse politiek die continuïteit ziet, gaat men er ook naar handelen. Hetzelfde geldt voor de partij aan de andere kant. Inderdaad kun je rustig zeggen dat we sinds ongeveer het jaar 2013/2014 in Koude Oorlog 2.0 zijn beland, toen de internationale strijd om de politieke koers van Oekraïne pas echt op de spits gedreven werd.

Weeffouten

Een kapitale weeffout in het narratief, behalve het voortdurende witwassen van de eigen conduitestaat, is de onderschatting van externe factoren op de koers van de officiële vijand. De sleutelvraag is natuurlijk hoe het zover is gekomen dat er een sterk antagonistische relatie is ontstaan tussen Rusland onder Poetin en het Westen onder de Pax Americana . Het is te gemakkelijk, en bovendien te eenzijdig, alleen naar factoren te kijken die vanuit de Russische geschiedenis zelf opborrelen.

Dat Rusland afgegleden is naar een autoritaire staat, zou op zichzelf ook geen enkel probleem hoeven te zijn. Saudi-Arabië, waarschijnlijk één van de meest autoritaire staten ter wereld en bezig aan een genocidale oorlog in Jemen, is bijvoorbeeld een trouwe bondgenoot. Neofascistische regimes in Latijns-Amerika hebben altijd op onvoorwaardelijke Amerikaanse steun kunnen rekenen. Belangrijker is waarschijnlijk dat Russische aspiraties (of weerzin) niet passen binnen het raamwerk dat in de Pax Americana is voorzien voor het land.

In het verlengde van deze weeffout hanteert het narratief een omkering van ketens van actie en reactie. Voor sommigen klinkt dat misschien bekend van de wijze waarop de Israël haar staatsgeweld rechtvaardigt. Israël “verdedigt” zich alleen en “reageert” slechts op agressie door anderen. Met andere woorden, misschien is de reactionaire koers van Rusland voor een belangrijk deel juist wel een reactie op de actieve opdringerige politiek van de Amerikanen, die in een passief Rusland en een verwesterd Oekraïne ook een cruciale springplank zien naar beperking van het grootste gevaar, namelijk China.

Naar de maatstaven van Krielaars zou de pragmatische Ost-Politik ontwerper Willy Brandt heden ten dage als Poetin Versteher worden gediskwalificeerd

Om de goede krachten van het Westen tot gezamenlijke, harde en confronterende actie te dwingen, hamert Krielaars op vermeende naïviteit, passiviteit en angst in het verleden. En passant geeft hij Poetin Versteher tot en met Willy Brandt, de oud-bondskanselier van de pragmatische Oostpolitiek in de Koude Oorlog, een veeg uit de pan. Met name de EU zou zich uit economische motieven laks en vergoelijkend hebben opgesteld, maar zou nu krachtig moeten reageren op de acties van Poetin.

Maar Krielaars ziet een naïeve passiviteit die er nooit is geweest. Er is jarenlang stelselmatig gewerkt aan pogingen Oekraïne binnen de westerse invloedssfeer te trekken en Rusland te gebruiken als – vooral politiek passieve – grondstoffenleverancier, markt en investeringsmogelijkheid. Alleen zijn de methoden steeds harder geworden naarmate de Russische aversie tegen incorporatie toenam.

De Oranje revolutie in Oekraïne van 2004 kan als inzicht gevend voorbeeld dienen. Ook toen zijn inventieve, maar sterk indringende pogingen gedaan om voorafgaande aan een gewenste regeringswisseling, de civiele maatschappij te kneden in een richting die de verkiezingen beslissend zou kunnen beïnvloeden. Een vracht aan westerse fondsen – privaat en gouvernementeel – als ook een lange NGO karavaan trokken op om daarvoor een infrastructurele basis te leggen. Omdat gewenste kandidaten en de uiteindelijke winnaars Viktor Joestsjenko en Julia Timosjenko ruzieden over de te verdelen buit – Timosjenko verdween later voor jaren in de gevangenis vanwege corruptie met gasbaten – liep het succes tijdelijk spaak. [2]

Journalisten: aanjagers van de harde lijn

Krielaars kan gelden als voorbeeld hoe een belangrijke vertegenwoordiger van het media establishment kijkt naar deze crisis en de aanloop ernaartoe. Hij gelooft heilig in het narratief van het humanistische westen. Dat is op zichzelf al interessant en leerzaam. In dat narratief wordt namelijk geen enkele rol weggelegd voor de imperialistische plannen voor “full spectrum dominance”, die binnen het hoofdkwartier van de Pax Americana worden geformuleerd; voor de rapporten van belangrijke denktanks die een soort wurging van de Russische natie voorstellen [3]; voor de ontwrichtende houding ten opzichte van vreedzame initiatieven waarbij Rusland betrokken was, zoals BRICS; voor de uitholling van internationaal recht door talloze schendingen van soevereiniteit; of voor het Oekraïense neonazi probleem en de mensenrechtenschendingen in de Donbas [4]. In het Trans-Atlantische narratief zijn wij slechts naïeve goedzakken met humanistische waarden die vanaf nu geen appeasende “soft on Russia” houding meer zouden moeten aannemen.

 

Ook China is wakker. Kennelijk ziet men in elke inch opschuiving van de NAVO een bedreiging vanaf de westelijke flank. Wanneer zij daar uiteindelijk tegenactie op gaan ondernemen, zal het Trans-Atlantische narratief dit framen als een agressieve, eenzijdige, intrinsiek Chinese handeling.

Het verhaal van Krielaars is het verhaal van de havik die de harde, oorlogszuchtige lijn aanjaagt, een rol die opvallend vaak door westerse journalisten wordt gespeeld. (Ik ken in Nederland geen uitzondering op de buitenlandredacties van de belangrijkste media). De vraag wat hij voor Rusland voor ogen heeft, is dan niet meer lastig te beantwoorden. Het zal wel ergens in zitten tussen de gewenste regime change van Biden als ideaal (“een Russisch Maidan”) en de verzwakking van Rusland zoals de Amerikaanse minister van defensie Austin in de praktijk voor ogen heeft.

Meer confrontatiepolitiek dus, aan de hand van onze Amerikaanse heilstaat. Er staat ons nog heel wat te wachten.

Noten:

  1. Probleem is als je op die vlek wijst – en je krijgt al snel de neiging erop te wijzen – je heel gauw binnen het Twee Kampen paradigma wordt getrokken en op één hoop met de vijand wordt gegooid. Wie niet voor ons is, is namelijk tegen ons. Daarvoor zijn ook goed werkende “smart devices” ontwikkeld om onwelgevallige meningen de kop in te drukken. Zoals bv de alom aanwezig geachte invloed van “nep-nieuws” uit de Russische “desinformatie machine”. Ook een beschuldiging van “whataboutism is een klassieker om kritiek buitenspel te zetten. De ruimte voor kritische benadering van het Trans-Atlantische narratief is zeer smal en leidt al gauw tot beschuldigingen en het gevaar gecanceld te worden. Ook in die zin doet de huidige situatie aan de spanningen van de Koude Oorlog denken.
  2. Op dat moment hield Poetin zich overigens nog afzijdig. Dat is al een teken aan de wand dat na die periode iets fundamenteel is veranderd in de Russische houding, wellicht als gevolg van interne maar ook externe prikkels.
  3. Lees bijvoorbeeld eens de inhoudsopgave van dit RAND-rapport
  4. Het neonaziprobleem werd in 2018 nog door een belangrijke pro-NAVO denktank erkend Voor voorbeelden van oorlogsmisdaden in Donbas, zie Warcrimes of the armed forces and security forces in Ukraine – OVSE (2016)

Michel Krielaars – Oorlog met Rusland
Paperback
ISBN 9789493256910
96 blz.
Prijs: Euro 15,-
(waarvan 2,50 wordt gedoneerd aan Giro 555 ten behoeve van de slachtoffers in Oekraïne).

Een gedachte over “Michel Krielaars – Oorlog met Rusland (Boek recensie)”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*