‘Lekker wijf man, kan nog zingen ook!’, klonk het naast me. ‘Ik ken haar weet-je-wel’, riep de man tegen niemand in het bijzonder. ‘Linda zong in mijn band man’, toeterde hij in mijn oor. Het bier uit zijn plastic beker gutste over mijn arm. ‘Linda was veertig jaar geleden de Nederlandse Grace Slick en dat is ze nog steeds’, voegde een leeftijdgenoot met een wollen petje over de oren – vlak achter hem – schreeuwend toe. ‘Lul niet man! Linda is niet Slick, Linda is Joplin weet-je-wel!’ De lange man die beweerde de zangeres te kennen oogde halverwege de zestig. Hij droeg strakke kleding, had een stoere kuif dat zijn best deed stoere kuif te blijven. Bij het buffet waar we stonden loerde hij met rood doorlopen oogjes naar de zangeres, die op het podium sensueel begon te bewegen toen de band ‘White Rabbit’ van Jefferson Airplane inzette. ‘You see!’ schreeuwde ‘wollen petje’ met een driftig knikkend hoofd. Met in iedere hand een beker bier sloot hij de ogen en bewoog ritmisch mee met de zangeres.

Linda werkte naar een climax toe waarbij ze de longen uit haar lijf schreeuwde en de gitarist met zijn solo door de geluidsbarrière ging. Opeens stopten de bandleden gelijktijdig, er volgde een stilte van enkele ogenblikken – zodat je de bomen op de gracht kon horen ruisen, voor zover je gefolterde oren in staat waren om dat op te merken -, waarna hartstochtelijk applaus volgde. Plastic bekertjes vlogen door de lucht. ‘Linda we love you!’ Hoe zeer de zangeres er in slaagde de aandacht van het publiek op zich te vestigen, ik kon mijn ogen niet afhouden van een replica van het Vrijheidsbeeld dat achter haar op een verhoging stond opgesteld in het straatje. 

Qua voorkomen – kroon op het hoofd, lang groen gewaad – leken Linda en het opblaasbare Libertas-beeld op elkaar. De zangeres had model kunnen staan voor beeldhouwer Frederic Bartholdi die anderhalve eeuw geleden de vrouwenfiguur in de New Yorkse Upper Bay ontwierp waarvoor zijn moeder als voorbeeld diende. Het standbeeld zou er niet veel anders uitgezien hebben. Misschien dat ik ‘de opblaas Libertas’, die schommelde in een mild herfstbriesje, en Linda op elkaar vond lijken omdat de laatste op het podium ook de indruk maakte zijwindgevoelig te zijn. Of drank oorzaak was of leeftijd, werd me niet duidelijk. 

Tijdens de wisseling van bands leunde ik op het buffet, ik klapte een paar keer mijn kaken open en dicht om het suizen in mijn oren kwijt te raken. Aan de zijkant zag ik posters hangen met ‘Pop in de Pijp’ waarop namen van bands die zouden optreden, waarbij hun plaats in de geschiedenis stond vermeld met beschrijvingen als ‘speelde in het voorprogramma van The Rolling Stones’ of ‘bekend van Herman Brood’. Voor het podium stonden zo’n honderd uitbundige toeschouwers van wie ik de gemiddelde leeftijd schatte op zestig plus. De mannen droegen veelal donkere kleding met puntschoenen. De dames hadden zich kleuriger uitgedost, voor zover mogelijk waren zij gehuld in strakke rokjes met daaronder sexy pumps.  

‘Wat lul je nou man’ klonk het naast me. ‘Stevie Nicks speelde bij Brood zeg je?! riep de strakke zestiger naar het wollen petje. ‘Herman en Stevie kenden elkaar niet’, brieste hij. ‘Ik kan het weten, ik speelde bij Herman’. ‘Ja, dat zeggen ze allemaal hier. Als ze een paar akkoorden kunnen aanslaan hebben ze bij Herman gespeeld’. ‘Wat jij niet weet is dat Herman een tijdje aan de overkant van de gracht woonde. Daarzo schuin tegenover de dames’, prikte hij driftig met zijn wijsvinger in de lucht. ‘Dat verbaast me nou niets’, antwoordde wollen petje. ‘Bij de dames was hij kind aan huis’. Onverstoorbaar vervolgde zijn opponent: ‘Ik kwam bij Herman over de vloer om nummers door te nemen’. ‘Ja hoor, en ook nog de nummertjes van Herman doornemen…’ 

Voor ze op de vuist gingen met elkaar, deed ik een paar stappen naar achteren, toen een jongen van een jaar of zeventien mijn aandacht trok. Aan de zijkant van het bandjesvolk liep hij de net gracht op, bleef staan en keek verbluft naar wat hij aanschouwde. Toegegeven, dit muziekfestijn van de ooit zo zelfbewuste jaren zestig generatie oogde als een morsig feestje van de plaatselijke parenclub.

Ron Kretzschmar

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*