Israëlische demonstranten tegen het beleid van Netanyahu en zijn ultra rechtse regering.


Premier Golda Meir en de Israelische minister van financiën Bezalel Smotrich hebben één ding gemeen: beiden ontkennen dat er zoiets als een Palestijns volk bestaat.
‘Ik ben Palestijn’ zei Golda Meir tijdens een persconferentie in 1973. En ze dacht dat ook te kunnen bewijzen. Aan de verbaasde journalisten liet ze haar Palestijnse paspoort zien dat door het Britse mandaat bestuur over Palestina aan haar was verstrekt.
Met drogredenen kan je ver komen maar niet ver genoeg om de realiteit te ontkennen.
Dat Golda Meir de Palestijnse realiteit niet onder ogen kon en wilde zien begrijp ik wel. De Palestijnen stonden toen aan de zijkant van de geschiedenis. Het duurde tot 1993 tot daar verandering in kwam. Premier Jitschak Rabin en PLO-leider Jasser Arafat zetten in 1993 de Palestijnen op de internationale kaart toen zij elkaar in Washington de hand drukten na het tekenen van het Oslo akkoord.

Ideologisch verblind en in de ban van de ondeelbaarheids-gedachte van ‘Het land van Israël, Erets-Israël’ veroorloofde de nieuwe onervaren hakkelend Engels sprekende Smotrich het zich tegen de geschiedenis te schoppen. ‘Er bestaat niet zoiets als Palestijnen’ zei hij staande naast een kaart in Parijs waarop ook Jordanië als onderdeel van Groot-Israël was afgebeeld. Zou hij niet hebben geweten dat Israël en Jordanië aan elkaar verbonden zijn met een vredesverdrag en dat Jordanië echt bestaat? Jordaans protest bleef niet uit. De Israëlische ambassadeur in Amman moest uitleg geven.
Hoe kan je zo’n blunder van een minister in de regering van Netanyahoe uitleggen? Waarom tikt Netanyahoe deze minister niet op de vingers? Omdat hij het met hem eens is misschien.
Dat Smotrich zich met Ramadan in het vooruitzicht zo provocerend uitliet is geen toeval. Hij ademt het politieke instinct van de ultra-rechtse regering onder Netanyahoe waarvan hij deel van uitmaakt.


Joodse bezetters terroriseren onder bescherming van het leger de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever.

Alsof Israël een supermogendheid is vond Smotrich het nodig om de Amerikaanse president Jo Biden te laten weten dat hij maar moet wennen aan het idee dat er geen Palestijns volk is. Zijn collega minister Itamar ben Gvrir, van nationale veiligheid, kan zijn anti-Palestijnse hartstochten ook niet bedwingen. Terwijl de Israëlische gevangenissen vollopen met Palestijnen verdacht of veroordeeld wegens terrorisme, heeft deze bewindsman de gevangenisautoriteiten bevolen de gevangenen niet langer dan vier minuten per dag te laten douchen! Niet om warm water te sparen maar om hen te vernederen. Ook legde hij deze week een vanuit Oost-Jeruzalem opererend Palestijns radiostation het zwijgen op. Om even in de sfeer van verandering te blijven mogen kolonisten terugkeren naar nederzettingen die in 2015 werden ontruimd.
En dat allemaal terwijl de massale protesten tegen de z.g. juridische hervormingen doorgaan en zelfs groter en feller worden.

Het gaat om het karakter van Israël: een liberale democratie of een halachische dictatuur. Een voorbeeld? Deze rechtse Knesset heeft deze week een wet aangenomen volgens welke de ziekenhuizen kunnen beslissen of op Pesach brood naar zieken mag worden gebracht.
Voor de duidelijkheid zal ik het zo formuleren: de bezetting heeft Israël bezet! De ultra-rechtse ideologie heeft via de kolonisten in bezet gebied Israël veroverd. Nog geen annexatie van de westelijke oever van de Jordaan, Judea en Samaria, maar Ben-Gvir en Smotrich zijn er wel op uit deze goddelijke historische missie te volbrengen. Dat is wat in de Nederlandse politiek het echte verhaal wordt genoemd.
Ik ben er zeker van dat dit doel niet kan worden bereikt. De internationale tegenkrachten zijn te sterk om over de Palestijnen heen te lopen.
Soms botst de droom met de realiteit.

Salomon Bouman

Abonneer
Laat het weten als er

*

1 Reactie
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Boemboem
9 maanden geleden

Vraag me toch af wat Soera 10:93 en 17:104 in deze context betekenen. Zolang de Al Aqsa moskee in hartje Jeruzalem het woord van God tart, heb ik geen medelijden met de Palestijnen.