Door Hans Beerends

Mensen zoals ik, die schrijven over heden en toekomst, discussiëren over politiek, cultuur en kunst, moeten ook kunnen genieten van alles wat nu nog mooi, verfrissend en harmonieus is. Vandaar deze keer een column over de lente.

Lente, lente, lente. Narcissen spuiten de grond uit, wilgenkatjes gluren schichtig rond, koeien dansen in de wei en ik wandel op het Museumplein. Voor mij  is het vandaag bloesjesdag. Bloesjesdag is voor mij de dag dat bejaarde broze breekbare dametjes met brocante bloesjes aan op een bankje zitten. Op het plein zaten er drie naast elkaar. Mmmm, heerlijk kroelde de meest breekbare, zich half tot mij richtend en zuchtte “Ach waarom is het niet altijd lente”? Goeie vraag dacht ik. Waarom is het niet altijd lente. Wat is nu eigenlijk de meerwaarde van de andere seizoenen.  Zomers puf je van de warmte, in de herfst zet je je kraag op en ‘s-winters doe je de kachel aan. Waardeloos. Wie heeft dat verzonnen? Vroeger op school heb ik geleerd dat God onze vader de wereld in zes dagen had geschapen en zag na afloop dat het goed was. Einde Verhaal, discussie gesloten. Maar was dat nou wel zo goed. De aarde oké, maar waarom winter, herfst en zomer?

De eerste mensen wisten niet beter, maar stel dat God gezegd had: “Nou wat willen jullie, zeg het maar, alleen maar lente of de hele serie aan seizoenen”? Of stel dat er naast God onze Vader ook nog een God onze Grootvader en een God onze Grootmoeder was geweest en stel dat die ook wat in te brengen hadden dan hadden die zeker voor de eeuwige Lente gekozen. Maar omdat dat allemaal niet gebeurd is zitten we nu opgescheept met zo’n heel korte lente. Waar is dat voor nodig? Met de temperatuur van een doorsnee lentedag groeit het graan en de sla ook wel en waarom moeten na de zomer alle bladeren er af, gewoon verspilling van energie en dan ook nog die stomme sneeuw. Even leuk, vooral dat sneeuwballen gooien, maar na een weekje winterpret heb je het wel gezien. Nee, ontluiken, het eeuwige ontluiken dat is het enige dat telt. Een mooi woord trouwens “Ontluiken”. Ik ontluik, hij ontluikt, zij ontluikt, zij zijn ontloken neurie ik een beetje voor mij uit. Ach het is een wonder, tis een wonder, boven wonder dat wij beiden zijn ontloken hi hi hi ha ha ha, ik stond erbij en ke……
Drie brocante bloesjes staarden me vol verbijstering aan. Oh God dacht ik, het voorjaar is in mijn bol geslagen, ik zit te raaskallen. Wat nu?

Op dat moment barstte vlak voor mijn neus een narcis helemaal open. Eerst was het nog een rechthoekig geel doosje en dan wham, whap, een volle stralende zonnige voorjaarsgroet. Toen besefte ik waarom het toch goed was dat er ook nog een zomer, herfst en winter bestaan. Het is de verrassing; Stel dat er nooit die altijd terugkerende verwondering was, dat het altijd lente was, dat zou dan toch geen echte lente zijn. 

Na zes dagen scheppen zag Hij dat het goed was. Na al dat gepeins, al dat geneurie en al dat gekke gedoe van mij zie ik nu ook dat het goed was.