De middenpartijen die van de bijstand bewust een ‘systeem van wantrouwen’ maakten waaruit nauwelijks te ontsnappen viel, beweren nu dat de regels te streng zijn. Er zijn beroepsgroepen die ze dat niet in dank zullen afnemen. 

Je kreeg de indruk dat wanneer je bijstand aanvroeg de soos (sociale dienst) een soort geheime dienst was die je gangen na ging. Dat deed ze namelijk volop, maar dezelfde soos kon ook lief zijn. Op mijn verzoek kon ik naar eigen keuze als vrijwilliger aan de slag in plaats van verplicht te leren solliciteren bij een obscuur bureautje met een docent die leek op een personage uit een aflevering van Jiskefet. ‘Solliciteren is een vak apart, moet je weten. Het is iets dat je met veel oefening in de vingers krijgt’, hoorde ik op de eerste dag van de baas, annex docent sollicitatie Willem. Waarna hij eraan toevoegde: ‘dat je dat alleen onder de knie krijgt met onze “des-kun-di-ge” methode durf ik hier te beweren’. 

Waarom hij over ‘ons’ sprak werd me niet duidelijk, ik zag alleen hem rond stiefelen. Toen ik ‘s ochtends aan kwam fietsen, stapte Willem op de parkeerplaats uit een oude rode Alfa Romeo. Een week later stond hij naast een zwarte metallic Porsche die zijn beste tijd gehad leek te hebben. ‘Van mijn vriendin’ antwoordde hij geïrriteerd  toen ik vroeg of hij ‘zijn wagenpark bekostigde van zijn sollicitatiebureau’. Met een paar snelle passen verdween hij als een geest in de draaideur. Binnen zat hij de hele dag in zijn kantoortje te bellen. Voor hij zich terugtrok riep hij ons nog toe: ‘Jullie redden het wel hè!’ 

We schreven sollicitatiebrieven over van voorbeelden. ‘Overschrijven is de manier om het te leren!’, riep Willem wiens hoofd af en toe uit zijn kantoortje tevoorschijn kwam. Met collega’s, op wie ook geen bedrijf zat te wachten, hooguit wanneer ze ons een jaar konden laten werken met behoud van uitkering, op voorwaarde van een groepskorting, bladerden we de rest van de dag door advertenties in stapels kranten en tijdschriften van een maand oud. Willem kon daar een gepeperde rekening voor indienen bij de gemeente. Wat ik daar leerde? Je cv zo pimpen dat je op den duur zelf gaat geloven wat er in staat en dat geld verdienen makkelijk is als je het niet zo nauw neemt. Je presenteert jezelf bijvoorbeeld als deskundig op het gebied van de arbeidsmarkt, je schrijft een reïntegratiebureau in bij de Kamer van Koophandel, vraagt subsidie aan en de rest gaat vanzelf. En de verdiensten zijn legaal en hoef je dus niet eens wit te wassen. Waarom zou je het jezelf moeilijk maken als geld zo binnen te harken is? 

Dat lag niet in mijn aard. Ik zou een karakterologische verbouwing moeten ondergaan wilde ik succesvol op kunnen treden als één of andere gewiekste ‘arbeidsgoog’ om ‘s avonds breeduit aan de bar met kleintje bier tussen duim en wijsvinger rondjes te geven. Ik maakte mezelf wijs dat ik beter was en besloot leerling-journalist te worden bij een krant voor mensen met een laag inkomen. Er deden zich wel bijkomende probleempjes voor. Ik was niet de jongste meer, had geen ervaring met de journalistiek en met schrijven al helemaal niet. Ik dacht dit te kunnen compenseren met mijn vers gepimpte cv dat iets over schrijfervaring meldde en wat blufpraatjes die ik opdeed bij de sollicitatiemaffia. ‘Een voet binnen’ hoorde ik Willem in gedachten opmerken, ‘is meestal genoeg. Per slot van rekening werk je voor nop. CV pimpen is toegestaan zolang het binnen de regels van het strafrecht valt’, hoorde ik hem galmen.  

Willem had gelijk. Leeftijd bij de krant bleek geen probleem. De redactie, zo uitgebreid dat niet voor iedere aspirant redacteur een stoel beschikbaar was, bestond uit vrijwilligers met een gemiddelde leeftijd die boven de vijftig jaar lag. Gebrek aan journalistieke ervaring en schrijven was ook geen probleem: ‘Je komt hier om dat te leren’, liet hoofdredacteur Jonas, tevens eigenaar van de krant, mij weten. Die ‘dubbele pet’ was een fenomeen waar ik niet meer van opkeek sinds ik met de soos in aanraking was gekomen. Jonas was niet alleen eigenaar, maar ook in dienst van de soos die zijn krant voor een groot deel subsidieerde en hij was tevens fractieleider voor de PvdA in een deelraad. In het online archief kon je aan het groot aantal artikelen over zijn partijgenoten zien waar de politieke voorkeur van de krant lag. Niet slechts een dubbele pet, maar een heleboel petten waarvan ik me afvroeg in hoeverre hij die uit elkaar kon houden als hij weer eens over zijn stokpaardje ‘wij bedrijven objectieve journalistiek’ oreerde. 

Een episode in mijn leven die dan ook niet lang kon duren, al was het alleen maar omdat er geen journalistiek bloed door mijn aderen stroomde. Ik meldde mijn besluit om op te stappen bij mijn nieuwe klantmanager die me terstond verzocht langs te komen om me vervolgens op te dragen naar een collega van Willem te gaan met de woorden: ‘Als je lang genoeg oefent, krijg je het solliciteren vanzelf onder de knie.’ 

Ron Kretzschmar

Abonneer
Laat het weten als er

*

1 Reactie
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Harke Ploegstra
4 maanden geleden

Geen journalistiek bloed, Ron?
Wat lees ik hier dan?